Utrecht vindt rijksbijdrage te laag

DEN HAAG, 3 sept. De gemeente Utrecht vindt de rijksbijdrage van 10,9 miljoen uit het Gemeentefonds voor de financiele problemen van de stad 'een druppel op een gloeiende plaat'.

Het bedrag is bedoeld als aanvullende steun om het gat in de begroting 1989 te dichten.

De beheerders van het Gemeentefonds, de staatssecretarissen De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) en Van Amelsfoort (financien), verwijten het Utrechts gemeentebestuur te zijn 'ontspoord' bij de uitgaven aan stadsvernieuwing en volkshuisvesting, die hebben geleid tot een tekort van 350 miljoen gulden. De bewindslieden menen dat de rijksbijdrage van 10,9 miljoen voldoende is om te voorzien in de normale uitgaven.

Daarbij stellen zij wel een aantal voorwaarden. De gemeente zal de komende vier jaar tien miljoen extra moeten bezuinigen. Bovendien moet door een verhoging van de gemeentelijke belastingen nog eens tien miljoen worden opgebracht. De eigen investeringen van de gemeente in de stadsvernieuwing moeten voorts omlaag. Met dat besluit menen de staatssecretarissen in overeenstemming te handelen met de aanbevelingen van de Inspectie Financien Lagere Overheden (IFLO), die in maart naar buiten kwam met de problemen van Utrecht. De gemeente liet indertijd weinig heel van het rapport. Ook nu verwijst Utrecht naar het College voor de Gemeentefinancien, die het rapport van de Inspectie onduidelijk heeft genoemd en niet de conclusie van de Inspectie wilde delen dat een dergelijke saneringsbijdrage 'adequaat moet worden geacht'. B en W menen dat de overheid de gemeente tegemoet dient te komen bij de tekorten in de stadsvernieuwing en het grote tekort aan woningen in de stad. Het gemeentebestuur vindt het teleurstellend dat de bewindslieden van binnenlandse zaken en financien extra ombuigingen en tariefsverhogingen eisen. Er is de afgelopen jaren al fors bezuinigd, de gemeente heeft veel eigen inkomsten en de voorzieningen voor de burgers zijn in vergelijking met andere gemeenten niet uitgesproken royaal. Het rijk kan naar de mening van B en W onmogelijk dergelijke eisen stellen als het zelf niet in staat is met meer dan 10,9 miljoen 'als eerste aanzet voor een oplossing' te komen.