Verenigingsverdrag Duitslanden verdient geenschoonheidsprijs

ROTTERDAM, 1 sept. De twee Duitslanden hebben dan toch gekozen voor de koninklijke weg naar eenheid per officieel verdrag tussen twee onafhankelijke staten en niet voor een simpele aansluiting van de Oostduitse Lander, zonder nadere regelingen, bij de Bondsrepubliek. Maar perfect is het verdrag niet, zo gaf de Westduitse minister van binnenlandse zaken, Wolfgang Schauble, bij de ondertekening ervan toe: 'Het verdrag ziet eruit als een stuk Duitse perfectie, maar dat is het niet. We hebben ons alleen bezig gehouden met de centrale vraagstukken en er blijft veel over dat nog uitgewerkt moet worden.' Sinds de ondertekening van het verdrag over economische, monetaire en sociale eenwording dat op 1 juli van kracht werd, is herhaaldelijk gewanhoopt aan de mogelijkheid van een politiek vervolgverdrag, want er doken telkens nieuwe problemen op. In Oost-Berlijn verdwenen de sociaal-democraten enkele weken geleden uit de coalitie met de christen-democraten na onenigheid over de voorwaarden en de data van de eenwording. In de Bondsrepubliek dreigde de SPD op het laatst haar steun aan het Verenigingsverdrag te onthouden, als er geen overeenstemming zou worden bereikt over de kwestie van de abortus. Op de achtergrond van deze meningsverschillen speelden de eerste in het verenigde Duitsland te houden algemene verkiezingen, op 2 december, steeds een belangrijke rol.

Compromissen

Een op het laatste moment door minister Schauble geformuleerd compromis bracht in de nacht van donderdag op vrijdag, enkele uren voor de officiele ondertekening van het verdrag in het Oostberlijnse Palais Unter den Linden, uitkomst in de abortuskwestie. Voorlopig blijven verschillende regelingen van kracht, een ruime in het oostelijke en een veel striktere in het westelijke deel van Duitsland. Binnen twee jaar moet overeenstemming worden bereikt over een nieuwe abortuswet die de twee oude vervangt, zo is afgesproken. Overigens is wel duidelijk dat de gemaakte afspraken al weer nieuwe politieke meningsverschillen in zich bergen: de SPD sprak de verwachting uit dat er een algemene regeling komt die abortus binnen een bepaalde termijn mogelijk maakt, terwijl CDU en CSU direct duidelijk maakten een meer liberale regeling onaanvaardbaar te vinden.

Ook een laatste verschil van mening tussen de DDR en de Bondsrepubliek over de dossiers van de Oostduitse veiligheidsdienst (Stasi) kon nog op de valreep tot een oplossing worden gebracht. Het Oostduitse parlement had gedreigd het staatsverdrag te verwerpen als deze dossiers zonder meer in Westduitse handen zouden vallen. Voorlopig blijven ze nu in Oost-Duitsland en zullen ze niet worden overgebracht naar het archief van de Bondsrepubliek in Koblenz. Het op 2 december te kiezen parlement zal dan uiteindelijk beslissen over het lot van de dossiers. Tot die tijd krijgt een Oostduitser het toezicht erop.

Meerderheid

De tekst van het verdrag is nu zodanig geformuleerd dat zowel in de Westduitse Bondsdag als in de Oostduitse Volkskammer de voor goedkeuring vereiste tweederde meerderheid is gewaarborgd. De Volkskammer stemt komende donderdag over het verdrag en premier Lothar de Maiziere zei gistermiddag geen enkele aarzeling te hebben dat het verdrag zal worden aanvaard. De Bondsdag begint aanstaande woensdag met de behandeling van het verdrag, waarna er op 20 september over wordt gestemd. De Bondsraad, de Westduitse Eerste Kamer waarin de deelstaten zijn vertegenwoordigd, behandelt het verdrag op 21 september. De SPD deelde gisteren mee in de Bondsdag en de Bondsraad voor het verdrag te zullen stemmen, zodat de tweederde meerderheid ook daar is verzekerd.

Het Verenigingsverdrag telt 45 artikelen en duizend pagina's met bijlagen waarin alle met de eenwording samenhangende regelingen tot in detail zijn uitgewerkt. Het verdrag bepaalt dat met ingang van 3 oktober Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern, Saksen, Saksen-Anhalt en Thuringen deelstaten worden van de Bondsrepubliek, conform artikel 23 van de Westduitse grondwet, dat daarmee direct komt te vervallen. De districten van Oost- en West-Berlijn worden samengevoegd tot een deelstaat Berlijn, die dan weer de nieuwe en ongedeelde hoofdstad van Duitsland wordt. Het nieuwe Duitse parlement zal later beslissen over de zetel van parlement en regering in het verenigde Duitsland. Een nieuwe deelstaatsregering in het verenigde Berlijn wordt eerst na 2 december gevormd. Tot die tijd wordt de hoofdstad bestuurd in gemeenschappelijk overleg tussen de Westberlijnse Senaat en het huidige Oostberlijnse stadsbestuur.

Tussen 3 oktober en de verkiezingen op 2 december zullen de Oostduitsers met 144 stemgerechtigde afgevaardigden vertegenwoordigd zijn in de Westduitse Bondsdag. De Volkskammer zal deze afgevaardigden de komende weken uit zijn midden moeten aanwijzen. Daarmee komt het totale aantal afgevaardigden van de Bonsdag op 656. De besturen van de Oostduitse deelstaten zullen onmiddellijk betrokken worden bij het werk van de Bondsraad.

Investeringen

Talrijke politici spraken gisteren de hoop uit dat de overeenstemming over het Verenigingsverdrag, waarin ook regelingen zijn getroffen voor de eigendomsrechten, zal leiden tot de dringend noodzakelijke investeringen van het bedrijfsleven in de noodlijdende Oostduitse economie. 'Ik ben er zeker van dat het keerpunt zal komen, en sneller dan velen veronderstellen', zei minister Schauble hoopvol. In dat verband is het van belang dat het verdrag investeerders vrijwaart van bepaalde risico's. Zo stelt de staat zich aansprakelijk als er geinvesteerd wordt op grond waarvan het eigendom niet duidelijk is. Onteigende grond zal in principe niet worden teruggegeven, maar het nieuwe parlement zal een beslissing moeten nemen over aard en omvang van schadeloosstellingen. DDR-onderhandelaar Gunter Krause verklaarde eerder deze week verder dat voor investeringen in Oost-Duitsland een stimuleringspremie van 33 procent is voorzien. Tot dusver was de investeringstoelage in de DDR niet meer dan acht tot twaalf procent.

Juristen hebben overigens wel bedenkingen over de manier waarop de staatkundige eenheid van de twee Duitslanden zich nu gaat voltrekken. Ze vragen zich af of het eigenlijk wel door de beugel kan dat de preambule van de grondwet zo maar wordt aangepast en uitgebreid, zonder dat daar een expliciete uitspraak van de bevolking aan ten grondslag ligt. Weliswaar staat in artikel 146 dat de grondwet zijn geldigheid verliest op het moment dat het volk zich vrijelijk uitspreekt voor een nieuwe grondwet, maar was het constitutioneel niet veel zuiverder geweest, om de bevolking zich juist nu over een nieuwe grondwet te laten uitspreken? Ook ontbreken bepalingen over sociale grondrechten, zoals het recht op huisvesting, werk of opleiding. Vooral in kringen van de SPD leeft de behoefte aan dergelijke uitbreidingen van de Westduitse grondwet waarbij men bijvoorbeeld ook denkt aan een bepaling ter bescherming van milieu maar de oppositie kon het zich niet permitteren het ondanks alles toch historische verenigingsverdrag daarop te laten afspringen.

    • Herman Amelink