Beperkt militair ingrijpen tegen Irak kan kernoorlog latervoorkomen; Saddam zal blijven overvragen

De Iraakse Leider Saddam Hussein maakte een grote misrekening toen hij in de vroege ochtend van 2 augustus Koeweit binnenviel, net als in september 1980 toen hij zich in de zwakte van Iran vergiste en aanviel. Saddam had ditmaal hebzucht en zwakte in het Westen geconstateerd en daaruit opgemaakt dat hij de confrontatie met dat Westen aankon. Hoe kon hij weten dat de Verenigde Staten de wereldopinie zouden opzwepen tot een eensgezinde afwijzing van de invasie en de latere inlijving van Koeweit, en dat zij zich met een keur van bondgenoten zouden voorbereiden op een militair antwoord? Zijn ervaringen met het Westen wezen immers in een heel andere richting. Hadden de Westerse landen hem niet onvoorwaardelijk gesteund in zijn oorlog tegen de toen gevreesde Islamitische Republiek Iran die de Westerse olietoevoer bedreigde? Daarbij had men welwillend over het hoofd gezien dat Irak de oorlog was begonnen. En men had Iraks verboden gebruik van chemische wapens genegeerd, hoewel dat door verscheidene missies van de Verenigde Naties was aangetoond. Zelfs de Iraakse aanval in de Golf op het Amerikaanse fregat Stark, waarbij tientallen doden vielen en waarmee Irak de oorlog wilde internationaliseren, was als vergissing met de mantel der liefde bedekt.

De ruime steun van het Westen aan Irak, gekoppeld aan zijn boycot van Iran, en Iraks afwisselend gebruik van en dreigen met chemische wapens bewerkstelligden dat Irak, het zelf-verklaarde Geweten der Arabieren, zegevierend en agressief uit de oorlog te voorschijn kwam. Zelfs Saddams ruime gebruik van gifgassen tegen zijn eigen burgerbevolking, de Koerden, was voor het Westen geen aanleiding om sancties tegen Irak te nemen. Integendeel, veel landen bleven ingredienten leveren voor onder andere chemische en nucleaire wapens terwijl Westerse technici Irak hielpen bij zijn ambitieuze bewapeningsprogramma. In West-Duitsland bijvoorbeeld wordt nu pas een onderzoek ingesteld naar het doen en laten van 60 bedrijven die vrijwel zeker betrokken waren bij Iraks bewapeningsprogramma.

Atoombom

In de eerste helft van dit jaar haalde een reeks leveranties van zeer gevaarlijk oorlogstuig de voorpagina's: de nucleaire ontstekingsmechanismen waarmee Iraks werk aan een atoombom zichtbaar werd bevestigd, en de onderdelen voor een superkanon spraken het meest tot de verbeelding. Een andere aardige onthulling was de (eerdere) levering van virussen, gewoon per post, door een Amerikaans laboratorium.

In diverse parlementen het Amerikaanse Congres, het Britse Lagerhuis werd nu serieus aangedrongen op sancties, een handelsembargo, maar de regeringen wilden nog steeds van niets weten. Daar zouden, zo onderstreepten ministers in het openbaar, alleen maar andere landen van profiteren die zonder twijfel de leveranties zouden overnemen. 'Sancties zouden Amerikaanse exporteurs schaden en ons handelstekort vergroten', zei de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken John Kelly nog op op 15 juni op een aan Irak gewijde hoorzitting van de Senaatscommissie voor buitenlandse aangelegenheden. 'Sancties zouden ons vermogen om een beheersende invloed uit te oefenen op Iraakse acties niet verbeteren.' Op diezelfde zitting wees senator Jesse Helms erop dat Amerika en zijn bondgenoten hadden toegelaten dat landen in het Midden-Oosten die zich vijandig hadden opgesteld jegens Amerikaanse belangen, waaronder Irak, met Amerikaanse medewerking de beschikking hadden gekregen over massa-vernietigingswapens: chemische wapens, bacteriologische wapens, ballistische raketten en op termijn kernwapens. Helms noemde dit 'een verhaal van bijna ongelooflijke hebzucht aan de ene kant en bureaucratisch geklungel aan de andere kant'.

