Laat ons er in ere houden

'Unsere Sprache ist krank.'

Onze taal is ziek. Zo luidt de titel van de oratie die dr. H. Tietz bij zijn afscheid als hoogleraar in de wiskunde aan de universiteit van Hannover heeft gehouden en waarvan de tekst bijna volledig in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 23 augustus stond.

In die oratie probeert prof. Tietz aan te tonen dat de wiskunde de gevoeligheid voor denkfouten kan verhogen. Die stelling staaft hij met tal van aardige voorbeelden, maar de conclusie dat 'onze taal ziek is' vloeit mijns inziens niet dwingend uit zijn betoog voort. Trouwens, een van zijn voorbeelden haalt hij uit Effi Briest van Theodor Fontane, dat in 1895 verscheen. Zou het Duits toen al ziek zijn geweest? Hoe dit ook zij, de voorbeelden die hij geeft zijn, zoals gezegd, aardig. Ik citeer er hier enige van: 'Wir feiern heute die Wiederkehr des zweihundertsten Geburtstages von Joseph von Eichendorff.'

'Treppe fur Fussganger.'

'Der Bundespostminister strebt eine bessere Optimisierung der Post an.'

'Es besteht ein Konsens auf beiden Seiten.' Wanneer hij leest: 'Der abgesagte Besuch Honeckers fuhrte zu Kontroversen', is zijn reactie: nee, niet het afgezegde bezoek leidde tot controversen, maar de afzegging van het bezoek. En wanneer hij ziet staan: 'Umweltschutzer protestieren gegen das Fallen unnotiger Baume', zegt hij: nu, als die bomen onnodig waren, waarom dan tegen het omhakken ervan geprotesteerd? Tietz is zeer streng. Zo vindt hij een 'onjuist feit' een begrip dat zichzelf tegenspreekt. Het 'voorspiegelen van schijnbare feiten' is, zegt hij, dubbelop. En wanneer de 'verbetering van de menselijke levensomstandigheden' geeist wordt, zegt hij dat vooral de verbetering van de onmenselijke levensomstandigheden nodig is. Bedoeld was: de levensomstandigheden van de mensen.

Al deze voorbeelden hoeven niet onvermijdelijk te leiden tot de conclusie dat de taal ziek is. In de taal is er niets wat met een beetje nadenken niet heelbaar is. Zelfs de kennis van wiskunde is daarvoor niet nodig, al zal die, vermoed ik, wel helpen. (Maar is het proefondervindelijk bewezen dat wiskundigen taalgevoeliger zijn dan anderen?)Nu mijn eigen, maandelijkse collectie. 'Hij is ervan overtuigd dat zijn zuster door Karaman zou zijn verkracht.'

Is hij daar nu van overtuigd of niet? 'De ex-socialistische minister van defensie Rabin... '

Is Rabin geen socialist meer? Of is bedoeld: de socialistische ex-minister? 'Positief is dat de Vereniging van bloemenveilingen heeft toegezegd zich te willen inzetten voor het terugdringen van het gifverbruik.'

Dat is mooi; nu nog toezeggen dat ze zich ook zal inzetten. 'Zulke indrukken lijken geen lang leven beschoren te zijn.'

Zijn die indrukken beschoren of is hun geen lang leven beschoren? 'De valutamarkt is de meest onvoorspelbare van alle financiele markten.'

Zijn er nog graden in onvoorspelbaarheid? 'In Marokko worden ze (fossiele schelpen) voor de bijverdiensten door de lokale bevolking verzameld en zijn in iedere collectie te vinden. Maar niet in de Himalaya.'

In de Himalaya zijn ze dus niet in iedere collectie te vinden (wel in sommige? De samentrekking in de eerste zin is ook niet mooi.) 'Een museumdirecteur moet ervoor oppassen dat het zelfcensuur gaat toepassen bij de organisatie van een tentoonstelling door alleen projecten te bedenken die een sponsor welgevallig zijn.'

Of moet hij ervoor oppassen dat hij juist geen zelfcensuur toepast? 'We kunnen zulke vragen niet bevestigen noch ontkennen.'

Je kunt geen vragen bevestigen of ontkennen. Je kunt ze bevestigend of ontkennend beantwoorden. 'Het waren veranderingen van onderaf die niet gewelddadig de kop ingedrukt werden.'

Werden de veranderingen niet ingedrukt? Of werd hun de kop niet ingedrukt? 'Zijn films zijn menigmaal geprezen, maar evenmin geheel ontkomen aan kritiek.'

Evenmin? Waar is de ontkennende mededeling die aan dit woord hoort vooraf te gaan? 'In Frankrijk wordt er nagedacht over... '

(eigen werk) Is die dubbele plaatsbepaling (Frankrijk en er) niet overbodig? vraagt een lezeres. Misschien. Zonder er vind ik de zin kaal. Bovendien moeten we het typisch Nederlandse woordje er in ere houden. 'In probeer m'n best te doen het de mensen zoveel mogelijk naar de zin te maken.'

Wat een overbodigheden! '... dat Europa zijn solidariteit en gemeenschapszin heeft getoond om samenwerking in de Golf zo optimaal mogelijk te laten verlopen.'

Optimaal = zo goed mogelijk. 'Directeur B. van Klene's Suikerwerkfabriek is met ingang van 20 augustus tijdelijk geschorst. ' Dan wel heel tijdelijk, want schorsen = tijdelijk verbieden zijn ambt waar te nemen. 'De pas weer opgelaaide discussie in Barcelona ging jarenlang over het feit of er wel verder moest worden gebouwd aan de immense, maar lege kerk.'

Dat was geen feit, maar een vraag. 'Voor de ramen fluweelrode gordijnen als draperieen.'

Wat is fluweelrood? Rood als fluweel? Maar fluweel kan elke kleur hebben. 'Dit aspect zag An Rutgers als het meest wezenlijke en fascinerende van haar werk en geeft haar schrijverschap in de eerste plaats een bijna journalistiek karakter.' Vergelijk: de man zag ik en gaf mij een hand. Wie dit fout vindt, moet de geciteerde zin ook fout vinden.

Ten slotte de constructie: 'een van de vele (weinige)... '

met enkelvoud. Daarvan kwam ik in deze periode acht voorbeelden tegen. Ik geef er een van, omdat die heel bijzonder is: 'Ik ben een van de duizenden burgers die wordt opgepakt en korte tijd wordt vastgehouden.'

Waar slaat dat dubbele wordt op? Niet op ik, want dan zou het zijn: word. Ook niet op burgers, want dan zou het zijn: worden. Het laatste is goed.

    • J. L. Heldring