Overheid manipuleert sociale fondsen

Onlangs keurde het parlement de Wet Loonkostenreductie op Minimumloonniveau goed. Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten voor minimumloners. Een nobel doel ter bevordering van de werkgelegenheid van kansarmen. Minder nobel is de wijze waarop de overheid aan het hiervoor benodigde geld denkt te komen. Artikel 8 bepaalt namelijk, dat de financiering geschiedt ten laste van de AWBZ- en AAW-fondsen. Fondsen die zijn ingesteld om de volksgezondheid te dienen en beslist niet ter financiering van de werkgelegenheid.

Oneigenlijk gebruik van sociale wetten en -fondsen dus. Maar nog bedenkelijker wordt het indien men in de Memorie van Toelichting leest hoe de staatssecretaris van financien zich dit in de praktijk voorstelt: de subsidies worden door de belastingdienst rechtstreeks met de werkgevers verrekend, door compensatie met verschuldigde belasting en premies. Met andere woorden: een deel van de geinde premies wordt niet afgedragen aan de beheerders van de sociale fondsen. De fiscus beschikt daarover eigenmachtig voor een geheel ander doel.

Daarmee handelt hij echter in strijd met de Wet Premieheffing Volksverzekering, die uitdrukkelijk bepaalt aan welke fondsen de premies moeten worden afgedragen en welke organen daarover het beheer voeren. Voor de AWBZ is dit de Ziekenfondsraad, voor de AAW het fondsbestuur. De uitgaven die zij mogen doen, zijn in de wet limitatief opgesomd. Werkgelegenheid is daar niet bij. Door de compensatie-truc worden de beherende organen in feite buitenspel gezet, dan wel op onoirbare wijze gedwongen het spel van oneigenlijk gebruik mee te spelen.

Maar er gebeurt meer. Omdat door deze wijze van financiering de beide fondsen jaarlijks voor enige honderden miljoenen minder aan premie ontvangen, zal die omhoog moeten, zo vermeldt de Memorie van Toelichting zonder enige schroom. Maar daaraan wordt niet zwaar getild. Via de zogenoemde overhevelingstoeslag op lonen en uitkeringen komt die verhoging uiteindelijk toch voor rekening van werkgevers en uitkeringsinstanties. Er is echter een vervelende bijkomstigheid: zelfstandigen, gepensioneerden en wezen beneden 18 jaar krijgen die toeslag niet. En dus ontstaat de absurde situatie, dat die bevolkingsgroepen, door een lager netto inkomen, moeten meebetalen aan subsidies voor de werkgevers. De Memorie van Toelichting zegt laconiek, bijna schaamteloos, dat onder anderen voor bejaarden 'koopkrachteffecten' kunnen optreden. Met verwondering vraagt men zich af hoe het parlement dit heeft kunnen goedkeuren.

Doch het uur der waarheid breekt uiteraard aan, wanneer de nieuwe premies per 1 januari aanstaande moeten worden vastgesteld. Voor de AWBZ geschiedt dit door de minister van WVC, gehoord de Ziekenfondsraad. Van deze minister die de Wet Loonkostenreductie niet eens heeft mede-ondertekend wordt dus verwacht de AWBZ-premie zodanig te verhogen dat daaruit, naast de behoeften van het AWBZ-fonds, tevens de loonsubsidie aan werkgevers kan worden gefinancierd. Zij stemt dan impliciet in met de truc van Financien om het verhoogde premiedeel buiten de zeggenschap van de Ziekenfondsraad te houden. Bovendien weet zij dat daarmee de belangen worden geschaad van de bejaarden, wier zorgbeleid eveneens tot haar portefeuille behoort.

Maar hiermede is de zaak nog niet ten einde, want andermaal nam het kabinet zijn toevlucht tot oneigenlijk gebruik van de AWBZ. Ditmaal moest geld worden gevonden voor de dekking van het WIR-tekort. De rijksbijdrage aan het AWBZ-fonds wordt ingetrokken en voor dat tekort gebruikt. Hierdoor zal de minister van WVC, ten gerieve van haar ambtgenoten van financien en economische zaken, andermaal een verhoging van de premie moeten vaststellen en wederom zal de Ziekenfondsraad zich moeten afvragen of hieraan kan worden meegewerkt.

Uiteraard kan de regering niet het recht worden ontzegd een rijksbijdrage in te trekken. Wanneer dit echter zo duidelijk geschiedt met het oogmerk, via extra premieheffing voor een sociale verzekering een fiscaal doel te dienen, kan men zich afvragen of dan nog wel sprake is van 'in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur'. Het feit dat een geschrokken minister van financien inmiddels heeft beloofd de nadelige gevolgen voor de gepensioneerden te verzachten (over de loonsubsidie-truc spreekt hij niet) doet hieraan niets af. Gemanipuleer met sociale wetten door particulieren wordt terecht bestreden. Maar laat de overheid dan zelf het goede voorbeeld geven.