De Bruin slaat bij succes een bescheiden toon aan

SPLIT, 3 sept. In het krachtenveld van de internationale atletiek wordt het lot van de kleine landen vooral door het toeval bepaald. Bij de Europese titelstrijd in het Joegoslavische Split is eens te meer duidelijk geworden dat landen met een minder sterk ontwikkelde topsportcultuur zich tevreden moeten stellen met een figurantenrolletje. Afhankelijk van een enkele uitblinker. Zoals Erik de Bruin, die zaterdag met een worp van 64.46 meter zilver veroverde bij het discuswerpen, maar zijn succes zelf toeschreef aan het tegenvallende optreden van de concurrentie.

Zijn toon was wel iets te bescheiden, want de zilveren worp was een combinatie van ervaring en wedstrijdmentaliteit die nodig is om op een dergelijk toernooi te kunnen scoren. Uitgerekend in het seizoen dat zo somber begon met een knie-operatie, bereikte De Bruin eindelijk eens het erepodium op een belangrijk internationaal evenement. Zijn ervaring bleek toen hij zich na twee zwakke eerste worpen (56.50 en 56.30) met een 'zekere' derde poging voor de finale plaatste. 'Ik werd te veel afgeleid door het lawaai in het stadion. Bij de eerste worpen wilde ik ook te veel. Ik was tijdens het inwerpen al een keer ver gekomen en dacht: ik leg meteen een goeie neer dan schrikken ze zich rot.' Toen dat niet lukte besloot hij na een blik op de resultaten van de andere deelnemers puur voor een finaleplaats te werpen. 'Ik heb mijn ogen en mijn oren dichtgedaan en me voordat ik de ring in ging uitsluitend geconcentreerd op de discus. Vlak voordat ik moest werpen won er geloof ik een Joegoslavisch grietje en stond het stadion op zijn kop. Maar dan wacht je gewoon even, ook al staat zo'n official te wenken dat je de ring in moet. Zoiets is een kwestie van ervaring', vertelde hij. Op het cruciale moment plofte de werpschrijf 60.90 meter ver op de grasmat. Als achtste en laatste kwam hij in de eindstrijd. Het werkte bevrijdend, want zijn vierde worp 64.46 meter was meteen goed voor de eerste plaats, waarna het zenuwachtige wachten begon. Alleen de Oostduitser Jurgen Schult reikte, zij het slechts twaalf centimeter, verder.

De Bruin voorkwam dat Nederland voor het eerst sinds 1978 zonder medaille bleef op een Europees kampioenschap. Kort tevoren hadden de twee finalisten op de 1500 meter, Han Kulker (zevende) en Robin van Helden (dertiende en laatste), in het Poljud stadion naast de prijzen gegrepen en elders in Split waren de drie Nederlandse marathonlopers al in de achterhoede beland van een wedstrijd die gedomineerd werd door de Italianen.

Juist de overheersing van Italie legde het verschil in aanpak van kleine en grote atletieklanden nog eens bloot. 'Ze hebben een staf rondom hun marathon ploeg die groter is dan de hele Nederlandse selectie op dit kampioenschap', zei Wim Verhoorn de persoonlijke begeleider van de Nederlandse marathontoppers. 'Bovendien zit er continuiteit in hun begeleiding. Hun training is niet veel anders dan de onze, hun tempo's liggen niet veel hoger, maar qua wetenschap zijn ze verder. Vandaag is wel weer gebleken dat ze onder deze extreme omstandigheden met een hoge vochtigheidsgraad van zestig procent veel beter presteren dan anderen.' Die kennis wordt zorgvuldig gekoesterd. Verhoorn: 'Ze lopen echt niet harder van de spaghetti. Soms denk ik wel eens dat ze aan het infuus worden geflikkerd. Als je iets van ze ziet zijn het plastic zakjes waar niets op staat. Voor deze omstandigheden moeten we veel meer medische kennis hebben'.

De Italianen hebben onmiskenbaar een enorme voorsprong op de andere Europese landen. Met Salvatore Antibo als uitblinker op de vijf- en tien kilometer en Gelindo Bordin, die samen met Pier Giovanni Poli en Salvatore Bettiol, de marathon beheerste is hun suprematie op de lange afstanden wel aangetoond. 'Ze werken veel meer in laboratoria, doen hoogtestages. Sport is er een instituut. Het is arbeid en geen hobby zoals bij ons en daarom hebben ze de resultaten hard nodig', meende Gerard Nijboer.

Hij staakte de strijd toen het na 39 kilometer zwart werd voor zijn ogen en de kracht uit zijn benen verdween. 'Ik had geen coordinatie over mijn spieren. Gevolg van een warmtestuwing', aldus de Europese kampioen van 1982. Veel eerder was John Vermeule al uit de strijd verdwenen. Hij struikelde na zeveneneenhalve kilometer bij een bevoorradingspost over een omgevallen tafeltje en bezeerde daarbij zijn knie. Halverwege de marathon werd de pijn ondraaglijk en stapte hij uit de wedstrijd.

Verbaasd

Zo bleef alleen Marti ten Kate over, die aanvankelijk in de kopgroep liep maar na twintig kilometer een terugslag kreeg. 'Ik had het gevoel dat ik iets te hard ging, liet een gaatje vallen maar kreeg het daarna met geen mogelijkheid meer dicht. Na 32 kilometer kwam Gerard Nijboer me nog voorbij en ik was verbaasd toen ik hem bij het 39 kilometer punt zag staan'. Ten Kate werd in een tijd van 2.21,55 veertiende. Bordin was bijna acht minuten eerder opmerkelijk fris de eindstreep gepasseerd, gevolgd door zijn landgenoot Poli en de verrassend sterk acterende Fransman Dominique Chauvelier.

Met de vierde plaats van Ellen van Langen op de 800 meter in een nieuwe nationale recordtijd van 1.57,57 en de zilveren medaille van De Bruin zijn de positieve uitschieters op dit EK genoemd. Technisch directeur Arie Kauffman van de Atletiek Unie toonde zich desondanks tevreden met de verrichtingen van de ploeg. Een topvereniging in Nederland ('die er wel komt'), goede maatschappelijke begeleiding ('dat gaat ook in een hoog tempo'), betere medische ondersteuning ('een heikel punt') en deelneming aan meer sterk bezette internationale wedstrijden zijn voorwaarden om op dit niveau mee te kunnen doen, aldus Kauffman. Zo gaat Nederland rommelend in de marge op weg naar het wereldkampioenschap dat volgend jaar in Japan wordt gehouden.

    • Peter de Jonge