Kerken moeten onrecht onverbloemd bij de naam noemen

In 'Dezer dagen' van 28 augustus stelt mr. J. L. Heldring mij een paar indringende vragen. Dit naar aanleiding van een column in HN-magazine waarin ik vroeg om een nieuwe bezinning op de aard van het politieke spreken van de kerken. Ik vind het de moeite waard om op zijn vragen in te gaan.

Ik begin met zijn laatste vraag. Inderdaad spreekt die mij als theoloog aan. De bijbel wordt geciteerd. Jezus zegt tegen de redderende Martha: 'Gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel gekozen'.

Past deze vermaning ook de kerken? Op die vraag van Heldring zeg ik volmondig ja. Wat doet Maria? Ze schaart zich bij de mannen in het leerhuis van Jezus. Ongehoord voor een vrouw in die tijd. Geen wonder dat feministische theologen aan dit verhaal een emancipatorische betekenis toekennen. Wat gebeurt er in het leerhuis? Daar hoor je de woorden om die te leren doen. De woorden horen is de woorden doen, zegt de joodse traditie. Dabar betekent woord en zaak. Wat zijn de woorden? Kort samengevat: 'Zoekt eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid'. Een theoloog uit de derde wereld zei eens tegen mij: 'Onze regering vindt het prachtig als we Gods Koninkrijk zoeken, maar buitengewoon vervelend als we zijn gerechtigheid gaan zoeken'.

Die gerechtigheid heeft namelijk grote politieke en sociale consequenties. De profeten van Israel gingen die bepaald niet uit de weg. Zo zijn de kerken niet alleen gerechtigd, maar ook geroepen om aan de politiek rakende uitspraken te doen wanneer de gerechtigheid in het gedrang komt. Ik ben daar in mijn artikeltje ook duidelijk in geweest. De kerken 'zullen moeten opkomen voor mensen in de knel en onverbloemd het onrecht bij de naam noemen'. Om die gerechtigheid ging het bij het standpunt over kernbewapening, de apartheid in Zuid-Afrika, de rechten van het Palestijnse volk. Het verzet tegen de plaatsing van de kruisraketten, het opschorten van de dialoog met de kerken die de apartheid theologisch fundeerden en het pleidooi voor erkenning van de PLO waren daar de consequenties van. Dat zijn zaken die niet horen bij de dingen van de dag, maar die voor de kerken uitvloeisel zijn van dat ene nodige. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor het protest tegen de verarming in Nederland en het pleidooi voor een ruimhartig asielbeleid.

Ik beweer niet dat het onfeilbare uitspraken waren of dat er verder niet over te discussieren valt. Maar ze vallen naar mijn overtuiging wel onder het door het evangelie geboden zoeken naar gerechtigheid. De toepassing van Jezus' woorden op de kerken zou dus voor mij zijn: kerken, maak je niet zo druk en bezorgd over je eigen voortbestaan, maar zoek eerst Gods Koninkrijk (de door God bedoelde ordening op aarde) en zijn gerechtigheid.

Vermoedelijk gaf het woord 'dingen van de dag' aanleiding tot misverstanden. Heldring heeft het verstaan als aards-politieke zaken. Ik bedoelde: actualiteiten die morgen achterhaald kunnen zijn. En ook: details die arbitrair zijn. Mijn persoonlijke ontboezeming werd ingegeven door vragen om een reactie van de Raad van Kerken op de Golfcrisis. Met op de achtergrond de verrassende ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa dacht ik: we kunnen alleen maar wat zeggen als we enig zicht hebben op de ontwikkelingen en als we een wezenlijke bijdrage kunnen leveren. Dat bedoelde ik met terughoudendheid en bescheidenheid.

Doorgaans spreekt de Raad van Kerken alleen als er om gevraagd wordt: door slachtoffers, door zusterkerken elders, door organisaties of groepen die zich ergens voor inzetten. Er komen nogal wat van dergelijke verzoeken binnen. Na een leerproces van jaren in het omgaan met politieke en sociale kwesties lijkt een goede bezinning op de vraag waar we wel of niet op moeten ingaan, wanneer en hoe, voor de hand liggend.

Kerken zijn alleen van dienst met hun uitspraken als (de criteria leen ik van de in Heldrings artikel ook geciteerde dr. Ph. Evers) er waarden onder tafel dreigen te raken, een discussie binnen de geloofsgemeenschap is vastgelopen of bij een besluitvorming naar hun inzicht grote fouten (dreigen te) worden gemaakt. Er zijn momenten en situaties waarin de kerken met grote klaarheid hun geluid moeten laten horen. Bescheidenheid en terughoudendheid in andere zaken zal de kracht van die getuigenis versterken.

Tenslotte: natuurlijk weet ook ik dat produktiviteit of contraproduktiviteit geen doorslaggevend criterium is voor kerkelijk spreken en handelen. Het gaat om waarheid, zegt Heldring. En ik voeg daaraan toe: en om wijsheid. Je wilt met wat je zegt ook iets bereiken. Terwille van de gerechtigheid.