Na de economische schok: de 'ethiopisering' van Peru

LIMA, 1 sept. Emma Hilario woont in het sloppendistrict San Juan Miraflores van Peru's hoofdstad Lima. Zij coordineert in samenwerking met de Peruaanse ontwikkelings- en onderzoeksorganisatie DESCO in het zuidelijke deel van Lima de activiteiten van de 'comedores', gaarkeukens die zijn opgericht door vrouwen in de sloppenwijken om het hoofd te bieden aan de honger. Als zij ons rondleidt door haar eigen wijk, wijst ze op een uitgestrekt stuk braakliggend land dat is bedekt met een laag vuilnis van enkele decimeters. 'En dit is dan ons bloemenpark', zegt ze met cynisch lachje.

Er om heen staan de uit baksteen en bouwafval opgetrokken woninkjes met golfplaten daken. Behalve de hoofdwegen door dit tientallen vierkante kilometers grote gebied is San Juan Miraflores onbestraat. In moederpoelen spelen honden en kinderen onder de eeuwig grijze Limeense winterlucht. 'Het sterftecijfer onder kinderen in San Juan Miraflores is het hoogste in het land', vertelt mevrouw Hilario. 'We hebben erg veel tbc-lijdertjes, maar medicijnen zijn te duur.' Het demografisch profiel van San Juan Miraflores laat werklozen zien, alleenstaande moeders en gezinnen met gemiddeld drie kinderen. De recente bewoners zijn vooral afkomstig uit de Peruaanse Andes. Indianen en mestiezen uit Huancavelica, Apurimac, Ayacucho. De meerderheid spreekt geen spaans, maar het Indiaanse quechua. Ze zijn gevlucht voor dezelfde situatie als waarin ze in de Peruaanse hoofstad verzeild zijn geraakt: armoede en ondervoeding. Ze zijn ook gevlucht voor het geweld van de terroristische guerrillabeweging Sendero Luminoso ('Lichtend Pad') en de weinig selectieve terreurbestrijding door het leger, dat krachtens de noodtoestand in de meeste Peruaanse departementen heer en meester is.

Hoewel de hele hoofdstad te kampen heeft met gebrek aan elektriciteit en water als gevolg van de droogte en voortdurende aanslagen op hoogspanningsmasten door Sendero Luminoso, worden de pueblos jovenes (jonge dorpen, zoals het eufemisme voor de sloppenwijken luidt) het zwaarst getroffen. 'Eens in de vier dagen is hier water', zegt mevrouw Hilario, 'tussen vier en zes uur 's ochtends.'

Voor het water geldt een 'sociaal tarief' van 250.000 inti voor de maximale hoeveelheid van tien kubieke meter per persoon per maand. In het kader van het economische schokplan van de regering werden op 8 augustus de nutstarieven scherp verhoogd. Voor licht moet nu bijna achttien maal zoveel worden betaald.

Maar de prijsstijgingen van voedsel en brandstof veroorzaken de grootste problemen in de pueblos jovenes. Rijst, meel en spijsolie gingen na de prijsverhoging met enkele honderden procenten omhoog. Kerosine, de brandstof waarmee wordt gekookt, werd 34 maal zo duur. Deze aanslag op de koopkracht ging voor de meeste inwoners van de krottenwijken gepaard met het vrijwel geheel wegvallen van hun inkomen. Miljoenen verdienden hun brood in de zogenoemde informele sector van de economie; de straathandel in plastic zakkammetjes, losse rollen toiletpapier, stukken zeep en duizenden andere produkten die iets onder de winkelprijs worden verkocht. Maar de klanten veelal afkomstig de arme wijken blijven nu weg. Zij die geld hebben, geven dit uit aan voedsel.

De acute crisis onder de armen in Peru wordt geweten aan het ontbreken van een 'sociaal stootkussen' als onderdeel van het schokprogramma van de regering-Fujimori. Hoewel weinigen ook in de krottenwijken niet twijfelen aan de noodzaak om de hyperinflatie als oorzaak van de economische malaise met schokachtige maatregelen te bedwingen, is het ontbreken van compensatiemaatregelen niet minder dan een ramp voor meer dan de helft van de bevolking.

