Olie drukt obligatiemarkt meer dan Duitse inflatie

UTRECHT, 1 sept. De obligatiemarkt stond ook deze week weer in het teken van de Golfcrisis, en van de olieprijsontwikkeling in het bijzonder. Tegenvallend inflatienieuws uit West-Duitsland had weinig invloed.

De week begon goed toen maandag de olieprijs fors daalde. De obligatiekoersen veerden dusdanig op dat het effectief rendement op de jongste staatsleningen tot onder 9,1 procent daalde.

Ook dinsdag bleef de positieve stemming aanhouden. Dat de twijfel niet was weggenomen blijkt echter uit het feit dat de omzetten op de obligatiemarkt steeds aan de lage kant bleven, minder dan een half miljard gulden per dag. Uiteraard is het ongewisse gebeuren rond de westerse gegijzelden in Irak daar debet aan. Later in de week viel hernieuwde argwaan te bespeuren, waardoor de obligatiekoersen weer enige daling vertoonden.

Behalve op de blijvende politieke spanning kan gewezen worden op negatief nieuws uit West-Duitsland. Het voorlopige inflatiecijfer over de maand augustus bedroeg niet minder dan 0,4 procent ten opzichte van juli, en 2,9 procent tegenover augustus 1989. In juli had nog een meevallende 2,4 procent op jaarbasis gegolden. Vooral in de snelgroeiende bouw blijken fors hogere prijzen voor te komen. Voorts zijn ook in Duitsland de benzineprijzen gestegen. Een reaktie van de Bundesbank valt nog niet te melden, en de geldmarkt-tarieven bleken eerder lager dan hoger.

Dit laatste gold ook voor ons land, waarbij tevens gewezen kan worden op een stabiele DM/gulden-verhouding. De Nederlandsche Bank handhaafde haar speciale beleningstarief op 8 procent en verschafte enige ruimte door van 3 tot 12 september de Kasreserveverplichting op te schorten. Voor de Minister van Financien bleken de onzekerheden echter te groot om met een normale, op een dag te plaatsen, tenderlening te komen. Gisterochtend werd bekendgemaakt dat een door de markt voor dinsdag verwachte 9 procent toonbanklening, met doorlopende afgifte, reeds maandag tegen wisselende koersen zou worden afgegeven. Door de minimum-afgifte op 2,5 miljoen gulden te stellen worden particuliere klanten in principe naar de secundaire markt verwezen. Gegeven het recente effectief rendement van 9,07 procent werd gisteren aan een indicatiekoers van ruim 99,5 procent gedacht.

Eurokapitaalmarkt

De per saldo gedaalde olieprijzen alsmede de aankondiging van de bemiddelingspoging van Perez de Cuellar boden de meeste internationale kapitaalmarkten de ruimte tot koersstijgingen. Hoewel de renteniveaus aldus voor het eerst sinds het begin van de Golf-crisis een daling vertoonden ging dit niet gepaard met een levendige handel. Het marktsentiment is nog steeds nerveus en veel van de koersfluctuaties hebben dan ook technische oorzaken. Zo fungeerde afgelopen maandag de met 4 dollar per vat ingezakte olieprijs weliswaar als katalysator voor een Amerikaanse rentedaling, de verklaring voor de omvang van deze daling dient meer gezocht te worden in het afdekken van short-posities. Dit kwam dan ook tot uitdrukking in een gestegen ecart tussen Euro- en binnenlandse dollarleningen, een verschil dat overigens in de loop van de week weer afnam. De Japanse Centrale Bank zag in de onrustige financiele markten geen aanleiding een renteverhoging uit te stellen. Donderdag werd het Japanse disconto met drie kwart procentpunt verhoogd tot 6 procent.

De markten hadden hierop reeds geanticipeerd en wekten zelfs de indruk dat de verhoging meer dan verdisconteerd was in de huidige koersen. Zo won de dollar aan kracht ten opzichte van de Yen en lieten zowel de Japanse obligaties alsook aandelen hogere koersen noteren.

De belangrijkste lening die op de Eurokapitaalmarkt werd uitgebracht kwam op naam van de Republiek van Italie. Deze bracht een 9 5/8 procent 'jumbo-lening' uit met de totale omvang van 1 miljard dollar. De uitgiftekoers bedroeg 99,85 procent, goed voor een effectief rendement van 9,63 procent. Door de looptijd van 9 jaar heeft deze voor institutionele beleggers bedoelde lening dezelfde modaliteiten als een reeds bestaande, 1 miljard grote, lening van dezelfde debiteur. Door de compatibiliteit is deze dubbele lening de grootste uit de geschiedenis die op de Eurokapitaalmarkt wordt verhandeld.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek