Kapitein Lynch

Er is jarenlang strijd gevoerd om uit te maken welke persoon zijn naam gaf aan het woord lynchen. De eerste kandidaat was James Lynch Fitz-Stephens, burgemeester van het Ierse dorpje Galway. Lynch kreeg in 1793 een Spaanse jongeman te logeren die prompt verliefd werd op de verloofde van zijn zoon. Uit blinde jaloezie bracht laatstgenoemde de Spanjaard om, waarop Lynch zich voor de taak gesteld zag om over zijn zoon te vonnissen. Hij veroordeelde hem ter dood en hing hem daarna zelf op, volgens sommigen uit het raam van zijn eigen huis. Lynch trok zich vervolgens terug en stierf in eenzaamheid.

De tweede kandidaat was Charles Lynch (1736-1796) uit Bedford County in Virginia. Charles was een invloedrijk man in zijn gemeente en werd in 1766 benoemd tot politierechter. Belangrijke zaken werden afgehandeld in het tweehonderd kilometer verderop gelegen Williamsburg, maar tijdens de Vrijheidsoorlog besloot Charles na ampele overweging om aanhangers van de Engelsen voortaan zelf te berechten. Vervoer naar Williamsburg bracht het risico met zich mee dat ze onderweg door tegenstanders werden bevrijd.

Lynch sprak recht aan de lopende band. Werd iemand schuldig verklaard, aldus een woordenboek uit 1899, 'dan bond hij aan hem een notenboom, die, naar men zegt, nog bestaat, deed hem 39 zweepslagen toedienen en liet hem eerst loopen, nadat hij: 'Leve de vrijheid!' had geroepen.' In 1782 werd het optreden van Lynch door een commissie onderzocht. Het was allemaal niet volgens het boekje verlopen, concludeerde men, maar het dreigende gevaar rechtvaardigde de toepassing van de Lynch Law en de politierechter ging vrijuit.

Het bestaan van een verband tussen het woord lynchen en de Ierse burgemeester James Lynch Fitz-Stephens werd al snel verworpen, maar Charles Lynch wordt nog steeds in talloze naslagwerken, inclusief de Dictionary of American Biography, als naamgever aangewezen.

De publikatie in 1908 van de dagboeken van de Amerikaanse ingenieur en sterrenkundige Andrew Ellicot (1754-1820) leverde volgens onder meer de Oxford English Dictionary het definitieve bewijs dat lynchen in werkelijkheid zo heet naar de man die sinds een eeuw als andere serieuze kandidaat wordt genoemd: kapitein William Lynch (1742-1820) uit Pittsylvania County in Virginia.

Deze kapitein maakte in 1776 met zijn buren de afspraak om schurken die door de autoriteiten niet werden aangepakt, zelf een lesje te leren. Dit betekende in de praktijk dat zo'n 'schurk' net zoveel zweepslagen kreeg als Lynch en zijn mannen in overeenstemming achtten met de gepleegde misdaad.

William werd in 1788 lid van het parlement van Virginia en verhuisde tien jaar later naar South-Carolina. Daar kreeg hij in 1811 bezoek van ingenieur Ellicot, die vervolgens in zijn dagboek schreef: 'William Lynch was de maker van de bekende Lynch Law die tot een paar jaar geleden zo vaak in praktijk werd gebracht in de zuidelijke staten. (...) Mr. Lynch vertelde me dat hij nooit, in geen enkele zaak, de opdracht had gegeven tot de doodstraf. Sommigen, zo moest hij toegeven, waren in de praktijk opgehangen maar dan niet op de gewone manier. Degene die dood moest werd op een paard gezet, met zijn handen vastgebonden op zijn rug. Het touw om zijn nek werd aan een boomtak boven zijn hoofd gebonden. Het slachtoffer werd vervolgens zo achtergelaten en wanneer het paard zich uit honger of om een andere reden verplaatste, the unfortunate person was left suspended by the neck - this was called aiding the civil authority.' Het was dus kapitein William Lynch die het lynch-gerecht uitvond, maar zeker is ook dat politierechter Charles Lynch bijdroeg aan de snelle verspreiding van het woord, dat al sinds 1872 voorkomt in Van Dale.

    • Ewoud Sanders