'Dit is een a-sociaal programma. Mogelijk zal de inflatie stoppen, maar de kosten zijn te hoog', zegt directeur Mariano Valderrama van het agrarische onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut CEPES. 'Duizenden vrouwen en kinderen zullen de komende maanden en jaren sterven aan de gevolgen van ondervoeding en de ziektes die daarvan het gevolg zijn. Vergelijkt u het maar met de toestand in Europa direct na de Tweede Wereldoorlog.' De econoom Javier Iguiniz van de organisatie DESCO onderschrijft dit met statistieken. 'Aan de reeds bestaande groep van zeven miljoen mensen die onder de armoedegrens leefden, is sinds 8 augustus een groep van vijf miljoen toegevoegd. De marginaal economisch actieven, zoals de 4,4 miljoen mensen die in de ambulante straathandel werken, kunnen nu worden gerekend tot het miljoenenleger van werklozen. Bij de vorige crisis, in 1985, bleek uit cijfers van het kinderfonds UNICEF van de Verenigde Naties dat Peru het achtste land was in calorieendeficientie na landen als Mali, Tsjaad, Haiti en Ethiopie. Maar Peru heeft wel vier maal meer inkomen per hoofd van de bevolking dan deze landen. Omdat de inkomensverdeling hier nog veel ongelijker is, is de situatie dus nog schrijnender dan de cijfers aangeven.' Volgens Iguiniz is de situatie buiten de hoofdstad zo mogelijk nog erger dan in Lima zelf. 'De boeren lijden in relatieve zin minder, omdat ze al haast niets meer hadden, maar in absolute zin veel meer. Ons bereiken berichten van onze medewerkers in de Andes dat moeders proberen hun kinderen mee te geven aan reizigers, omdat ze zelf niet meer voor eten kunnen zorgen.

Een collega ging op bezoek bij een boerengemeenschap om de mensen op te beuren. Een vrouw kwam op hem af en zei: 'Hier, neem mijn kind, het is gratis'. 'Je maakt een grapje', zei mijn collega. 'Nee, neem het, het is gratis', zei de vrouw, 'dan krijgt het ten minste nog te eten'. De boeren hebben helemaal niets meer, zij hebben hun vee en zaaizaad al opgegeten.' Volgens Iguiniz neemt het aantal overvallen op voedseltransporten toe. Maar de armen stelen ook elkaars voedsel; het bezit van een blikje tonijn is gevaarlijk geworden. Dat is, aldus de econoom, een nieuw fenomeen.

Terug in de sloppenwijken van San Juan Miraflores blijkt hoe hoog de nood ook in de gaarkeukens is. De marktprijzen voor primaire levensbehoeften zijn onbetaalbaar geworden en dus is men afhankelijk van noodhulp. Aan de muur van een comedor hangt een nuttige voedingstabel, maar de afgebeelde produkten zitten niet in de twee grote pannen die op het vuur staan. Opnieuw wordt er vissoep gekookt van de resten van de dag ervoor.

Soms met tranen, maar altijd met wanhoop in de ogen vertellen de leidsters van de comedores hoe kritiek de situatie is voor hun klanten. In gaarkeuken 'Michaela Bastillas II' in Pamplona Alta gooit Mercedes Navarro Sulea in een stortvloed van woorden haar verhaal eruit; het trieste relaas van een 38-jarige weduwe met vier kinderen, van wie er een aan tbc lijdt. Haar man overleed twee jaar geleden aan deze ziekte en de weduwe heeft geen werk en dus geen inkomen. Ze is voor de ene maaltijd per dag voor haar en de kinderen volstrekt afhankelijk van de comedor.

Dan worden we voorgesteld aan de 25-jarige alleenstaande moeder Marta Mamani Cama, werkloos en onlangs met haar ene kind verlaten door haar man. Eten kan alleen maar in de gaarkeuken. Voor de negentienjarige wees Rosa Luya Rojas geldt hetzelfde, hoewel zij het geluk heeft bij tijd en wijle te worden ondersteund door haar 24-jarige broer die werk heeft. Een jonger broertje lijdt aan tbc. Nu verdringen de vrouwen elkaar om bij de buitenlandse bezoeker hun nood te klagen. De boodschap van allen: zorg dat er hulp komt, alstublieft.

Van de Peruaanse regering hoeven de vrouwen in de sloppenwijken voorlopig niet veel te verwachten. Op de onregelmatige levering van gratis vissen voor het nationale gerecht ceviche en de daarvan getrokken vissoep chilcanito na, beperkt de regering zich tot het pogen de bestaande particuliere hulpprogramma's zoals die van het rooms-katholieke Caritas, het Amerikaanse Care en de Peruaanse werkgeversorganisatie, te bundelen in de Coordinatiecommissie voor de Sociaal Compenserende Programma's. Hiervoor is de zakenman Percy Vargas aangesteld. 'Zo'n man zou een directe lijn naar de president en een groot aantal volmachten moeten hebben', zegt een Westerse diplomaat, 'maar nu zie je dat binnen de regering verschillende instanties zich met de hulpverlening bezighouden. Coordinatie is er dus niet'. Ook het gemeentelijke hulpprogramma 'Vaso de leche' (glas melk) dat beoogt de kleinste sloppenbewoners ten minste een maal per dag met een witte motor te starten, is afgebroken. Directrice Rosaura Sanchez vertelt met een baby op de arm dat er al een week geen melk voor het programma is aangeleverd in San Juan Miraflores. 'We hebben niets meer van Belmont gehoord', zegt ze onder verwijzing naar Lima's vorig jaar gekozen burgemeester Ricardo Belmont, populair geworden dankzij de televisie. De burgemeester, zo blijkt na het aanzetten van het televisietoestel, heeft het druk met een ander programma: zijn eigen, dat nog elke avond wordt uitgezonden en waarin de eerste burger van Lima op moraliserende toon zijn stadgenoten volle-maagdeugden voorhoudt.

