Ir. A. de Zeeuw, advisuer van Braks; 'Topdog' van mondialelandbouwdiplomatie

Tijdens de economische wereldtop in Houston was hij het gesprek van de dag: 'De Zoe good', 'De Zoe no good'.

Ingenieur A. de Zeeuw, internationaal onderhandelaar in landbouwzaken, wist het overleg tussen Europa en Amerika in rustiger vaarwater te sturen. Een 'procesbeinvloedende'.

lnemer aan een 'permanent sherrygesprek'. De twaalf dagen die A.(Aart) de Zeeuw in zijn leven achter de tralies doorbracht, zijn voor zijn eeneiige tweelingbroer D.

(Dick) de Zeeuw in een opzicht altijd een raadsel gebleven. Het geschiedde in 's Gravenhage, in 1940. Huize De Zeeuw was in rust, totdat zich enige Duitse officieren aan de voordeur meldden. Zijn tweelingbroer herinnert zich dat ze met z'n drieen door de nazi's werden opgepakt: hij, Aart en een vriendje van Aart. 'Ik werd volkomen verrast', zegt Dick de Zeeuw. 'Ik zat te lezen. Mijn broer en zijn vriend deden iets in de voorkamer. Ineens waren daar de Duitsers. Ze stopten ons nog in de Scheveningse gevangenis ook.' Eenmaal in de cel werd het Dick de Zeeuw duidelijk waarom de nazi's tot hun actie waren overgegaan. Vanuit de voorkamer had 'rotmof!' geklonken toen de officieren het vergeefs probeerden aan te leggen met een paar jonge vrouwen. 'Aart heeft me nooit willen vertellen wie 'rotmof' had geroepen. Ook niet toen we weer vrij waren.' Aart de Zeeuw komt nu alsnog over de brug. 'Ik was het', zegt hij. Later zou een dergelijke verbale onhandigheid hem nog maar zelden overkomen. Juist zijn altijd subtiele woordkeus, zijn immer strategische inslag, zijn stabiele zoniet saaie en brave levenstred, maakten van hem de uiterst succesvolle internationale landbouw-onderhandelaar die hij nu is.

Hoe invloedrijk zijn positie is, bleek tijdens de recente economische wereldtop in Houston. Daar was De Zeeuw of 'De Zoe', zoals president Bush hem noemde een van de meest besproken figuren. Als voorzitter van de landbouwcommissie van de GATT (de vrijhandelsorganisatie die is gebouwd op de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel) had De Zeeuw een plan bedacht tot verlaging van de landbouwsubsidies in zowel VS als EG. Daarmee zou de al jaren sluimerende landbouwoorlog tussen de twee economische wereldmachten kunnen worden beeindigd. Dat hoopten althans de Amerikanen, die zijn plan openlijk omarmden ('De Zoe good'). Maar de vertegenwoordigers van de Europese Gemeenschap wezen het af ('De Zoe no good'). Zij vonden het te liberaal.

Ten slotte werd afgesproken dat de betrokken partijen zich bij de voortgaande GATT-onderhandelingen, waaraan De Zeeuw zelf leiding geeft, andermaal over de ideeen van de Nederlander zouden buigen. Kort na de economische top wist hij in de GATT een raamakkoord te bereiken, dat in december zodanig moet zijn uitgewerkt dat de ministers tot een akkoord kunnen komen. De Zeeuw heeft derhalve een eerste slag gewonnen, maar de echte strijd wordt de komende maanden geleverd. Deze week is de eindfase van de onderhandelingen begonnen.

Het is zijn laatste grote opdracht. Eigenlijk is hij al met pensioen, maar terwille van het landbouwoverleg werd voor hem een speciale functie geschapen: directeur-generaal van internationale agrarische betrekkingen.

