Percentage tegenstanders kernenergie is toegenomen

ROTTERDAM, 1 sept. Het percentage Nederlanders dat tegen kernenergie is nam vorig jaar toe van 55 tot 67. Dit blijkt uit door het tijdschrift Nieuwe Beta gepubliceerde resultaten van enquetes die onderzoekers van de Leidse universiteit hebben gehouden.

De Werkgroep Energie- en Milieuonderzoek van de Rijksuniversiteit Leiden peilt in opdracht van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu (VROM) elk half jaar de mening van de bevolking over kernenergie en kolen. Na een hoogtepunt kort na het ongeval met de reactor bij Tsjernobyl ligt het percentage tegenstanders van kernenergie onder de bevolking vrij constant rond de 55. Zo'n grote toename van de tegenstand is na de post-Tsjernobyl-piek nog niet voorgekomen.

De onderzoekers voorspelden een verdere versmalling van het draagvlak voor kernenergie al in hun vorige rapport. Ze constateerden dat de houding van voorstanders minder stabiel was dan die van tegenstanders.

Minister Andriessen van economische zaken maakte in januari van dit jaar duidelijk kenbaar voorstander te zijn van verdere uitbreiding van het kernenergievermogen in Nederland. Zijn opvatting vindt maar weinig steun onder de bevolking. Het percentage burgers dat tegen de uitbreiding van het aantal kerncentrales is steeg vorig jaar van 85 naar 87. De cijfers uit het onderzoek zijn nog niet formeel openbaar gemaakt: ze moeten nog worden besproken met de opdrachtgever, het ministerie van VROM. Als oorzaak van de toegenomen aversie tegen kernenergie noemen de onderzoekers gebrek aan vertrouwen in de overheid en een groei van het milieubewustzijn. Ook voorstanders van kernenergie doen de laatste tijd een beroep op het milieu-argument: kerncentrales stoten geen kooldioxide uit en kunnen dus een rol spelen in de strijd tegen het broeikaseffect.