De beschermheren van een oorlogsmisdadiger

Over televisieplanning gesproken. Gisteravond bij de VPRO de vierenhalf uur durende, al weer twee jaar oude Amerikaanse documentaire Hotel Terminus Klaus Barbie, sa vie et son temps en nu vanavond bij de KRO de vijftig minuten lange BBC-film In the shadow of the cross over de jarenlange jacht op Paul Touvier, net zo'n gewiekste en gemene oorlogsdelinquent als Barbie.

Meer dan veertig jaar na zijn eerste (bij verstek uitgesproken) terdoodveroordeling werd Touvier in 1989 in een klooster in Nice teruggevonden. Een journalist van Le Canard Enchaine was op zijn spoor gekomen en een voorman van een extreem-rechtse katholieke orde had daarop zijn schuilplaats aan de politie verklapt. Tot dan toe was hij de laatste, nog niet opgespoorde Franse oorlogsmisdadiger.

In Lyon leidde Touvier in oorlogstijd de inlichtingensectie van de militante volkswacht, de Milice, die communisten, joden en vrijmetselaars als een nationaal gevaar beschouwde. Touvier werkte daar nauw samen met de Duitse SSer Klaus Barbie en verzamelde veel politieke informatie over tal van landgenoten. Op beschuldiging van moord op ondermeer zeven joodse gijzelaars als ook vanwege verraad en samenwerking met de vijand was hij in 1945 en in 1947 twee maal ter dood veroordeeld. Hij wist echter aan zijn executie te ontkomen en hield zich jarenlang schuil in allerlei kloosters. Daarbij handig gebruikmakend van de deugd der barmhartigheid die christelijke kerken aan mensen in nood moeten bieden. In dat kader zei de joodse kardinaal Lustiger, aartsbisschop van Parijs vorig jaar dat ook hij niet zou weten wat te doen als Touvier aan zijn deur zou kloppen. 'Als ik wist wie hij was zou ik hem vragen weg te gaan. Maar als iemand in nood mij om hulp vraagt en mij geen nadere informatie geeft, ja als dat een misdaad is dan moet de rechter dat maar beoordelen'.

Franse katholieken hebben Touvier in ieder geval in ruime mate geholpen. De vraag is echter of dat steeds te goeder trouw was en of dat zij wel wisten met wie zij van doen hadden. Het heeft er nu veel van dat de gastgevers niet bonafide waren. Waarbij echter, zo blijkt uit de BBC-film ook nog iets anders in het geding is: namelijk zijn relatie met de Franse geheime diensten en alle, vaak pijnlijke politieke informatie waarover hij nog altijd beschikte. De film, waarin behalve slachtoffers van zijn optreden ook een van zijn biechtvaders aan het woord komen, is in zijn soort onthullend, vooral omdat de gezochte zich wel schuil-, maar niet stilhield. Vanuit zijn postadres op het aartsbisschoppelijk paleis in Lyon heeft hij jarenlang voor zijn rehabilitatie en zuivering van zijn slechte naam geijverd. Hij meende namelijk dat hij zijn land uitstekende diensten had bewezen door zich tegen tegen het communistische atheisme te verzetten en het christendom te verdedigen. Uiteindelijk, nadat zijn veroordelingen verjaard waren, werd hem door president Pompidou gratie verleend. Toen dat gratiebesluit in 1971 bekend werd begon de jacht eerst goed. Touvier werd opnieuw aangeklaagd, nu voor misdrijven tegen de menselijkheid die geen verjaringstermijn kennen. Hij werd een internationaal gezochte crimineel, maar opnieuw door zijn familie en zijn kerk in bescherming genomen. In 1984 verscheen daarop een bericht dat Touvier was overleden. Hij, zijn vrouw en kinderen zaten echter goed ondergedoken in kloosters en lieten zich daar geld van katholieke rechts-radikalen bezorgen. Nu zal hij in dezelfde zaal waar Barbie terecht stond echter spoedig worden berecht. Veel Fransen vragen zich af of de justitie zo'n oude (76-jarige) man nog steeds mag berechten en bovendien hoe het toch zat met het Franse verzet en met de banden tussen de katholieke kerk en uiterst rechts. Heel Frankrijk is hierbij betrokken, zei kardinaal Lustiger onlangs, want enkele maanden voor de geallieerde bevrijding van Parijs in 1944 'riep een miljoen Parijzenaars nog om maarschalk Petain', de Franse opperbevelhebber uit de Eerste Wereldoorlog die in 1940 nog vergaande samenwerking met de Duitsers propageerde. Petain werd daarvoor na 1945 terdood veroordeeld. Zijn straf werd door president De Gaulle in levenslang omgezet. Waarna de oud-maarschalk, nog steeds de held van veel van zijn landgenoten, in 1951 op 95-jarige leeftijd overleed.