Per jaar ruim vier miljoen zieken door giftig voedsel

BILTHOVEN, 3 sept. Jaarlijks lopen 4,5 miljoen Nederlanders een voedselvergiftiging op. Hiervan zijn er 225.000 zo ernstig dat er een dokter bij wordt geroepen. Dit blijkt uit een langlopend onderzoek dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygi'ene (RIVM) uitvoert. Hierbij wordt nauw samengewerkt met huisartsen en streeklaboratoria.

Dit onderzoek zal de komende jaren worden uitgebreid, aldus R. van Noort, directeur-generaal van het RIVM bij de presentatie van het jaarverslag over 1989. Hierbij zullen zowel de infectiekringlopen binnen de intensieve veehouderij worden onderzocht, als de moderne ontwikkelingen in het bereiden van voedsel in het huishouden.

In de hele wereld neemt de commerciele belangstelling voor vaccins af. Ontwikkeling en produktie van vaccins is een van de hoofdtaken van het RIVM. Samen met de vier Scandinavische zusterinstituten wil het binnenkort commercieel onrendabele vaccins gaan ontwikkelen voor de derde wereld. Van Noort verwacht dat internationale organisaties hiervoor geld beschikbaar zullen stellen.

Binnenkort zal vaccinatie mogelijk zijn tegen een van de vormen van bacteri(F)ele hersenvliesontsteking (Haemophilus Influenzae). Deze aandoening treedt in Nederland per jaar bij drie- tot vijfhonderd kinderen op en veroorzaakt tientallen sterfgevallen. Het RIVM onderzoekt op het ogenblik de mogelijkheden om het vaccin tegen deze vorm van hersenvliesontsteking te combineren met de bekende DKTP-prik.

De analysecapaciteit voor dioxinemonsters zal in de loop van dit jaar verdubbelen tot duizend per jaar. De vraag naar dioxine-onderzoek neemt echter nog steeds toe, zodat de analysecapaciteit een beperkende factor blijft bij het onderzoek, aldus N. van Egmond, directeur chemie en fysica. Door kennis overdracht aan andere instituten moet de capaciteit verder toenemen.

De afgelopen twee jaar heeft het instituut in opdracht van het ministerie van VROM ongeveer 150 bestrijdingsmiddelen op hun milieu-effecten beoordeeld. Het gaat om middelen die al voor 1975 op de markt waren. Het bleek dat twintig procent van de stoffen in te hoge concentraties in het grondwater terecht komt en dat 25 procent langer dan twee maanden aanwezig blijft in de grond. Vooral triazines en ureumverbindingen zijn de boosdoeners. Onderzoeker J. Canton verwacht dat veel van deze middelen op grond van het onderzoek zullen worden verboden.