De Golf-crisis en de scheve verhouding tussen Noord en Zuid

De Golf-crisis heeft de gehele internationale toestand van de ene dag op de andere danig veranderd. De tweede helft van de jaren tachtig werd gekenmerkt door de offensieve houding van de Westerse mogendheden zowel in het Oosten waar men profiteerde van het verval van het communisme in de Sovjet-Unie en in Oost-Europa als in het Zuiden, waar de Derde wereld verzwakte als gevolg van haar omvangrijke buitenlandse schuld, de daling van de grondstoffenprijzen en de achtereenvolgende politieke en militaire conflicten tussen de ontwikkelingslanden onderling. Hierdoor verdwenen kwesties als ontwikkelingsbeleid en de verhouding Noord-Zuid, die in de jaren zeventig een belangrijk onderwerp waren op VN-vergaderingen, praktisch van de internationale agenda.

Het offensieve karakter van de Westerse politieke en ideologische vooruitgang was gestoeld op een krachtige economische opleving; het werd versterkt door de optimistische voorspellingen over de voortzetting ervan tot ver in de jaren negentig. Hoewel er in Amerika sprake was van een kleine inzinking, weerklonk in de optimistische prognoses van Westerse economen een verwachte opleving in West-Europa. Deze zou op gang worden gebracht door '1992', in combinatie met nieuwe investeringsmogelijkheden in Oost-Europa, en door de ontzagwekkende expansie van Japan aan de boorden van de Pacific.

De Golfcrisis zet nu een groot vraagteken bij de waarde van deze voorspellingen en toont eens te meer aan dat de wereld niet wordt gedomineerd door harmonie en stabiliteit, maar veeleer door conflicten en herhaalde stagnatie in de ontwikkelingslijn.

Hoewel we op het eerste gezicht te maken hebben met een militaire actie de invasie en bezetting van Koeweit heeft Iraks waagstuk vooral economische betekenis; het zal niet zomaar een land helpen, maar onvermijdelijk ook de kern van de wereldeconomie.

Los van de voorgeschiedenis van de Noord-Zuidverhouding in het koloniale tijdperk is het een feit dat, ondanks de politieke en staatkundige onafhankelijkheid die de voormalige kolonien hebben verworven, het mechanisme van die historische relatie automatisch in het voordeel werkt van de industrielanden; dat mechanisme drijft onder meer op een onevenwichtige handel, investeringspolitiek en leningen tegen hoge rente. Daarmee wordt de kloof met de ontwikkelingslanden nog groter. Dat was het beeld in de jaren zeventig, toen de Derde wereld zich deed gelden als een nieuwe politieke medespeler op het wereldtoneel, in het besef dat zij enkele belangrijke troeven in handen had.

OPECHet Arabische olie-embargo in 1973 en de nieuwe olieprijzen die door de OPEC werden vastgesteld, kunnen worden beschouwd als een eerste serieuze poging het mechanisme van het Noord-Zuidsysteem om te keren. De essentie van die historische stap is dat hij (voor korte tijd, zoals zou blijken) een van de belangrijkste bronnen afsneed voor een snelle ontwikkeling en verrijking van de industrielanden: het vergaren van kapitaal door het te onttrekken aan de ontwikkelingslanden.

De OPEC is eigenlijk een zich tegen het systeem kerende macht. Zij ontleent haar doelmatigheid aan haar vermogen het mechanisme van het Noord-Zuidsysteem te verstoren. De specifieke kracht van die macht ligt besloten in de samenhang en samenwerking van de bij de OPEC aangesloten landen.

De industrielanden, hersteld van een periode van stagflatie, zetten opnieuw de in hun voordeel werkende economische mechanismen van de wereldmarkt in beweging. Zij slaagden erin via Westerse banken het grootste deel van de oliedollars die door de OPEC-landen waren opgespaard, te absorberen. Omdat alle landen wensten te industrialiseren, werden zelfs olie-exporterende landen als Mexico, Venezuela en Nigeria door het Noorden gedwongen schuldenlanden te worden, kromliggend onder de zware last van de jaarlijkse rentebetalingen als gevolg van de onevenwichtige handel.

De rijke olielanden werden in het systeem geincorporeerd. Saoedi-Arabie deed grote investeringen in de Verenigde Staten; Saudi Aramco is reuzen als Exxon, Shell en andere voorbijgestreefd en staat nu bovenaan de wereldranglijst van oliemaatschappijen. De Saoedische olieminister gaf openlijk toe: 'Wij vormen een integraal deel van de Amerikaanse oliemarkt en de opbrengst van onze investeringen hangt af van de gezondheid van die markt'. Al even aantrekkelijk zijn Koeweits enorme investeringen overzee, die op 100 miljard dollar worden geraamd; Kuwait Petroleum is op agressieve wijze de raffinaderijen en oliemarkten van West-Europa binnengedrongen; daar dragen 4.800 benzinestations haar naam. Deze compagnonschappen werden op natuurlijke wijze voortgezet in een nauwere samenwerking tussen Amerika en de rijke Golfstaten op politiek en militair gebied. De bevoorrechte positie van Egypte in het Amerikaanse programma voor buitenlandse hulp, goed voor een jaarlijks bedrag van 2,3 miljard dollar (op de tweede plaats, na Israel) doet natuurlijk vermoeden dat Kairo de gulle gever op een of andere wijze moet bedanken.

Als we dit alles afzetten tegen de sociale achtergrond van het conflict tussen enerzijds de feodale, conservatieve en anderzijds de nationalistische, revolutionaire regimes zo karakteristiek voor de Arabische wereld zal men de verscheidenheid van Arabische reacties op Iraks aanval beter kunnen doorgronden, en daarmee de feitelijke beweegredenen van de agressor, president Saddam Hussein. Na een volkomen irrationele oorlog tegen Iran die hem met een uitgemergelde economie achterliet, zag Saddam werkeloos toe hoe de olieprijzen zijn enige bron van inkomsten omlaag sijpelden. Hij schreef dit toe aan de samenwerking tussen de naburige Golfstaten en de Amerikaanse wereld. Aldus besloot hij actie te ondernemen door Koeweit te annexeren, wat heem een aanzienlijk deel van de wereld-oliereserve opleverde.

Iran

Het Westen, Japan incluis, reageerde onmiddellijk en eensgezind. De Golf is van vitaal belang voor zijn industrie. De Sovjet-Unie, China en andere landen handelden in eerste instantie volgens de beginselen van het VN-Handvest. Gezien de aard van het probleem, zullen wereldpolitieke overwegingen aan het licht brengen dat de belangen van de Sovjet-Unie en die van de Derde wereld niet overeenstemmen met de belangen van het Westen.

De houding van Iran zal uiteindelijk beslissend zijn; als de oorlog tussen Irak en Iran er niet zou zijn geweest, zou het fundamentalistische regime in Teheran in het conflict de natuurlijke bondgenoot van Bagdad zijn. Misschien heeft Saddam Hussein zich dit te laat gerealiseerd. We kunnen nog interessante veranderingen verwachten in de positie van de diverse spelers in het machtsspel dat door Iraks avontuur is ontbrand.