Inkomensverdeling

BIJ HET LANGDURIG touwtrekken in het kabinet over de begroting is, nu de PvdA weer meedoet, zeer veel tijd besteed aan de inkomensverdeling. Het bereikte compromis is er een op de vierkante centimeter: ieder gaat er een half procent op vooruit. Zonder druk van de PvdA zouden de minimum-inkomens er niets bij hebben gekregen, de hogere inkomens een procent. De praktische waarde ervan is niettemin beperkt. De bijstandsmoeder in een slecht geisoleerd huis en in een gemeente met hoge reiningsrechten schiet er bijvoorbeeld weinig mee op.

In de kritiek die de afgelopen dagen op de PvdA was te beluisteren, klinkt duidelijk door dat er zo langzamerhand niet veel behoefte meer is aan gemillimeter over 'inkomensplaatjes'. Heeft de partij dan werkelijk geen betere thema's om zichzelf te profileren dan dit? Is, met andere woorden, deze opstelling een bewijs van onvermogen? Voor veel kiezers zijn de inkomensverhoudingen nauwelijks nog een 'hot issue'. Milieu, werkloosheid en criminaliteit staan veel hoger op de prioriteitenlijst. HET ANTWOORD op die vraag heeft twee elementen. Het ene bestaat uit een tegenvraag: hoe moet een partij zich profileren in een kabinet dat op een zo geweldig brede steun in het parlement rust? Deze brede coalitie is op zichzelf al een uitdrukking van het feit dat in onze maatschappij ten aanzien van zeer veel thema's een grote mate van consensus bestaat. De marges zijn nog smaller geworden dan ten tijde van premier Den Uyl.

In het electorale midden, waar de meeste kiezers zitten, is het flink dringen geworden. VVD-leider Bolkestein beklaagde zich er in zijn eerste rede op het partijcongres niet voor niets over dat de PvdA zo 'rose' was. Hij had liever een ouderwets 'rode' tegenstander gehad; die maakt het voeren van oppositie gemakkelijker. De PvdA had bij deze begrotingsbehandeling dus weinig thema's over, waar nog enige mate van meningsverschil over kon bestaan.

Dat leidt automatisch naar het tweede element: als de PvdA zich niet meer druk zou maken over de inkomensverdeling, wie zou dat dan nog wel hoeven doen? Een rechtvaardige verdeling van inkomens heeft in de Nederlandse politiek altijd een hoge symbolische waarde gehad. Juist in een situatie waarin de verschillen in opvatting steeds kleiner worden, neemt de betekenis van symbolen toe. Een aanzienlijk deel van de sociaal-democratische achterban zou het ook niet hebben begrepen, wanneer de minima waren achtergebleven bij de hogere inkomens. Het hameren op de inkomensverhoudingen blijkt trouwens geen sociaal-democratisch monopolie. Het CDA wil zich traditiegetrouw sterk maken voor gezinnen met kinderen. En de VVD heeft te kennen gegeven nog iets te willen doen voor bejaarden met een klein pensioen en voor alleenstaanden.

NIETTEMIN WEKT dit dagenlange heen-en-weer-gepraat over het inkomensplaatje een merkwaardige indruk als tegelijkertijd de overheid het op allerlei andere terreinen laat afweten. De bewindsman van landbouw is bijvoorbeeld ondanks alle toezeggingen al jaren niet in staat op behoorlijke wijze de naleving van visquota te controleren. Ook na RSV blijken opnieuw honderden miljoenen aan subsidiegelden in een mega-chipproject te kunnen verdwijnen, een project dat niet eens wordt afgemaakt.

Men kan een zeker begrip hebben voor het feit dat de inkomensverdeling zo sterk werd benadrukt in de discussie over de begroting, maar als 'de politiek' anno 1990 niet veel meer te bieden heeft, dan moeten de deelnemers er zich niet over verwonderen dat de opkomstcijfers bij verkiezingen nog verder dalen. Voor de PvdA zou zo'n opstelling bovendien wel eens heel contra-produktief kunnen zijn: het voortdurend hameren op dit thema in vroegerjaren heeft haar positie in Den Haag ook niet versterkt.