Sovjet-regering heeft problemen van volksgezondheid enmilieuvervuiling veel te lang ontkend

ROTTERDAM, 3 sept. Wie zich 'Michael Strogoff, de koerier van de tsaar' een van de meesterwerken van Jules Verne herinnert en zich dan het Russische landschap probeert voor te stellen, denkt aan eindeloze ongerepte laagvlakten, uitgestrekte berkenbossen, toendra's en brede stromen die de koerier van de tsaar moest overwinnen om uiteindelijk Irkoetsk te bereiken.

Datzelfde Irkoetsk behoort nu tot de 68 meest vervuilde steden in de Sovjet-Unie. Het nabijgelegen Bajkal-meer, de grootste en diepste zoetwaterplas in de wereld, is bovendien zo ernstig vervuild dat daaruit bijna alle leven is verdwenen.

Milieugegevens over de Sovjet-Unie (544 keer zo groot als Nederland, achttien keer zoveel inwoners en een bevolkingsdichtheid van 11,9 inwoners per km) werden tot voor kort streng geheim gehouden. Ecologische problemen werden door de Sovjet-Unie net als door andere socialistische landen als typisch 'kapitalistische ziekten' gezien, zegt prof. drs. W. J. Kakebeeke, directeur van de directie internationale milieuzaken van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer in Den Haag. Reden waarom Oosteuropese landen zich ook pas betrekkelijk laat aansloten bij in 1972 opgerichte VN-milieuorganisatie UNEP (United Nations Environmental Program). Als vertegenwoordiger van minister Alders (VROM) was Kakebeeke onlangs in Moskou. Hij sprak daar over een nog dit jaar te ondertekenen milieu-overeenkomst tussen Nederland en de Sovjet-Unie en kreeg toen een exemplaar in handen van het Report on the State of the Environment in the USSR (Moskou, 1989). Dit Engelstalige rapport, opgesteld door het Russische Staatscomite voor natuurbescherming en tal van ministeries, instituten en statistici, is niet alleen alarmerend van toon, maar ook uiterst openhartig van opzet en inhoud. De opstellers vinden het begrijpelijk dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog, toen de wapenindustrie en andere zware bedrijfstakken moesten worden opgebouwd, aan volksgezondheids- en milieubelangen geen aandacht werd gegeven en dat de overheid daar ook in de eerste naoorlogse jaren nauwelijks toe in staat was. Maar daarna had het wel gemoeten, vinden zij. Toen stuitten natuur- en milieubescherming op zo'n ondoordringbaar bureaucratisch bolwerk dat er nu maar een oplossing is: een radikale beleidshervorming op economisch, industrieel en ecologisch gebied.

In het rapport wordt eerst de stand van zaken met de lucht- en atmosferische vervuiling besproken. En vervolgens de verontreiniging van zeeen, oceanen en binnenwateren, alsook een groot aantal regionale problemen. Met daarbij als conclusie dat slechts de poolgebieden in Noordoost-Siberie nog betrekkelijk schoon zijn, ook al is ook daar luchtvervuiling gemeten. De centrale overheden krijgen er stevig van langs. Vrijwel geen enkel ministerie zou het volksbelang in de gaten houden; de zorg voor de volksgezondheid zou stelselmatig zijn verontachtzaamd en de schadelijkheid van industriele en agrarische vervuiling veel te lang ontkend. Met als gevolg dat bij voorbeeld in de republieken Azerbajdzjan, Armenie, Moldavie en Oezbekistan concentraties van het pesticide DDT in de bodem voorkomen die vijf maal zo hoog liggen als officieel is toegestaan. DDT mag in de EG sinds het begin van de jaren zeventig nergens meer worden gebruikt. In Novosibirsk zou deze vorm van milieuvervuiling zelfs 120 maal boven de toegestane norm uitkomen. Een nog veel ernstiger milieuprobleem had de Sovjet-Unie met de catastrofe van de kerncentrale in Tsjernobyl (april 1986) die niet alleen alleen in eigen land maar ook in een groot aantal Noord-, Midden- en West-Europese landen tot een sterke verhoging van radioactieve straling heeft geleid. Anno 1990 kampt een groot deel van de Oekraine nog steeds met ernstig 'technische en sociale problemen' daarvan.