Dat Aart de Zeeuw nu in het middelpunt van de belangstelling staat, terwijl tweelingbroer Dick de krantekolommen nog zelden haalt, lag lange tijd niet in de lijn der verwachting. Zijn 'jonge broertje', zoals Aart de Zeeuw hem pleegt te noemen ze schelen een kwartier , deed zich in de jaren zeventig gelden als een groots en meeslepend opererend KVP-voorzitter, terwijl Aart de Zeeuw de relatieve rust van een baan als topambtenaar van Landbouw verkoos.

Het was en is typerend voor hun uiteenlopende karakters. Weliswaar zijn ze het soort eeneiige tweeling dat op dezelfde momenten dezelfde lichamelijke klachten heeft, volgens Dick de Zeeuw verviel hun karakterologische gelijkenis tijdens de oorlog: hij bracht na een mislukte poging om via Zwitserland in Engeland te komen enige jaren in concentratiekampen door. Zijn broer bleef met moeder achter in Nederland.

In de naoorlogse periode vervolgde Aart de Zeeuw in hoog tempo zijn studie tropische landbouw aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Hij verlangde terug te keren naar Indonesie, een wens die door de politieke omwenteling in die tijd daar werd doorkruist. De tweeling werd in 1924 in Pankalan Brandan geboren, waar vader werkte voor de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM). Ze werden vrijzinnig-hervormd opgevoed. Hun jeugd kreeg vooral kleur door moeder, zegt Dick de Zeeuw: 'Ze was een artieste, geen groots artieste, maar een bijzonder kunstzinnige vrouw.'

Moeder was dominant, vanaf hun achtste kregen ze pianoles. 'We deden ons best, maar ik kan onmogelijk zeggen dat we erg goed waren. We zijn niet erg kunstzinnig aangelegd.' Jeugdvrienden hebben geen herinneringen aan Aart de Zeeuw alleen. 'Die twee waren 'altijd samen', weet A. van der Kloes-Elzinga, een kennis bij wie de tweeling veelvuldig over de vloer kwam. 'Op de HBS bleven ze zelfs in dezelfde klas zitten.' Ze gingen in 1941 dan ook samen naar de Wageningse Landbouwhogeschool, omdat ze, inderdaad, beide sterk waren in de beta-vakken. Vader was inmiddels overleden en moeder verhuisde mee naar Wageningen, waar het huis vaak vol zat met studenten. De oorlog maakte na 1942 studeren onmogelijk.

Na de oorlog koos Aart de Zeeuw voor een baan in de tuinbouw, omdat die sector met haar innovatieve karakter de meeste raakvlakken met de tropische landbouw vertoonde. Via zijn werk op het Rijksconsulentschap voor de Tuinbouw in Naaldwijk kwam hij in 1952 in de VS terecht, een half jaar dat hij zelf 'van grote invloed' noemt. 'Daar liep men vijf jaar op ons voor met de mechanisatie en dergelijke. Dat gaf mij een enorme stimulans.' G. Wansink, die met De Zeeuw bevriend raakte, leerde hem als collega in de VS kennen. 'Een Zelfbewuste vent die graag naar anderen luisterde, maar minder graag beslissingen aan anderen overliet.' Zo'n vijftien jaar later maakte hij op het departement mee hoe De Zeeuw zich een diplomaat-in-de-dop toonde: 'Hij organiseerde 'sherry-gesprekken' om de sfeer op het departement te verbeteren. Dat was bij hem thuis. Hij deed eigenlijk niet veel meer dan goed luisteren, en het werkte. Er werd overigens voornamelijk wijn gedronken.'

De Zeeuw was inmiddels, via het Landbouw Economisch Instituut, op het ministerie van landbouw directeur Tuinbouw geworden. Tien jaar later werd hij een van de twee directeuren-generaal op het departement.

