'Privekliniek opereert patientvriendelijk'

VALKENBURG, 1 sept. 'Het ruikt hier niet naar een kliniek, maar naar koffie en koeken, zoals in een gewoon huis. Pas achter die blauwe deur wordt het ernst', zegt chirurg E. Boekhoff. De deur geeft toegang tot een blinkende operatie-afdeling met een imposante hoeveelheid medische appatuur. 'Ik heb een ultramodern narcose-apparaat, een pulsoptiemeter, noem maar op. Ik heb zelfs teveel; dingen die helemaal niet hoeven, zoals centrale gasvoorzieningen.' Boekhoff wil dat zijn kliniek Valkenhorst, in het Limburgse Valkenburg, topkwaliteit levert. 'Er moet niets op aan te merken zijn. In een particuliere kliniek moet je net zo functioneren als in een ziekenhuis, alleen patientvriendelijker, een beetje goedkoper en met meer contact met de huisarts en de thuiszorg. Daar geloof ik heilig in.' In Valkenhorst worden relatief eenvoudige chirurgische ingrepen verricht, waarbij vaststaat dat de patient nog dezelfde dag naar huis kan, of, zonodig onder toezicht van een verpleegkundige, naar een naburig hotel. Neuzen worden desgewenst verkleind, hazelippen verbeterd, vingers rechtgezet. De chirurg werkt samen met een anesthaesist, die ook aan pijnbestrijding doet. Gedurende zeventien jaar opereerde Boekhoff in het Academisch ziekenhuis in Maastricht. 'Ik heb er altijd heel leuk gewerkt, maar wat je in een dermate groot instituut krijgt, is de absolute patient-onvriendelijkheid. De bureaucratie begon me tegen te staan en ook de bevoogding en de maatregelen die werden opgedrongen door mensen die niet weten waar het over gaat.'

Twee jaar geleden zette hij de stap naar een eigen kliniek, zonder daarvoor een vergunning te vragen. Die was niet nodig, meende hij. Het ministerie van WVC (volkgezondheid) dacht er anders over en schreef hem dat hij in strijd handelde met de wet op de ziekenhuisvoorzieningen. Justitie zou worden ingeschakeld om sluiting van de kliniek af te dwingen. De Maastrichtse officier van justitie eiste een boete van zeshonderd gulden, maar in december 1988 oordeelde de rechtbank dat de wet niets zegt over de noodzaak van een vergunning. De officier ging van het vrijsprekend vonnis in beroep; begin november behandelt het gerechtshof in Den Bosch de zaak. Boekhoff vraagt zich af of dat nog zinvol is. De Raad van State besliste deze week dat het ministerie van WVC in 1988 ten onrechte een vergunning had geweigerd aan Medicenter, een kliniek van de uroloog J. Boerema in Nijmegen. 'Ook de argumenten die tegen mij werden gebruikt, zijn daarmee van de tafel geveegd', meent Boekhoff. Het verheugt hem dat Boerema, ook al heeft deze het Medicenter opgegeven, gelijk heeft gekregen. 'Het is leuk als iemand een visie heeft gehad, die juist blijkt te zijn.'

Nu WVC voor de tweede maal in het ongelijk is gesteld, wordt rekening gehouden met een toenemend aantal priveklinieken. Boekhoff gelooft niet in een wildgroei: 'Er komt zoveel bij kijken. Je moet je vak verstaan, leiding kunnen geven en commercieel zijn, en liefst een vrouw hebben zoals ik, die niet zit te zeuren als je minder gaat verdienen. Als je het gaat doen uit winstbejag, wed je op een doodgeboren kind.'

Er zijn inmiddels in Nederland verscheidene particuliere klinieken aan het werk, onder meer op het gebied van plastische chirurgie, oogheelkunde en tandimplantatie. In totaal zouden er al meer dan twintig zijn, maar, zegt Boekhoff, 'een collega die in een verbouwde garage onder plaatselijke verdoving wat kleine ingrepen doet, die heeft geen kliniek maar een specialistische praktijk aan huis'.

Een kliniek moet in zijn visie tenminste twee specialisten hebben, een operatiekamer die aan de normen voldoet, verpleegkundigen, en voldoende nazorg bieden. 'Het wordt tijd dat er richtlijnen komen. Kwaliteitseisen zijn van het grootste belang. Niemand is er voor dat een KNO-arts op zijn keukentafel opereert'. Vooruitlopend op eisen van de overheid is de Nederlandse Raad van Particuliere Klinieken opgericht, die Boekhoff zijn 'geesteskindje' noemt. De richtlijnen die de Raad stelt, zijn streng en tot dusver zijn er twee leden: behalve Valkenhorst ook de Haagse kliniek voor kaakchirurgie en implantologie aan de Van Stolkweg. C. Bouwman, die sinds kort aan deze kliniek is verbonden, is voorzitter; Boekhoff is vice-voorzitter. De bezwaren van het ministerie en de inspectie volksgezondheid tegen particuliere klinieken hebben te maken met de vrees voor elitaire gezondheidszorg, die slechts bereikbaar is voor mensen met geld, maar ook met de ongecontroleerde uitbreiding van voorzieningen. Boekhoff erkent dat er macro-economisch geen sprake is van kostenbesparing. De drempel van een ziekenhuis is voor mensen met littekens of een rare neus vaak hoog. 'Ze gaan makkelijker naar een particuliere onderneming, waar ze zich op hun gemak voelen dan naar een ziekenhuis, waar ze soms niet au serieux worden genomen. Bovendien zijn er enorme wachtlijsten, maar ik vind het irreeel om, als de vraag er is, die af te kappen. Mensen hebben er vaak veel voor over, ook al vergoedt het ziekenfonds niets.'

Van de plastische chirurgie kan volgens Boekhoff 85 procent buiten het ziekenhuis worden gedaan. 'Ik geef dagverpleging en zelfs met 24 uur iemand aan je sponde kost dat minder dan de helft van een ziekenhuisbed. Alles wat niet in een ziekenhuis hoeft, kan er uit, dat is mijn standpunt. Microchirurgie moet je niet in een particuliere kliniek doen en grote brandwonden ook niet, kortom alles waarvoor je gehospitaliseerd moet worden, Maar dat is maar vijftien procent van mijn vak.' Per jaar doet Boekhoff driehonderd operaties. 'Als iemand op zaterdag wil komen, kan dat. We zullen het niet aanmoedigen in verband met het personeel, maar ik zit hier net zo graag als thuis.'

Zijn technische uitrusting is high tech, maar voor de lunch van patienten gaat zijn vrouw even naar de bakker en de kruidenier. 'Dan kunnen ze precies krijgen waar ze trek in hebben.' Drempel van een ziekenhuis voor mensen met littekens of rare neus vaak hoog