De particuliere organisaties voeren intussen hun noodhulp op. Tijdens ons bezoek aan San Juan Miraflores arriveren vier vrachtwagens met hulpgoederen van Care bij een parochiale comedor. Met grote haast en efficientie worden de zakken vis, balen meel en blikken spijsolie direct verdeeld onder de leidsters van de plaatselijke comedores. In de keuken van het parochiegebouw naast de kerk beginnen onmiddellijk kookactiviteiten.

Een man vraagt aan coordinatrice Emma Hilario waarom zijn comedor nu geen hulpgoederen ontvangt. 'Nee', zegt zij, 'nu is het jullie beurt om niets te krijgen.'

De man blijkt bij navraag een organisatie van gaarkeukens te vertegenwoordigen die zijn gelieerd aan de APRA-partij van oud-president Alan Garcia. 'Toen Garcia in de regering zat kregen alleen zij hulp van de regering en de zelfhulpgroepen niet', vertelt mevrouw Hilario. 'Als je eten van zo'n comedor wilde hebben, moest je eerst lid van de APRA-partij worden. Onder Garcia die de staatskas heeft geplunderd en verantwoordelijk is voor deze crisis werd er alleen maar hulp gegeven voor politieke doeleinden.' De urgentie van het voedselgebrek voor de allerarmsten in Peru werd vorige week op dramatische wijze geillustreerd door de wantoestanden in een drietal gevangenissen in Lima, waaronder de vrouwengevangenis. Voor de gevangenen was er niets meer te eten. De Peruaanse pers bracht met schreeuwende koppen het nieuws dat de gevangenen hun honger stilden met van een hond getrokken soep. In de marge van deze sensationele berichtgeving viel een kleiner, maar triester berichtje nauwelijks op: 'Moeder in gevangenis doodt eigen kind'. Terwijl de in Peru werkzame organisaties hun activiteiten tot het maximum opvoeren en allerlei goedbedoelde, maar weinig doeltreffende initiatieven ontstaan in de wakkergeschrokken Peruaanse middenklasse, komt de hulp uit het buitenland aarzelend op gang. De Verenigde Staten lopen voorop met het aanvoeren van hulpgoederen, terwijl ook de Zuidamerikaanse buurlanden voedselzendingen sturen.

De Verenigde Naties hebben recentelijk tweehonderd miljoen dollar voor de komende vijf jaar ter beschikking gesteld voor hulp aan de allerarmsten in Peru. Secretaris-generaal Javier Perez de Cuellar, met schrijver en ex-presidentskandidaat Mario Vargas Llosa de beroemdste Peruaan, heeft zelfs uit eigen zak vijfduizend dollar ter beschikking gesteld. De landen van de Europese Gemeenschap hebben geen gezamenlijk noodprogramma voor Peru, maar individuele landen als Spanje en Italie bereiden voedselzendingen voor.

De Nederlandse medefinancieringsorganisaties CEBEMO, HIVOS, ICCO en NOVIB hebben al enige jaren een programma in Peru waarbij de comedores worden gefinancierd via de Peruaanse organisatie Fovida. Deze organisatie koopt dan op de lokale markt etenswaren. Vorig jaar werd daarvoor 1,4 miljoen gulden uitgetrokken. Voor dit jaar heeft minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking, die de rekening betaalt, in principe een verhoging naar vijf miljoen gulden goedgekeurd. Een woordvoerder van de NOVIB zegt dat het aanbod voor meer hulp al is gedaan aan de Peruaanse partners. Maar het probleem is dat zo kort na de aankondiging van de economische maatregelen de situatie voor de Peruanen zelf nog volkomen onoverzichtelijk is. Een publieksactie wordt daarom nog niet overwogen, aldus de NOVIB-woordvoerder.

De huidige situatie slaat een gat in het Nederlandse ontwikkelingsprogramma in Peru. De hulp was traditioneel gericht op duurzame ontwikkeling door bij voorbeeld de aanschaf van kunstmest te betalen. Landbouwdeskundige Valderrama meent dat de komende 'campagne' door droogte en gebrek aan zaaizaad zal mislukken. Daardoor zal de stroom landbouwprodukten uit de provincies naar de hoofdstad kleiner worden.

Econoom Javier Iguiniz verwacht dat de hongerexplosie Peru verder zal doen stijgen op de armoedeladder van de UNICEF. 'Wat je nu ziet, is de 'ethiopisering' van Peru.'

En hij voegt er met een zachte stem die de urgentie niet kan verhullen aan toe: 'Het buitenland moet nu hulpgoederen naar Peru sturen. Niet per schip, maar per vliegtuig. Nu'. Ambulante handel in San Juan Miraflores: geen klanten, geen eten. (Foto NRC Handelsblad)

    • Reinoud Roscam Abbing