Hij werd benoemd door de toenmalige minister van sociale zaken J. Boersma, in 1973 ook een vijftal maanden minister van landbouw. De Zeeuw was niet de eerste keus: 'Ik zocht naar een PvdA'er omdat de top een eenzijdig confessioneel karakter had. Maar ik kon er geen vinden. Daarna ging het tussen Herman Wijffels, de huidige Rabo-topman, en Aart de Zeeuw. We vonden Wijffels te jong. Zo werd De Zeeuw het, een prettige en deskundige man, die als minpunt had dat hij wat moeilijk tot beslissingen kon komen. Veel mensen vonden hem te aardig.' Die eigenschap kwam hem ook van pas, weet G. Braks, de huidige minister van landbouw, die hem als EG-ambtenaar in 1969 leerde kennen. 'Behalve zijn sterk analytische vermogen is zijn grote kwaliteit het leggen van goede persoonlijke relaties. Zijn bulderende lach komt overal bovenuit. Als ik in Brussel aankom vraag ik niet: heb je De Zeeuw al gezien, maar: heb je De Zeeuw al gehoord?' Braks beaamt dat het voor De Zeeuw 'even wennen' was toen hij in 1980 minister werd, maar de twee raakten goed bevriend. 'Als we het niet over de landbouw hebben, gaat het vaak over zijn Indische afkomst. Dat blijft een bijzondere periode in zijn leven. En uiteraard is de landspolitiek een veel aangeroerd thema: 'Hij was ARP-lid. Of hij CDA-lid is weet ik niet, maar laat ik dit zeggen: problemen met zijn politieke lijn heb ik nooit gehad.'

Broer Dick was na de oorlog katholiek geworden.

De grote internationale belangstelling die De Zeeuw als directeur-generaal aan de dag legde, leverde hem behoudens veel Europese en later mondiale goodwill ook redelijk veel Haagse kritiek op. 'De minister van buitenlandse zaken van het ministerie van landbouw te 's Gravenhage', zoals oud-staatssecretaris A. Ploeg hem schertsend betitelt, was niet altijd even succesvol als het ging om interne departementale aangelegenheden. Zo mislukte de integratie in 1982 van tweehonderd van CRM overgekomen natuur- en milieu-ambtenaren radicaal, hetgeen door collega-topambtenaren wordt verklaard uit de te geringe aandacht die De Zeeuw daaraan besteedde.

Het is niet het enige punt van kritiek. Een zeker opportunisme was hem niet vreemd. En zijn altijd amicale inslag werd door een enkeling later teleurgesteld gezien als onecht. 'Hij kan ontrouw overkomen: uit het oog, uit hart', zegt een goede kennis. Maar in de wereld van de internationale landbouwdiplomatie, het permanente sherrygesprek, is hij onmiskenbaar een 'topdog', zo laten vriend en vijand weten. Niet voor niets waren het nota bene de Amerikanen fervente voorstanders van vrijhandel in de landbouw die De Zeeuw als EG-representant in 1983 voordroegen als voorzitter van de GATT-landbouwcommissie. 'Ze beschouwden hem als een liberale EG-vertegenwoordiger, iemand uit de EG die niettemin positief staat tegenover de vrije markt', zegt J. Schotanus, naaste medewerker van De Zeeuw in Geneve. Tegelijk weet menig deskundige dat zijn flirt met de vrijhandel nogal genuanceerd moet worden opgevat. Daarvoor is hij teveel realist. Over de kans van slagen van zijn laatste grote klus bestaat bij De Zeeuw zelf nauwelijks twijfel. 'Het moet mogelijk zijn de landbouwsteun met 30 tot 40 procent te verminderen, nu de EG al tot 30 procent wil gaan, ' zegt hij. Die vermindering geldt overigens wel ten opzichte van 1986, toen de steun nog 25 procent hoger was dan nu, wereldwijd 160 miljard dollar.' Waar het geheim van zijn succes in schuilt? De Zeeuw denkt dat het hem zit in zijn 'procesbeinvloedende' kwaliteiten. Het klinkt weinig sensationeel, en dat is het ook niet. 'Als je mijn broer kenmerkt als onkreukbaar, als een beetje saai, een beetje braaf', zegt Dick de Zeeuw, 'dan kan ik dat moeilijk weerspreken.'

    • Tom-Jan Meeus
    • Kees Calje