Wielrenners zoeken naar oorzaak van falen

UTSUNOMIYA, 3 sept. Tien jaar geleden was het optreden van de nationale wielerprofs bij het wereldkampioenschap op de weg in Sallanches een ramp. Alleen Bert Pronk bereikte destijds namens de oranje equipe de eindstreep (als achtste) en dat mocht van de officials nooit meer gebeuren. Maar gisteren was sprake van een nog grotere afgang. In Utsunomiya finishte Erik Breukink als enige Nederlander, op de nietszeggende vierenveertigste plaats.

Aan de eindstreep in het bloedhete Japan leek de stemming binnen het Nederlandse kamp op die van een begrafenis. Nico Verhoeven, na Adri van der Poel en Gerrit Solleveld de derde van de elf vaderlandse uitvallers, vertelde dat zijn droevige ervaringen en die van zijn afgehaakte collega's wel heel sterk op elkaar leken. Na de late aankomst in Utsunomiya, zaterdagmiddag, had het gezelschap een goede nachtrust van elf uur gehad. Gisterochtend zei niemand zich slecht te voelen, ook niet tijdens de warming-up. Maar toen de race eenmaal was begonnen, knakte er ineens iets.

Maarten Ducrot, die nog lange tijd deel uitmaakte van de kopgroep, moest door kramp ('over mijn hele lichaam') de strijd staken. 'Ik heb nog nooit van mijn leven kramp gehad', zocht de Zeeuw naar een verklaring. 'Solleveld was wegkaptien, maar vroeg me na een ronde al of ik zijn taak wilde overnemen omdat hij de beklimming niet aankon.' Van der Poel stapte als eerste uit de wedstrijd, al na 29 kilometer. 'Ik had pap in mijn benen.'

Hij was zaterdag pas vier uur na aankomst op het vliegveld in het rennershotel aangekomen. Samen met Maassen en Verhoeven was hij met de al aanwezige chef d'equipe Kolkhuis Tanke in een huurauto in Tokio verdwaald geraakt. Toen de renners wilden gaan trainen was de schemering al ingevallen. Maassen was doodziek van vermoeidheid en moest zaterdagavond overgeven. 'Ik had niets meer in mijn poten', legde Verhoeven uit waarom hij was afgestapt, 'elke ronde liep je macht met wel tien procent terug.'

De Brabantse renner was ervan overtuigd dat dat verlies niets had te maken met de jetlag, maar dat het een gevolg was van het moordende klimaat: De weerexperts in Japan meldden immers dat het vochtigheidspercentage van de lucht wel 55 was. De begeleiders van de wielerunie sloten zich gaarne bij Verhoevens betoog aan. Hen trof, zo verkondigden ze althans, in elk geval geen schuld voor deze algemene off-day.

Voorzitter Theo Mangnus van de profsectie van de KNWU meldde dat vooraf uitgebreide medische informatie was ingewonnen. De problemen rondom de jetlag, maakte hij duidelijk, waren aan drie artsen van de sponsorformaties voorgelegd. 'Twee van hen zeiden: Ik bel u over een half uur terug, want ik moet het even uitzoeken. Alle drie kwamen ze ten slotte tot de conclusie dat de aankomst in Japan op zaterdag geen kwaad kon. De coureurs zouden echt geen last hebben van het tijdsverschil van zeven uur.' Mangnus en de zijnen moesten echter bekennen dat ze nooit de moeite hadden genomen het KNMI te raadplegen over de klimatologische omstandigheden in Otsunomiya. En met klem spraken ze tegen dat ze in de aanloop naar het WK een 'zwabberbeleid' hadden gevoerd. Toch was dat zeker het geval. Want een maand geleden nog stond het vast dat de twaalf profs al op 26 augustus naar Japan zouden vliegen. Mangnus verontwaardigd: 'Dat tijdstip is gewijzigd op dringend advies van de technische leiding. Daar moet U dus voor bij Peter Post zijn.' Ook Post, de gelegenheids-keuzeheer van oranje, schoof de verantwoording op zijn beurt door: 'De kopmannen', zei hij, 'wilden per se pas op zaterdag landen.' Post moet daarbij Steven Rooks hebben bedoeld, want de andere captain, Breukink, was in deze kwestie niet gehoord. Het was voor de miljonair Rooks treurig dat hij faalde bij dit WK, dat bij wijze van spreken in de achtertuin werd verreden van zijn werkgever Panasonic, waar hij dit seizoen in het geheel niet aan de hoog gespannen verwachtingen voldeed. Samen met zijn makker Louis de Koning stapte Rooks halverwege de race af.

Voor Eddy Merckx, de Belgische coach, kwam de malaise in het Nederlandse gezelschap niet onverwacht. 'Wat bezielden ze toch', vroeg de 'kannibaal' van weleer zich hardop af, 'om zo kort voor de start te arriveren? De Fransen, die het goed deden, en ook Greg LeMond kwamen vrijdag hier. Dat was de uiterste limiet. Iedereen weet toch dat je ten minste een volledige dag in Japan moet doorbrengen voordat je een beetje op verhaal bent? Om daar achter te komen heb ik echt geen dokter of een andere geleerde nodig.' De succesrijke Belgen kwamen afgelopen dinsdag in Japan aan. Kopman Claude Criquielion en de zijnen stuitten meteen op het grote probleem, dat een aantal andere landen (waaronder Nederland) had weerhouden in een vroeg stadium naar het verre oosten te reizen: de trainingsmogelijkheden. Merckx renners gingen op zoek naar stille wegen om het drukke links rijdende Japanse verkeer te ontlopen. Aanvankelijk zonder resultaat, want op de ontdekte paadjes in de bergen reden ze de eerste dag zeventien banden stuk. Dat vormde de reden het oefenterrein toch maar te verleggen naar beter begaanbare, maar gevaarlijkere routes.

Entreeprijs

De Italianen vertoefden al sinds 24 augustus in Utsunomiya. De Azzurri, wier hotel was omgedoopt in Casa Italia, trainden vrij ongestoord in een gigantisch park. Ze moesten daarvoor wel telkens entree betalen. Honderd yen (f.1,25) per fietser en 950 yen (ruim duizend gulden) voor de volgauto. De investering bleek de moeite waard, want de Italiaanse profs verschenen in optima forma aan de WK-start. Samen met de Belgen drukten zij een belangrijk stempel op de enerverende titelstrijd.

Toch liep het, door verdeeldheid, in de finale voor de Italianen verkeerd af. Als Maurizio Fondriest en Claudio Chiappucci, beiden deel uitmakend van het eerste peloton, minder aan hun eigen belangen hadden gedacht en zich geheel hadden opgeofferd voor hun kopman Gianni Bugno, dan was de laatste waarschijnlijk tot wereldkampioen gekroond. En niet Dhaenens, die nu met zijn landgenoot Dirk de Wolf nog net buiten de greep van de jagende volgers bleef.

    • Guido de Vries