Frankrijk schaft onderwijzer af

Onderwijzer of instituteur zal in Frankrijk weldra een verouderde term zijn. Het Journal Officiel kondigde op 3 augustus van dit jaar de geboorte aan van de schoolleraar, de professeur des ecoles.

En dat is heel wat meer dan een verandering van naam. Op diezelfde dag werden namelijk een aantal maatregelen van kracht die de gelijkwaardigheid moeten waarborgen van alle onderwijsgevenden, of ze nu werken op de kleuterschool of op de lycea. De maatregelen dienen om een verdere afkalving van het onderwijzersberoep te voorkomen.

Ondanks een steeds hoger opleidingsniveau is ook in Frankrijk de publieke waardering voor het slecht betaalde beroep van onderwijzer sterk gedaald. Van het brevet elementaire een getuigschrift dat aangeeft dat de Franse middenschool is voltooid is men in 1976 overgegaan op het baccalaureat (het VWO-diploma) als toelatingseis voor de Franse PABO. Tegelijk werd de studieduur van de onderwijzersopleiding verlengd van twee naar drie jaar. Sinds 1986 moeten toekomstige onderwijzers zelfs twee jaar met succes aan de universiteit hebben gestudeerd voor zij tot een onderwijzersopleiding worden toegelaten. En in juli 1989 stelde de 'raamwet voor de opleidingen' als minimum toelatingsniveau de licence voor, het diploma na een driejarige studie aan de universiteit. Daarmee werd van aanstaande onderwijzers hetzelfde geeist als van leraren voor het voortgezet onderwijs (professeurs certifies, in Nederland te vergelijken met eerste- en tweedegraadsleraren). Dit collegejaar beginnen aan de universiteiten van Grenoble, Lille en Reims de eerste, nog experimentele lerarenopleidingen. In de toekomst zullen alle leraren aan dergelijke instituten worden opgeleid, en eenzelfde vooropleiding hebben genoten (baccalaureat en licence). De opleiding duurt twee jaar en hoewel er wordt gedifferentieerd naar toekomstige functies, zullen de eindniveaus van de gekozen opleidingsvarianten hetzelfde zijn.

Als gevolg hiervan gaan leraren voortaan ook hetzelfde verdienen. Voor voormalige onderwijzers, straks dus schoolleraren geheten, betekent dit dat hun oude rechtspositie niet meer geldt. Zij verliezen het recht op (een geldelijke vergoeding voor) huisvesting en gaan niet meer op vijfenvijftig- maar op zestigjarige leeftijd met pensioen. Daar staat tegenover dat zij op den duur drie- a vijfduizend francs (ongeveer duizend a zeventienhonderd gulden) meer gaan verdienen dan de huidige Franse onderwijzers.

Die onderwijzers zullen snel uitsterven. Aan de nieuwe opleidingen zullen naar verwachting jaarlijks ongeveer twaalfhonderd nieuwe schoolleraren afstuderen. In 1992 zal de eerste lichting haar intrede in de scholen doen en als de berekeningen kloppen, zullen in het jaar 2000 alle onderwijzers zijn vervangen door schoolleraren.

    • Jannes Munneke