Chailly: weinig affiniteit met Mahler

Het Concertgebouworkest opende zaterdagavond het nieuwe Amsterdamse muziekseizoen met een concert in de serie Wereldberoemde symfonieorkesten. Het programma de Vierde van Schumann en Das Lied von der Erde van Mahler wordt de komende weken naast twee andere uitgevoerd tijdens een tournee van het orkest naar Zwitserland, Belgie, Engeland en Amerika, waar onder leiding van Riccardo Chailly in totaal negentien concerten worden gegeven.

Gehoopt mag worden dat Schumann en vooral Mahler in den vreemde wel heel anders zullen klinken dan afgelopen zaterdag in eigen huis, waar het orkest zijn reputatie op dit gebied eigenlijk niet kon handhaven. Schumann werd al te schetsmatig uitgevoerd, her en der te zwaar en pompeus aangezet en met een logheid en een ingebouwd gebrek aan spanning, die slechts zelden verdwenen omdat het te vaak ontbrak aan een fijnzinnig onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.

Das Lied von der Erde, in Amsterdam onder Haitink helaas veel te weinig uitgevoerd, kreeg nu een wisselvallige vertolking die slechts af en toe enigszins tendeerde naar wat dit aangrijpende werk op Chinese poezieteksten teweeg kon brengen onder dirigenten als Walter en Klemperer. Chailly lijkt vooral oor te hebben voor het exotische, het breekbare, het elegante en het doorschijnend lichte porselein, zoals dat wordt uitgebeeld in de liederen Von der Jugend en Von der Schonheit. De donkere, mysterieuze, huiveringwekkende en angstaanjagende aspecten van het leven in het Trinklied vom Jammer der Erde, Der Einsame im Herbst en vooral in Der Abschied werden over het algemeen wel erg objectief behandeld. Veelal lag hier het basistempo te hoog om de zangers tot een bevredigende expressie te laten komen. Ook de orkestrale begeleiding, die veel beeldender en naturalistischer kan werken, leed daar onder. Vooral in het instrumentale tussendeel in Der Abschied moeten de klanken toch een schrijnende leegte markeren, een vastgelopen rondtasten, daar waar Chailly bijna onbekommerd doorging.

Zoals altijd bleken ook voor de Zweedse tenor Gosta Winbergh de technische eisen die Mahler in het eerste lied stelt onoverkomelijk. Boven een zo spelend orkest kan men eigenlijk niet uitkomen, maar Chailly hielp hem verderop ook nauwelijks: het was alsof vooral de verstaanbaarheid en daarmee de inhoud van de teksten er niet zo toe deed.

Jard van Nes leek zich aanvankelijk ook niet geheel te kunnen geven en klonk hier tegen mijn verwachting in soms al te geremd. In Der Abschied leek zij bij Die Welt schlaft ein zelf het sein te geven voor een zeer gewenste tempoverlaging, waarna het wat beter ging. Maar echte ontroering en doordringende intensiteit bleven toch uit, zelfs in dat oplichtende slot, dat hier ondanks het wegstervende ewig, ... .ewig... .al te hoorbaar abrupt eindigde.

    • G. Mahler
    • Kasper Jansenconcert
    • R. Schumann
    • Gosta Winbergh
    • Das Lied Von der Erde. Gehoord
    • Jard van Nes . Programma
    • Vierde Symfonie