Nederland bepleit voor 42 armste landenschuldkwijtschelding

DEN HAAG, 3 sept. Nederland wil op een conferentie van de Verenigde Naties over de minst-ontwikkelde landen deze week in Parijs een pleidooi houden om hun schuldenlast te verlichten. De buitenlandse schuld van deze 42 armste landen bedraagt 80 miljard dollar. Het betreft uitsluitend schulden aan Westerse overheden en internationale instellingen.

In Parijs moeten volgens minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) de rijke landen een initiatief nemen om overheidsschulden af te schrijven in ruil voor een economisch herstelplan dat deze arme landen zich zelf opleggen. Nederland is bereid ongeveer honderd miljoen gulden ter beschikking te stellen voor schuldenverlichting. Nederland heeft in het verleden al overheidsschulden kwijt gescholden maar zou graag zien dat dit op grotere schaal ook door andere rijke landen gaat gebeuren.

Daarnaast moet op de conferentie in Parijs zekerheid komen over het hulpbedrag dat de minst ontwikkelde landen in de toekomst zullen ontvangen. Aan de vooravond van de UNCTAD-conferentie in Parijs vroegen vertegenwoordigers van deze landen aan donoren om 0,15 procent van hun bruto nationaal produkt ter beschikking te stellen. Het streefgetal werd in 1981 vastgesteld op 0,15 procent maar in werkelijkheid bedraagt het 0,09 procent van het bnp van donorlanden. Frankrijk wil voorstellen het nieuwe streefgetal van 0,15 procent in 1995 te halen.

Het merendeel van de 42 ontwikkelingslanden, waarvoor speciale aandacht wordt gevraagd door de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD), ligt in Afrika. De regeringen van deze landen worden geconfronteerd met structurele hindernissen, zoals fysisch milieu, geografische ligging, schaarse natuurlijke hulpbronnen, snelle bevolkingsgroei en ongunstige klimaatsomstandigheden. In deze landen leven 500 miljoen mensen met een gemiddeld jaarinkomen van 250 dollar of minder. Het analfabetisme is hoog. Het aandeel van de industrie in het nationale inkomen komt uit op maximaal 10 procent. De export van de 42 landen bedraagt niet meer dan 0,3 procent van de wereldhandel, minder dan een kwart van de export die deze landen in 1960 nog hadden.

Bij het herstelplan dat de arme landen zichzelf opleggen, moeten zij wel aan bepaalde voorwaarden gaan voldoen om voor meer hulp in aanmerking te komen. Nederland wil niet dat de harde aanpassingnormen, zoals IMF en Wereldbank die in het verleden hebben toegepast, opnieuw zouden gaan gelden. Soms stonden die regels volgens Ontwikkelingssamenwerking groei in de weg.