In het Midden-Oosten wordt dat ook zo gezien. Maar men ziet daar behalve hebzucht ook de neiging van het Westen om zijn vingers niet te branden. In het Midden-Oosten herinnert men zich hoe in 1979 president Carter zijn oude bondgenoot de sjah van Iran als een baksteen liet vallen en hoe in 1984 de geterroriseerde Amerikaanse mariniers overhaast uit Libanon werden geevacueerd. Sindsdien spande het Westen, de Verenigde Staten in de eerste plaats, zich vooral in om buiten deze slangenkuil te blijven. Toen de Libanese christenen vorig jaar dreigden te worden platgebombardeerd door het Syrische leger, liet Washington Damascus begaan. Dus waarom zou Saddam rekening moeten houden met een Amerikaanse interventie ten bate van een stelletje schatrijke sjeiks?

Geen verzet

Grote aantallen Amerikaanse troepen en vlooteenheden van vele bondgenoten zijn inmiddels in het gebied aangekomen of erheen onderweg. Deze zijn volgens sommige militaire experts al in staat of zullen dat volgens anderen op korte termijn zijn, om Saddams grote maar in Westerse termen bepaald niet indrukwekkende luchtmacht uit te schakelen, zonder welke de Iraakse dreiging aanzienlijk zou zijn gereduceerd, en zijn wapenfabrieken te vernietigen waar chemische en biologische wapens worden vervaardigd en een kernbom wordt ontwikkeld. Saddam ziet dat gevaar heel goed in. Niet voor niets heeft hij gezagvoerders van Iraakse koopvaardijschepen opdracht gegeven geen verzet te bieden als ze door Westerse marineschepen worden aangehouden in het kader van de blokkade van Irak. Niet voor niets heeft hij zijn elitetroepen wat van de grens met Saoedi-Arabie weggehaald: hij wil elk incident vermijden dat tot zo'n vernietigende slag en mogelijk ook tot zijn eigen ondergang zou leiden.

De Iraakse president wil president Bush uitzitten en zo zijn eerste misrekening goedmaken, en hij is daarbij in het voordeel. President Bush moet rekening houden met de Amerikaanse publieke opinie Saddam hoeft slechts zichzelf te raadplegen. In de afgelopen 22 jaar heeft zijn Ba'ath-partij Irak on-Middenoosters efficient geba'athiseerd en heeft Saddam op zijn beurt de Ba'ath gesaddammiseerd.

Het met zoveel elan afgekondigde handelsembargobegint na drie weken al te kraken, nu India heeft aangekondigd 10.000 ton levensmiddelen te willen leveren aan noodlijdende burgers in Koeweit waar de Iraakse bezettingsautoriteiten ongetwijfeld onpartijdig op de distributie zullen toezien. Het Internationale Rode Kruis maakt zich voorts op om op kosten van de internationale gemeenschap de Iraakse bevolking humanitaire hulp te leveren als daar ernstige voedseltekorten zouden ontstaan als gevolg van het embargo door diezelfde internationale gemeenschap. Natuurlijk zit Irak op zwart zaad, maar dat zit het al geruime tijd, en het heeft onder verwijzing naar een betere toekomst altijd buitenlandse leveranciers bereid gevonden te leveren. Irak heeft immers, ook zonder Koeweit, de op een na grootste bewezen olie-reserves ter wereld en als het psychologische klimaat ten gunste van Saddam lijkt te keren, zullen vele leveranciers niet veel aansporing nodig hebben.

Saddam bespeeltintussen de internationale opinie met behulp van zijn duizenden gijzelaars en de Westerse televisie. Hij kondigt de vrijlating van vrouwen en kinderen aan: 'Een Gebaar!' juichen commentatoren, en VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar spreekt van een stap in de goede richting. En terwijl men juicht over deze 'tekenen van soepelheid' worden tientallen mannen afgevoerd naar strategische installaties waar ze in het belang van de mensheid dienst mogen doen als menselijk schild.

