Planbureau: welvaart niet hoog

ROTTERDAM, 3 sept Het is een gemengd rapport dat het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag aan de Nederlandse samenleving heeft uitgereikt. Het gaat wel goed met ons verzorgingsstaatje, maar het zou een stuk beter kunnen. Woningbouw en gezondheidszorg krijgen goede cijfers, maar met het besteedbaar inkomen, de criminaliteit, de werkloosheid en de arbeidsongeschikten is het slechter gesteld.

De tweejaarlijkse rapporten van het SCP geven de stand van zaken op een groot aantal maatschappelijke terreinen: gezondheid en sociale dienstverlening, arbeid, sociale zekerheid, wonen, onderwijs, vrije tijd, media, cultuur, justitie en strafrechtspleging. Voor het eerst heeft het SCP dit jaar een groot aantal internationale vergelijkingen gemaakt. Dat kan wel eens ontnuchterend werken. Zo is de welvaart in ons land niet hoog. Als het Bruto Binnenlands Produkt per hoofd van de bevolking gecorrigeerd wordt voor het prijspeil, bevindt Nederland zich onderin de middenmoot. Het SCP stelt de koopkracht van de Nederlanders op 100. Italie (101), het Verenigd Koninkrijk (105), Denemarken (106), Frankrijk (106), West-Duitsland (110), Japan (111), Zweden (115) en de Verenigde Staten (152) hebben allemaal per hoofd van de bevolking meer te besteden. Belgie (98), Spanje (73), Ierland (64), Griekenland (53) en Portugal (53) zitten lager.

De uitgaven voor ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn in ons land hoog. Het aantal arbeidsongeschikten is volgens het SCP tussen 1968 en 1988 vervijfvoudigd en nu op weg naar het miljoen. De redenen daarvoor zijn, behalve de groei van de beroepsbevolking en de verruiming die de invoering van de AAW bracht, een ruimer ziektebegrip, zwaardere arbeidsomstandigheden en een verslechtering van de concurrentiepositie van gehandicapten op de arbeidsmarkt.

Het SCP signaleert dat de werkgelegenheid in ons land sinds 1984 weer toeneemt. Het aantal werklozen daalde van zo'n 430.000 in 1988 tot 390.000 in 1989. Die ontwikkeling wordt echter overschaduwd door de groei van het percentage langdurig werklozen: in 1986 had 15% van alle werklozen langdurig geen werk, in 1989 liep dat percentage op tot 18. Ons land slaat daarmee internationaal een slecht figuur. Onder etnische minderheidsgroepen ligt de werkloosheid drie tot vijf maal zo hoog als bij autochtone Nederlanders. Vrouwen werken in vergelijking met andere Europese landen nog steeds weinig in Nederland.

Ondanks de hardnekkige problemen in de samenleving zijn de Nederlanders volgens het rapport optimistisch over de economische situatie. Ze stellen weer hogere eisen aan het eigen inkomen en ook de sociale uitkeringen mogen wat hen betreft wel weer stijgen.

De criminaliteit in Nederland was in de jaren zeventig lager dan in andere landen, maar in het decennium dat daarop volgde kwam ons land op Westeuropees niveau. Nederland is koploper op het gebied van fietsendiefstallen en inbraken. Afgezien daarvan, en ook afgezien van het lagere aantal autodiefstallen hier, vertoont Nederland een vrij grote overeenkomst met West-Duitsland. De jeugdcriminaliteit vertoont volgens het SCP een dalende tendens. Het percentage opgehelderde misdrijven daalt in alle landen, maar in Nederland sterker. In straftoemeting verschilt Nederland nogal met andere landen: de kans dat het niet tot een berechting komt is bijna nergens zo hoog als hier en de straffen zijn milder. Nederland kent dan ook met 36 het laagste aantal gedetineerden per 100.000 inwoners. In de meeste andere landen ligt dat aantal twee keer zo hoog. In het onderwijs bestaan volgens het SCP nog steeds aanzienlijke verschillen in schoolprestaties tussen kinderen uit verschillende sociale milieus. Die verschillen zijn er al op vierjarige leeftijd, en nemen in de loop van de schoolloopbaan toe. Het beleid om de ongelijkheid tegen te gaan is tot dusverre weinig succesvol, stelt het SCP vast. In het algemeen stemt de effectiviteit van het beleid tot nadenken, stelt het SCP. Het bureau spreekt van 'te groot optimisme' en 'onvoldoende analyse van de problemen' en vraagt zich af of een 'zekere overproduktie van beleid niet zelf onderdeel uitmaakt van de onoplosbaarheid van problemen'. Maar er staat ook goed nieuws in het Sociaal- en Cultureel Rapport. Zo zijn Nederlanders in vergelijking met andere Europeanen goed gehuisvest. De woningvoorraad is de jongste van de EG, het gemiddeld aantal kamers is hoog, driekwart van de woningen heeft centrale verwarming en woningen zonder bad of douche komen vrijwel niet meer voor. Ook in vrijetijdsbesteding geven we de toon aan. Geen volk maakt zoveel buitenlandse vakantiereizen als wij en met de Denen en de Westduitsers geven we het meest uit aan vrijetijdsgenoegens. De boekenproduktie per duizend inwoners behoort tot de hoogste in de EG en Nederland kent samen met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk het hoogste percentage regelmatige krantelezers. Televisie kijken neemt de laatste jaren iets af, maar het lezen heeft daar niet duidelijk van kunnen profiteren. De belangstelling voor de bioscoop en de schouwburg is hier relatief laag, die voor musea hoog. Nederlanders worden gemiddeld 76,8 jaar oud en na Zwitserland en Zweden nemen we daarmee een derde plaats in.