Akzo Coatings heeft tussen 1985 en 1989 voor fl.1 miljardbedrijven gekocht; Reorganisatie coatingsdivisie Akzo moet winstverhogen

ARNHEM, 4 sept. Als iemand zich aangesproken mag voelen door de kritische woorden bij Akzo's jongste halfjaarcijfers, dan is dat C. Zaal, voorzitter van Akzo Coatings.

Dr. S. Bergsma, lid van de groepsraad van het chemieconcern, wees er bij de presentatie van die matige cijfers op dat de integratie van alle nieuw verworven dochters meer kost dan gedacht. Hij kondigde verhoogde aandacht aan voor kostenverlaging en efficientieverbetering. 'Ook zullen we kritischer kijken naar sectoren die onvoldoende aan de winst bijdragen', zei Bergsma.

Juist Akzo Coatings (verven, lakken) heeft tussen 1985 en 1989 een tiental dochters verworven. Totale kosten: zo'n miljard gulden. En de bijdrage van de sterk gegroeide divisie aan het concernresultaat ligt (met 16 procent) achter bij het aandeel in de omzet (20 procent). Interne reorganisaties zullen daarin verbetering moeten brengen.

Een jaar geleden bekroonde de Akzodivisie haar expansiedrift door overneming van het Amerikaanse Reliance. Met een omzet van 300 miljoen dollar verdubbelde dit bedrijf Akzo's verfproduktie in de VS ruimschoots. Akzo-voorzitter Loudon noemde Reliance 'een versterking en uitbreiding van Akzo in de Verenigde Staten en van het industriele produktenpakket van de coatingsdivisie'.

Vanaf dat moment zou de aandacht 'vooral gericht moeten zijn op interne ontwikkeling en integratie van de geacquireerde bedrijven' om 'maximale synergie' te bereiken.

Dat het bedrijfsresultaat van Coatings het voorbije kwartaal lager met 98 miljoen gulden uitviel dan in dezelfde periode vorig jaar 102 miljoen, toen nog zonder Reliance vindt Zaal dan ook onbevredigend. Toch lijkt hij niet bevreesd voor ingrijpen van het bestuur. De tegenvaller zat het voorbije kwartaal vooral in noordwest-Europa, juist waar Akzo's grootste kracht ligt, en zou incidenteel zijn. Een concrete oorzaak valt volgens hem nauwelijks aan te wijzen: 'De warmte in juni? Het wereldkampioenschap voetballen?' Verontrust is hij niet. Zijn kwartaalomzet overschreed voor het eerst de grens van een miljard gulden, en zijn marktaandeel bleef behouden ook de concurrentie kreeg een tik.

Akzo hoort inmiddels bij de grootste verfproducenten ter wereld. Met een geraamde omzet van zo'n 4 miljard gulden voor 1990 is haar coatingsdivisie ongeveer even groot als die van het Westduitse BASF en het Amerikaanse PPG. De grootste fabrikant is het Britse ICI. Volgens Zaal heeft zijn divisie vorig jaar de omvang bereikt die nodig is om een leidende onderneming in verven en lakken te blijven. Niettemin maakte Coatings dit jaar de vorming van een joint venture in Hongarije bekend en de verwerving van een meerderheid in de Turkse verffabriek Kemipol. 'Opportunities', aldus Zaal, waarmee Akzo 'gaatjes vult'. De strategie van Akzo Coatings heeft er de afgelopen jaren uit bestaan een omzet te bereiken die groot genoeg is om de vereiste onderzoeksinspanningen te kunnen dragen. Om in de jaarlijks slechts 1 tot 2 procent groeiende coatingsmarkt aan de top te blijven, is produktvernieuwing namelijk verplicht.

Sinds enkele decennia tekent zich tussen afnemers van verven en lakken juist op dat front een tweedeling af. Grofweg zijn daar enerzijds een bouw- en consumentenmarkt, sterk bepaald door lokale smaken en gewoonten, en anderzijds een industriele markt, die voortdurend nieuwe, hoge eisen aan coatings stelt.

Dit kreeg in de jaren zeventig zijn weerslag op de verfindustrie, die een deel van zijn versplinterde, ambachtelijke structuur verloor. Het was de tijd dat internationale chemieconcerns 'coating-divisies' oprichtten. Akzo Coatings kreeg vorm door bundeling van Sikkens, het Franse Astral en het Duitse Lesonal.

Volgens Zaal is de concentratietendens niet voorbij. Hij voorziet verdere scheiding tussen kleine bedrijven, met lage kosten en eenvoudige produkten, en concerns die over het geld en de onderzoekers beschikken om dure, geavanceerde verven en lakken te ontwikkelen. Middelgrote verfproducenten die de bovenkant van de markt zoeken, kunnen weinig anders dan aansluiting zoeken bij een groter geheel.

Tot de belangrijkste klanten van Akzo behoren vliegtuig- en autoproducenten veeleisend en bereid daarvoor te betalen. Deze industrieen introduceren nieuwe materialen die telkens weer een perfecte laklaag vereisen. Zij schroeven hun milieu-eisen op, en dat leidt ertoe dat chemische verdunners uit verf verdwijnen ten gunste van poederverven en lakken op waterbasis. En, heel belangrijk, ze opereren in het groot, zodat het de moeite loont bijzondere coatings en coatingtechnieken te ontwikkelen.

Voor hen worden dus de uitvindingen gedaan, die de toonaangevende verf- en lakfabrikanten nopen er legertjes onderzoekers op na te houden. Die uitvindingen zijn later weer bruikbaar in verven voor de veel gesegmenteerder maar minder conjunctuurgevoelige bouwmarkt. Deze markt is bewerkelijk en de marges zijn er lager, maar Akzo wil ook hierop uit oogpunt van risicospreiding een stevige positie houden.

Dat compliceert de pogingen om Akzo Coatings na de acquisitie-hausse te stroomlijnen. De produktie voor industriele afnemers zou op enkele plaatsen kunnen worden geconcentreerd, maar goed inspelen op lokale markten vergt vaak aanwezigheid ter plekke.

Akzo Coatings heeft nu fabrieken in vijftien landen, en dat is uit kostenoogpunt niet altijd gunstig. Zaal stelt dat de efficiency de komende jaren zal stijgen door 'herallocatie' van de produktie. 'We zullen steeds vaker op een plaats voor meer landen produceren en het assortiment stroomlijnen.' Dat kan niet van de ene op de andere dag, meent hij. 'Je kunt niet zomaar landenorganisaties weggooien. Integreren moet geleidelijk. Voordat je ergens je stempel opdrukt, moet je de mogelijkheden inventariseren. Men onderschat wel eens de tijd die daarvoor nodig is.'

    • Hans Wammes