Plan eigen bijdrage gehandicapten stuit op verzet

DEN HAAG, 1 sept. Een gehandicapte, jong of oud, rijk of arm, mag geen extra financieel nadeel ondervinden van zijn handicap. Dat was het uitgangspunt van de 'regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten' die het ministerie van volkshuisvesting in 1978 instelde.

Dat principe dreigt te worden verlaten, nu staatssecretaris Heerma overweegt gehandicapten voor de aanpassing van hun woning een eigen bijdrage van ten hoogste 1.500 gulden te vragen. Nu subsidieert de overheid de kosten van een dergelijke verbouwing nog voor de volle 100 procent, met een maximum van 45.000 gulden. Het voornemen van de staatssecretaris heeft inmiddels geleid tot schriftelijke vragen in de Tweede Kamer (van VVD-afgevaardigde Jorritsma-Lebbink) en protestbrieven van de Gehandicaptenraad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vier grote steden. In de Tweede Kamer wordt woensdag met Heerma overlegd, niet alleen over eventuele bezuinigingen maar ook over de klachten die over de regeling bestaan en het bureaucratische gehalte ervan.

Het departement van volkshuisvesting speurt naar mogelijke bezuinigingen, de consequentie van afspraken die in de ministerraad zijn gemaakt. Maar ook zonder de besluiten die het kabinet Lubbers/Kok deze zomer heeft genomen, zou de regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten, handzaam afgekort met RGSHG, onder de loep zijn genomen. Het is een regeling met een 'open einde', dat wil zeggen dat het uit te keren subsidiebedrag in een jaar in principe onbegrensd is. Dat knelt te meer daar het aantal aanvragen op grond van de RGSHG jaarlijks groeit en de verwachting steeds overtreft. In 1979 werden iets meer dan 6.000 woningen aan de behoeften van gehandicapten aangepast tegen een bedrag van 60 miljoen gulden. Tien jaar later waren het er 19.600 en in 1989 bijna 30.000. Dat kostte vorig jaar aan subsidie ruim 217 miljoen gulden, een overschrijding van de begroting met 17 miljoen. Voor de komende jaren wordt een jaarlijkse groei van vijf procent verwacht.

Belangrijkste oorzaak: de vergrijzing, gecombineerd met het door achtereenvolgende kabinetten gepropageerde streven mensen zo lang mogelijk in staat te stellen in hun eigen woning te blijven. Hetgeen trouwens tot een minder exact berekende besparing leidt op de kosten voor verzorgings- en verpleeghuizen. Bovendien is de regeling in zekere zin het slachtoffer van haar eigen succes: via voorlichtingsacties is de bekendheid ervan groot. 'Een overval.'

Zo karakteriseerde de Gehandicaptenraad in een brief aan de Tweede Kamer het voorstel van Heerma een eigen bijdrage aan gehandicapten te vragen. De raad was 'verbijsterd'.

Het ministerie zelf is terughoudend met mededelingen over de maatregel, gezien het verband met de begroting voor volgend jaar die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Maar duidelijk is wel dat Heerma denkt aan een bijdrage van 50 procent in de kosten van een voorziening met een maximum van 1.500 gulden en dat hij mensen met een inkomen op bijstandsniveau hierbij wil ontzien.

Extreem geredeneerd is de vraag onder meer waarom een licht gehandicapte miljonair niet zelf het geld op tafel zou leggen voor de beugel die hij in zijn toiletruimte laat aanbrengen. Maar afgezien van strijdigheid met het beginsel dat een handicap bij de huisvesting geen extra financiele nadelen met zich mag meebrengen, meent VNG-medewerkster A. van Marion dat die situatie zich in de praktijk niet zo vaak voordoet. Uit een steekproef is gebleken dat 20 procent van de aanvragen voor een bijdrage afkomstig is van mensen met een bijstandsuitkering en voor 50 procent van gehandicapten met inkomens iets daarboven. Drie kwart van de subsidie-ontvangers heeft een inkomen beneden modaal en hoort dus tot de 'doelgroep' van het volkshuisvestingsbeleid.

De vraag is hoe groot de besparing is die een eigen bijdrage het ministerie van volkshuisvesting zou opleveren. De Nationale Woningraad komt op een schatting van 35 miljoen gulden. Van Marion van de VNG wijst op de nu al hoge perceptiekosten van de regeling, veroorzaakt door voorlichtingsactiviteiten, beroepsprocedures en de vele administratieve handelingen die ambtenaren van gemeenten en ministerie verrichten.

Gemeenten klagen regelmatig over de controlezucht bij het departement. Zaanstad liet er onlangs zelfs een zwartboek over verschijnen. Een inkomenstoets zou de perceptiekosten die volgens sommige schattingen 25 procent bedragen, alleen maar verhogen. Daarbij komen ook nog de kosten van de verplichte advisering door de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) die moet toetsen of de gehandicapte recht heeft op de subsidie en of de gevraagde voorziening adequaat is.

Heerma heeft in een brief aan de Tweede Kamer deze week overigens maatregelen aangekondigd om voortaan te voorkomen dat mensen het slachtoffer worden van de lange wachttijden bij de GMD. Dat probleem doet zich vooral voor bij verhuizingen. Op grond van de regeling kan een gehandicapte daarvoor een premie krijgen. Ook al heeft hij zijn aanvraag tijdig ingediend, dan laat het advies van de GMD vaak nog zo lang op zich wachten dat de verhuizing inmiddels al achter de rug is. De gehandicapte kan dan naar zijn premie fluiten. Heerma heeft nu besloten de regeling zo te wijzigen dat betaling achteraf mogelijk is als de gehandicapte naar het oordeel van de gemeente recht op de premie had.

In 1992 wordt de regeling gedecentraliseerd. Gemeenten krijgen dan de beschikking over een budget en kunnen zelf volledig over de aanvragen beslissen. Bovendien mogen de gemeenten dan uit een ander verbeteringsfonds putten als het geld voor de gehandicaptenregeling op is. Toch vreest de Gehandicaptenraad dat een dergelijk budgetteringssysteem het 'open-einde karakter' van de regeling aantast en dus tot langere wachttijden voor de gehandicapten kan leiden. Van Marion deelt die vrees niet, een wethouder zal zich wel twee keer bedenken een politiek impopulaire maatregel als een beknibbeling op de uitgaven voor gehandicapten in de praktijk te brengen. Om dezelfde reden, zo is inmiddels gebleken, kan Heerma in de Tweede Kamer op de nodige tegenwind rekenen als hij de eigen-bijdrageregeling wil doorzetten.

    • John Kroon