Ruimtegebrek troef bij begin van studiejaar op hogeschool

ROTTERDAM, 3 sept. De drie studenten staan wat aarzelend bij de deur van de kantine. Naar binnen gaan of niet. Ze blijven buiten. 'Het zijn alleen maar hotemetoten', zegt de een. En een ander, wijzend naar de paar tafels met glazen: 'De bobo's zorgen in elk geval goed voor zichzelf'. Het is vrijdagmiddag en het loopt tegen vijven. In het gebouw van de Utrechtse Hogeschool Midden-Nederland droomt de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad drs. M. L. Snijders voor zo'n zestig bestuurders en docenten aan de hoeveelheid glazen te zien is er duidelijk op meer belangstelling gerekend over de geneugten van zijn eigen ruime academische vorming.

Hij pleit voor het instandhouden van een grote studievrijheid en wijst verkorting van de tijd waarop studenten aanspraak hebben op studiefinanciering (tot vijf jaar) om die reden van de hand. Ook de voorzitter van het college van bestuur, dr. W. C. Weeda, vraagt meer aandacht voor de sociaal-culturele dimensie van het onderwijs.

De hogescholen, sinds enkele jaren ook officieel onderdeel van het hoger onderwijs, willen in veel opzichten op de universiteiten lijken. Zo wordt het studiejaar aan een toenemend aantal hogescholen plechtig geopend. Het gaat er daarbij gemoedelijk aan toe. Zoals in de Utrechtse kantine waar geen stoet hoogwaardigheidsbekleders was te bekennen, maar de sprekers gewoon met de gasten binnenkwamen.

De situatie in Utrecht was uitzonderlijk omdat deze hogeschool een van de weinigen is die het lukt een redelijk groot aantal genodigden in eigen huis te ontvangen. De dag ervoor was de Hogeschool van Amsterdam nog gedwongen geweest naar het Concertgebouw uit te wijken. In Enschede moest de stadschouwburg uitkomst bieden, in Breda, Vlissingen en andere steden de kerk.

In Amsterdam legde staatssecretaris Simons (volksgezondheid) na de koffie in de foyer de 150 aanwezigen uit dat de betere opleidingen voor de medische sector alleen zoden aan de dijk zetten als iedere beroepsbeoefenaar ook regelmatig wordt nageschoold. Daarom moeten, aldus Simons, de studenten straks actief in hun beroepsorganisaties worden. Maar de studenten hebben dat niet gehoord: in Amsterdam was er geen enkele in de zaal te bekennen. Net zo min als in Utrecht, overigens. Maar bij de universitaire plechtigheden zijn ook alleen maar studenten aanwezig als een studentenvereniging het leuk vindt ze zo te ontgroenen.

    • Quirien van Koolwijk