De Jordaanse koning Hussein en PLO-leider Arafat, Saddams trouwe bondgenoten, reizen de wereld door met vredesplannen die in genen dele beantwoorden aan de eis van de wereldgemeenschap dat Irak bezet Koeweit onvoorwaardelijk ontruimt. De Iraakse minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz, Saddams trouwe uitvoerder, praat met Perez de Cuellar en maant tot geduld: waarnemers spreken van 'hoopvolle' diplomatieke activiteit. Intussen lijft Saddam Koeweit in als negentiende provincie en geeft hij de grensstrook zijn naam: eerder een teken van uitdagende onverzettelijkheid. In feite kan Saddam best als concessie zich uit Koeweit terugtrekken. Want een ding staat vast: hij heeft gewonnen als de Amerikanen en hun bondgenoten zich uiteindelijk uit het gebied terugtrekken zonder Iraks luchtmacht en wapenfabrieken te hebben geelimineerd. Dan is het voor hem immers gewoon een kwestie van wachten, zoals hij al eerder heeft gedaan. De Verenigde Staten kunnen daarentegen niet een tweede maal een zo enorme troepenmacht overzee brengen.

Binnen vier tot zeven jaar, aldus voorzichtige Westerse schattingen, is Irak een kernmacht. Het Amerikaanse televisiestation CNN sprak vorige week zelfs van een termijn van minder dan twee jaar, waarbij het zich baseerde op een rapport van Amerikaanse inlichtingendiensten. Officieel zeggen de Amerikaanse autoriteiten dat Irak 'actief bezig is' met een nucleair bewapeningsprogramma (schout-bij-nacht Thomas Brooks vorig jaar in een hoorzitting van het Congres). Voor waarnemers die menen dat het voldoende is Irak te onderwerpen aan strenge controle van zijn militaire installaties: het land staat als ondertekenaar van het Non-proliferatieverdrag al onder controle van het Internationaal Atoom Energie Agentschap.

Opmerkelijk rustig

In het Midden-Oosten is men ervan overtuigd dat Irak zijn kernwapens zal gebruiken zoals het zijn chemische wapens heeft gebruikt. Daarom ook houdt Iraks erfvijand Iran, dat altijd van elke gelegenheid gebruik maakt om zijn anti-Amerikanisme te tonen, zich nu zo opmerkelijk rustig. President Rafsanjani liet zich tien dagen geleden zelfs ontvallen er geen bezwaar tegen te hebben als buitenlandse mogendheden Irak Koeweit uitdreven, als ze daarna maaar vertrokken. 'Elke soort hulp van iedereen is aanvaardbaar.' Iran weet dan ook wat het te verwachten heeft. In 1975 tekende Saddam het Akkoord van Algiers, waarin hij enorme concessies deed aan de sjah: Irak zou van nu af aan de grensrivier de Shatt al-Arab met Iran delen en zijn aanspraken op de Iraanse provincie Khuzestan formeel afzweren, in ruil voor beeindiging van de Iraanse steun voor de Iraakse Koerden. Tegenover de eigen bevolking zwoer hij echter dit 'in een positie van zwakte afgedwongen' akkoord recht te zetten. In september 1980 verscheurde Saddam daarom in het openbaar het akkoord, toen zijn leger Iran binnenviel. Om meer troepen te kunnen vrijmaken voor het front tegen Saoedi-Arabie deed Saddam twee weken geleden Iran diezelfde concessie die hij in 1975 had gedaan voor hoe lang ditmaal? Als Iraks militaire installaties ongemoeid blijven, zal Saddam eerder vroeger dan later de openstaande en nieuw geopende rekeningen vereffenen en zijn mars naar regionale oppermacht hervatten. 'De Ba'athisten zullen de Arabieren leiden met militante actie, met opofferingen en met hun goede voorbeeld om Arabische eenheid te bereiken', zo kondigde Saddam in april immers al aan.

Saoedi-Arabie ziet die bui hangen, zo valt op te maken uit de uitspraak van de Saoedische minister van defensie prins Sultan, dat de Amerikaanse troepen in geen geval uit dat land Irak zullen mogen binnenvallen. Waarschuwingen komen van dat andere belangrijke doelwit, Israel, zelf een kernmacht. Het ziet er dan ook naar uit dat een beperkte militaire actie nu een verschrikkelijke kernoorlog binnen enkele jaren kan voorkomen.

    • Carolien Roelants