Nederlandse doelman bij Yomiuri gewaardeerdeontwikkelingswerker; Havenaar verdient in Japan als een PSV'er

TOKIO, 4 sept. Het is in Tokio 35 graden Celsius die midddag in augustus. De voetballers van Yomiuri, onder wie de Nederlandse doelman Dido Havenaar, trainen desondanks pittig op hun oefencomplex, dat niets oosters heeft. Vanaf de vier velden heeft men uitzicht op het reuzenrad en de supersnelle achtbanen van het Yomiuri-pretpark, dat zich volgens Havenaar kan meten met Disney-land in Amerika.

De Braziliaanse coach Carlos Alberti da Silva last elke twintig minuten een drinkpauze in. 'Die heb je wel nodig', legt Havenaar later uit, 'zeker omdat de vochtigheidsgraad van de lucht hier bijzonder hoog is. Sla je die drankjes over, dan val je in een paar uur wel drie of vier kilo af.'

De trainingsaanpak oogt Zuidamerikaans. Het Japanse voetbal, dat internationaal weinig voorstelt, wil op dat van Brazilie lijken. Vier selectieleden van Yomiuri, dat wordt gesponsord door een krantenconcern, zijn dan ook Brazilianen en de clubkleuren zijn groen en wit, een imitatie van het grote Palmeras Corintians.

De 32-jarige Havenaar zegt dat hij een halve Japanner is geworden. Vier seizoenen kwam hij uit voor Mazda in Hiroshima, in oktober begint hij aan zijn tweede competitie bij Yomiuri. Voor zijn verhuizing naar het land van de rijzende zon stond hij, vanaf zijn negentiende, onder contract bij FC Den Haag. 'In mijn laatste jaar in het Zuiderpark staken ze de tribune in brand. Op dat moment wist ik het zeker: wegwezen, want de club gaat naar de Filistijnen', aldus Havenaar, die na bemiddeling van trainer Hans Ooft (ex-Mazda, nu FC Utrecht) in Japan terecht kwam.

Havenaars overgang van Mazda naar Yomiuri was een primeur: Het was de eerste officiele transfer in het Japanse voetbal. De uit Waddinxveen afkomstige keeper wilde per se naar de ploeg uit Tokio, 'omdat dat sportief gezien een grote sprong was. Yomiuri is een topclub, afgelopen seizoen werd ze tweede. En ik wil altijd het hoogste bereiken.'

Wat salaris betreft kan hij zich naar zijn zeggen meten met de Ajacieden en de PSV'ers, maar het leven in Tokio is ten minste twee keer zo duur als in Nederland.

Havenaar woont aan de Tama-rivier tussen Tokio en Yokohama in een zogenoemd Europees huis, twee onder een kap, waarvan zijn werkgever de huur (f 3500 per maand) betaalt. 'Alle comfort is aanwezig' legt hij uit. 'Vanuit de huiskamer kan ik, bijvoorbeeld, met een computer zo het bad aanzetten. Maar je schrikt vreselijk als je hoort hoeveel de grond alleen al waard is: Twintig miljoen dollar, ongelofelijk. In de luxe wijken van Tokio liggen die prijzen nog hoger. In dat opzicht is het wel een heel apart land.'

Bijgeloof

Havenaar heeft in het verre oosten ook van tal van andere dingen opgekeken. 'Neem het bijgeloof. Vier is hier een ongeluksgetal. Er zijn dus mensen die nooit op de vierde verdieping willen wonen. In sommige hotels zijn er op die etage ook geen kamers, alleen maar vergaderzalen. Op het voetbalveld ontstaan er door dat beladen cijfer eveneens problemen. Geen Japanner wil met die vier op zijn shirt spelen. Bij Yomiuri doet een van de Brazilianen dat dan maar.' In zijn eerste jaar bij Mazda zag Havenaar een van zijn medespelers voor een belangrijke uitwedstrijd met een grote zak zout het terrein opgaan. 'Wat krijgen we nou, vroeg ik me hardop af. Het werd me snel uitgelegd. Die jongen had het vorige seizoen op dat veld een vreselijke blunder begaan in het strafschopgebied. Op die plek ging hij nu zout strooien. Dat zuivert, volgens de Japanners, en ze zeggen dat die korrels de boze geesten verdrijven. Sumo-worstelaars doen hetzelfde in de ring.' Japanners zijn aanhangers van het Boeddhisme, vandaar dat de spelers van Yomiuri voor de seizoenstart trouw een bezoek brengen aan een tempel. Havenaar: 'De priester zegent ons daar met een soort boomtak met slierten eraan. Het gebeurt om iedereen rein te maken en ook om blessures te voorkomen.'

Wat die letsels betreft, Havenaar is er zelden door getroffen in het niet zo harde Japanse topvoetbal, dat vooral in Tokio wordt gespeeld. Acht van de twaalf clubs uit de hoogste klasse zijn uit de overvolle hoofdstad afkomstig.

Bij een thuiswedstrijd van Yomiuri komen volgens de doelman gemiddeld 20.000 toeschouwers naar het Olympisch Stadion dat aan 70.000 mensen plaats kan bieden. 'Gelukkig', meent Havenaar, 'begint dat publiek langzamerhand ook steeds meer van deze sport te begrijpen. In het begin reageerden de kijkers op verkeerde dingen. Zo klapten ze enthousiast voor lange ballen, omdat die op een home-run van het hier populaire baseball leken. Het EK van '88 in Japan uitgebreid op de televisie heeft in dit opzicht veel goed gedaan.'

Strebers

Havenaar voorspelt het voetbal in Japan een goede toekomst. 'De mensen hier zijn strebers. Ze willen in alles nummer een zijn. Dat zie je ook buiten de sport. Ze hebben een stukje op de Tokio Tower gezet, zodat die hoger werd dan de Eiffeltoren. En de Shinkansen, de nationale sneltrein, raast juist even harder over de rails dan die Franse superwagons.' Een Japans televisiestation besteedt inmiddels hoe langer hoe meer aandacht aan voetbal en ook Havenaar draagt een steentje bij aan de groei door het geven van clinics voor keepers. 'Ik reis daarvoor het hele land rond, samen met een assistent. Van Sapporo tot Nagasaki. De pupillen zijn overal even leergierig. En ze maken veel vorderingen', aldus Havenaar. In Den Haag heette hij altijd boertje, in Japan ontpopt hij zich als een gewaardeerde ontwikkelingswerker.

    • Guido de Vries