De beste krant

Als u niet al te afgelegen woont, kunt u voortaan iedere morgen de beste krant ter wereld in uw brievenbus ontvangen. De bezorging van de Wall Street Journal is uitgebreid van de centra in onze grote steden naar een groot deel van Nederland. Maar wacht even; waarom zou juist deze Amerikaanse zakenkrant de beste ter wereld zijn? Dat is een kwestie van smaak, en daarover valt heel goed te twisten. Van de eerste dag af dat de Wall Street Journal in Europa publiceerde ben ik abonnee, en ik zal tot het eind van deze column volhouden dat het de beste krant is die ik ken.

De Amerikaanse editie heeft een oplage van bijna twee miljoen exemplaren per dag, meer dan alle andere dagbladen in de VS. Hoe rijk de Journal ook is, het aantal kolommen redactionele tekst is geringer dan in NRC Handelsblad, dat moet rondkomen in een kleiner taalgebied en met minder advertenties. De Wall Street Journal heeft dus veel meer geld beschikbaar per kolom tekst dan een Europese kwaliteitskrant, en dat is te merken.

Ten eerste biedt de Journal bijna nooit interviews. De laatste twee die ik heb gelezen, verschenen ongeveer een maand voor de inval van Irak in Koeweit. Toen interviewde Karen House van de Journal president Saddam Hussein van Irak en koning Hussein van Jordanie (er schrijven meer vrouwen in de Wall Street Journal dan in Het Financieele Dagblad). In Nederland daarentegen betalen krantelezers voor de ruwe-bonken-taal van nieuwe ministers: 'Ik ben ingehuurd om deze kar te trekken', of de intieme mijmeringen van oude staatssecretarissen: 'Als ik het Sneekermeer ruik, wordt het moeilijk, Dieuwke moet daar dan even met haar bootje op dobberen'.

Interviews zijn het goedkope recept om een pagina te vullen, maar zelden de beste manier om de lezers te bedienen.

President Timmer van Philips kwam bijvoorbeeld wel degelijk aan het woord in de Wall Street Journal, maar niet in een groot interview. De redacteur behandelde een ernstig onderwerp in dit geval de toekomst van Philips en informeerde zijn lezers dus ook over de manier waarop de hoogste man in het bedrijf die toekomst onder woorden brengt. Maar dat is niet meer dan een deel van het artikel: ook concurrenten, beursanalisten en andere deskundigen komen aan het woord. Amerikaanse captains of industry worden vaak geciteerd in de Journal, maar nooit geinterviewd.

Bij lange interviews met politici of zakenlieden dreigen twee grote gevaren: of het interview is niet meer dan een serie gemeenplaatsen en halve waarheden het gaat de geinterviewde niet om de waarheid, maar om zijn eigen positie of de journalist wordt ambitieus en gebruikt het interview voor een psychologisch portret. Dat is zelfs onder de beste omstandigheden een dubieus genre, en bovendien is niet elke journalist een Bibeb (die interviewt ook niet voor niets liever kunstenaars dan politici of zakenmensen). Nu deze week de Nederlandse politiek weer op gang komt, moeten de redacteuren maar hard aan het werk. Wat heeft dit kabinet na een seizoen bereikt; wat zijn de vooruitzichten voor 1991? Liever lees ik het gedegen verslag van een redacteur dan het obligate Prinsjesdag-interview met de minister van financien: 'Vindt u uzelf kleurloos?' 'Bent u liever minister dan partijleider?'.

Er is niets mis met zulke vragen, maar het is naief en lui om te denken dat de lezer genoeg heeft aan de mening van de betrokkene. Waarom moet ik de antwoorden van minister Kok straks zelf combineren met de eerdere kritiek op de bewindsman? In de Journal zorgt de redacteur voor de synthese door citaten van meer dan een geinterviewde te combineren met analyses. Maar ja, dat kost meer redactionele tijd en inspanning dan een groot interview.

Verder houdt de Wall Street Journal zich strikt aan de regel dat de redacteur de lezers waar nodig moet helpen met een korte inhoud van het voorafgaande. Komt senator X met een nieuw plan voor de gezondheidszorg, dan vertelt de redacteur daarbij wat er nog meer ter tafel ligt, wat in het kort de problemen zijn en hoeveel invloed senator X heeft. In Nederland maken de journalisten zich er makkelijker van af. 'Koepel XYZ tegen plannen Simons' staat boven hun stuk. En dan volgen tien regels uit het persbericht, met als het meezit een extra zin of twee van de functionaris die de telefoon opnam bij XYZ: 'Wij vinden de plannen van Simons te duur, te ingewikkeld en bovendien overbodig'. Dan maar liever een krant die half zo dik is, maar tenminste het nieuws in de context presenteert. Wat is het plan-Simons, wanneer komt het in de Kamer en hoeveel gaat het kosten? Welk belang heeft koepel XYZ, wie staan daarachter en welke concurrenten heeft XYZ in de slag om de publieke opinie? Daar moet de deskundige redacteur zijn arme lezers mee helpen, of ben ik de enige die het opgeeft om de discussie over de plannen-Simons nog te volgen, omdat de pers haar huiswerk zo slecht doet? De Journal kan de lezers beter bedienen, omdat de redacteuren minder hoeven te schrijven. De enige journalisten die dagelijks publiceren zijn de stakkers op de beursvloer. De dollar daalt met een cent en de redacteur citeert twee deskundigen die een verband zien met Irak en drie anderen die een connectie maken met de inflatie. Misschien hebben zij allemaal gelijk. Morgen is de dollar met een halve cent gestegen en komen vijf andere experts aan het woord.

Net als in Nederland moet de beursredacteur iedere dag zijn alinea's inleveren. Maar bij de Journal is hij de enige penneslaaf (niet zo in de Financial Times, waar de journalisten veel meer schrijven en het proza dan ook minder van kwaliteit is). Veel redacteuren van de Journal kom ik als lezer maar een keer per week of nog minder tegen in de krant. Geen wonder dat zij dan tijd hebben voor de achtergrond, de voorgeschiedenis en de couleur locale van hun onderwerp.

Dit is dus het recept voor een krant van wereldklasse: verminder het aantal redactionele kolommen (maar handhaaf de betere columnisten). Laat interviews over aan noodlijdende opiniebladen. Geef alleen de beursredacteur en de oorlogscorrespondent opdracht om, totdat zij erbij neervallen, iedere dag een stuk te schrijven. En vergeet nooit waarom de abonnee betaalt aan de redactie. Niet omdat de redacteur zo veel en zo vlug kan schrijven, maar omdat de redacteur de tijd krijgt om de lezer te helpen met achtergrond, context en afweging van het dagelijkse nieuws.

    • E. J. Bomhoff