Mega-flop

HET MEGA-CHIPPROJECT, door de Nederlandse en Duitse overheid gesteund met 500 miljoen gulden, is voor Philips op een commerciele flop uitgelopen. De onderneming stopt met de ontwikkeling en produktie van zogeheten statische geheugenchips die technologisch de weg hadden moeten banen voor complexere chips. Philips houdt ermee op om te voorkomen dat de verliezen nog veel hoger oplopen dan nu al het geval is, waardoor het voortbestaan van het hele concern in gevaar zou komen.

Het echec is het resultaat van overschatting: van de marktgroei en van de financiele spankracht van de eigen onderneming. Was de Nederlandse overheid er niet met een steun van 200 miljoen bij betrokken, dan zou men kunnen zeggen: dit is nu ondernemersrisico. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Er is door Philips en het ministerie van economische zaken heel wat uit te leggen aan de Nederlandse belastingbetaler. Zo rijst de vraag of de steun aan het Mega-project destijds gepresenteerd als een van de fundamenten van het Nederlandse industriebeleid weggegooid geld is geweest. En had de overheid de commerciele mislukking van het Mega-project misschien moeten voorzien, of er althans rekening mee moeten houden? Het ministerie van economische zaken heeft zich met het financiele welslagen van het project nooit beziggehouden. Dat vond men de taak van het concern.

Van de verklaring van Philips voor de commerciele mislukking van het project zal de overheid moeten laten afhangen of ze andere onderzoeksinspanningen van de onderneming in de toekomst nog zal steunen. Daarnaast zal Philips moeten aantonen dat zijn chipgroep ook zonder statische geheugenchips nog levensvatbaar is. ACHTERAF IS HET natuurlijk gemakkelijk praten. De marketingmensen van Philips dachten in 1984 bij het begin van het Mega-project nog dat de markt voor geheugenchips jaarlijks met 25 procent zou groeien. Ook gingen ze ervan uit dat eind 1989 een massamarkt voor de nieuwe generatie geheugenchips zou ontstaan. Beide prognoses bleken te rooskleurig. Vergissen is menselijk, maar bestuurders die de strategie van een grote onderneming vaststellen moeten er rekening mee houden dat de werkelijkheid zich niet altijd voegt naar marktprognoses. Zij moeten zorgen dat tegenvallers kunnen worden opgevangen en dat er geen onverantwoorde risico's worden genomen. Dat is geen hooggeleerde managementstrategie, maar eenvoudige volkswijsheid: wie te grote stappen neemt, scheurt uit zijn broek. Philips en de Duitse partner Siemens namen allebei een groot risisco door zich in het kader van het Mega-project te richten op de ontwikkeling van nieuwe generaties geheugenchips. Maar de grote fout van Philips was om zich zonder 'vangnet' in dat avontuur te begeven. Siemens dekte zich wel in. Dat bedrijf haalde zich destijds de woede van de Duitse politiek en pers op de hals door de produktietechnologie voor de voorafgaande generatie chips niet zelf te ontwikkelen maar van de Japanners te kopen. Dat was misschien niet erg eervol, maar het zorgt er wel voor dat de Megachip-fabriek van Siemens inmiddels op volle toeren draait.

Philips heeft in de periode 1985-1989 een kwart van de 20 miljard gulden investeringsruimte aan chips besteed, een kapitaalbeslag dat bijna onvermijdelijk buiten alle proporties moest groeien. De bestuurders konden dus zien aankomen dat een eventuele misser de hele onderneming in gevaar zou brengen. Philips heeft nu eenmaal niet die royale reserves, waarover Siemens wel kan beschikken.

DE PRESIDENT-DIRECTEUR van Philips heeft de risico's onvoldoende erkend en afgedekt. Dat verwijt geldt in de eerste plaats dr. W. Dekker, die de eerste man van Philips was bij het begin van het Mega-project. Dezelfde Dekker die onlangs in zijn functie als voorzitter van de raad van toezicht zijn opvolger Van der Klugt ontsloeg omdat deze het vertrouwen in de onderneming zou hebben geschaad. Maar was het niet veel schadelijker om het concern op te zadelen met ongedekte cheques? Voor de nieuwe leider, J. D. Timmer, bleef geen andere mogelijkheid dan de bodemloze put direct te dempen, voordat het hele bedrijf erin zou verdwijnen.

Het meest trieste is eigenlijk dat het Mega-project technologisch een doorslaand succes is. Een speciale begeleidingscommissie is destijds nog door de overheid ingesteld om de technische vooruitgang van het project te controleren. Aan technisch kunnen heeft Philips geen gebrek, alleen heeft de onderneming er onvoldoende van geprofiteerd. En de overheid keek machteloos toe.