ANWB wil proces om inning verkeersboetes

DEN HAAG, 4 sept. De ANWB overweegt via een proces een onderdeel aan te vechten van de wet waarin de snellere en eenvoudigere inning van verkeersboetes is geregeld. Het gaat om het punt dat de eigenaar van de auto, op wiens naam het kentekenbewijs is gesteld, verantwoordelijk is voor alle overtredingen die daarmee zijn begaan, ook al reed hij niet zelf.

De bewuste wet, de 'Wet-Mulder', is per 1 september in het arrondissement Utrecht ingevoerd en zal in 1992 in het hele land gelden. Bij lichte verkeersovertredingen wordt meteen een boete opgelegd, waartegen de bekeurde binnen 30 dagen bij de officier van justitie bezwaar kan maken. Maar volgens de wet wordt de situatie waarin de eigenaar zijn auto had uitgeleend en dus de bewuste overtreding niet zelf had gemaakt niet als verweer aanvaard. Is de auto gestolen of bij joy-riding is een dergelijk verweer wel mogelijk.

Vooral bij overtredingen die via kentekenregistratie worden geconstateerd , zoals te hard of door rood licht rijden, kan het gebeuren dat niet de bestuurder, maar de eigenaar van de auto de acceptgirokaart met de boete krijgt thuisgestuurd. Ten onrechte, volgens de ANWB. De bond hoopt binnenkort een 'slachtoffer' te vinden om zo een proces bij de rechter en desnoods het Europees Hof te kunnen beginnen. Mr. Renckens, hoofd afdeling rechtshulp van de ANWB, vindt dat wanneer een autobezitter zijn onschuld kan aantonen, hij niet moet worden bestraft. Hij wijst er verder op dat autoverhuurbedrijven bij dit systeem in problemen kunnen komen. Bij langdurige lease-contracten is dat overigens uitgesloten.

Het ministerie van justitie wijst erop dat juist met het oog op de vereenvoudiging ervoor gekozen is de autobezitter in principe voor overtredingen verantwoordelijk te stellen. Is hij onschuldig, dan moet hij een boete zelf zien te verrekenen bij degene aan wie hij de auto had uitgeleend, zo redeneert het departement.