Een ander probleem is de vermindering van de bodemvruchtbaarheid. In een kwart eeuw is de vruchtbaarheid door onder meer overvloedig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen met gemiddeld veertien procent teruggelopen; in het Zwarte Zeegebied zelfs met 25 procent. Verder is op regionale schaal sprake van ernstige chemische luchtvervuiling en kampt het hele land met ziekten en epidemien als gevolg van het feit dat huishoudelijk afval voor 97 procent ongecontroleerd wordt gestort. Van niet minder betekenis is de vervuiling van de Oostzee, de sterke reductie (achttien procent in de jaren 1985-1988) van de visstand en het feit dat het Aralmeer in de Centraalaziatische republieken Kazachstan en Oezbekistan totale uitdroging nabij is. Volgens het rapport lijdt de bevolking (287 miljoen in 1988 tegen 241 miljoen in 1970) direct en sterk onder de gevolgen van de milieuvervuiling. Aangetoond zou zijn dat in industriegebieden meer mensen dan normaal aan kanker, hart- en vaatziekten en longontsteking sterven. In landbouwstreken als Armenie en Toerkmenie, waar veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, ligt de sterfte van kinderen onder de zes jaar bijna vijf maal zo hoog als in andere gebieden het geval is. Voor de hele Sovjet-Unie geldt bovendien dat als gevolg van de milieuvervuiling slechts een op de vijf lagere schoolkinderen niet meer volkomen gezond van lijf en leden is.

Het rapport zegt dat de Sovjetbevolking de milieu-ellende niet langer pikt, dat het aantal semi-overheids- en particuliere milieu-organisaties, waarvan men overigens niet individueel lid kan worden, zich sterk uitbreiden en dat er steeds meer aan milieuvoorlichting en -educatie wordt gedaan. Verder wordt geconstateerd dat miljoenen roebels die voor water- en luchtzuiveringsprojecten zijn uitgetrokken voor een groot deel (veertig procent) niet worden uitgegeven; kortom dat de laatste jaren op milieugebied vrijwel geen enkele vooruitgang is bereikt. Uitzondering daarop vormt het beleid van het ministerie voor hydrologie en meteorologie. Dat zou sinds 1972 nogal succesvol zijn opgetreden bij de beperking van grootstedelijke emissies van CO (kooldioxyde), SO (zwaveldioxyde) en NO(x) (stikstofoxyden). Desondanks is het probleem van de luchtvervuiling allesbehalve opgelost. Vooral in een groot aantal Siberische steden is de vervuiling in het bijzonder bij stil weer zeer ernstig. Dat is ook het geval in Archangel aan de Witte Zee en in de westelijke grensgebieden. Twintig procent van de luchtverontreiniging daar zou uit het buitenland (vooral uit Polen en Tjechoslowakije) afkomstig zijn, zoals is vastgesteld door middel van het in 1979 opgerichte Europese meetnet van grensoverschrijdende luchtvervuiling. Waar het de Sovjet-Unie vooral aan ontbreekt is kostbare zuiveringsapparatuur. Soms wordt de smogvorming zo ernstig dat fabrieken wekenlang worden stilgezet maar opnieuw in bedrijf worden genomen omdat de economie verdere stagnatie niet kan lijden. Ze produceren dan weer evenveel vuil als daarvoor. Ook met het milieumanagement en de kennis van schone technologieen zou het slecht zijn gesteld. De Sovjet-autoriteiten streven daarom naar uitbreiding van internationale milieuovereenkomsten. Op het ogenblik bestaan die met Belgie, Finland, Frankrijk, Groot-Britannie, Noorwegen, West-Duitsland, Zweden, de DDR en Tsjechoslowakie. Met de Verenigde Staten wordt bovendien in dertig projecten samengewerkt. Met Argentinie, Brazilie, China, Iran, Japan en Nederland zullen zulke overeenkomsten binnenkort worden gesloten.

Volgens professor Kakebeeke van VROM gaat het bij de Nederlandse overeenkomst met de Sovjet-Unie om een memorandum of understanding. Dergelijke overeenkomsten heeft Nederland op milieugebied ook met Polen en Hongarije gesloten. Zo'n memorandum heeft niet het karakter van een officieel verdrag, maar behelst een aantal afspraken over de export naar de Sovjet-Unie van Nederlandse kennis op het gebied van de beheersing van lucht- en waterkwaliteit.

    • Frits Groeneveld