Kleine kunstmaantjes voordelig; Minisatelliet herleeft

Wie in de woestijn of in het oerwoud een fax of een computerbericht wilde versturen, was tot voor kort aangewezen op een krachtige radiozender of een satellietschotel. Nog lastiger was het als men vanaf Antarctica of de Noordelijke IJszee contact probeerde te zoeken met de bewoonde wereld. De polen worden door geostationaire satellieten (satellieten die een zelfde omwentelingssnelheid als de aarde hebben en daardoor ogenschijnlijk roerloos aan de hemel staan) niet bestreken. Een satellietverbinding komt daar dus niet tot stand. Tien jaar geleden kwam daar verandering in. Toen lanceerde de Universiteit van Surrey in Guildford een minisatelliet, een kunstmaan met een gewicht van 60 kilogram, die op een hoogte van 800 kilometer met een snelheid van 7 kilometer per seconde over de aarde scheert. De satelliet, nauwelijks een meter hoog, beschrijft een vaste baan over de polen, waardoor hij steeds op dezelfde lokale tijd overkomt. Met een schootcomputer en een kofferzendertje kunnen berichten naar de satelliet worden verzonden. De gegevens kunnen tijdelijk in een werkgeheugen worden opgeslagen en op een later tijdstip door grondstations weer worden ontvangen. Inmiddels cirkelen er al drie van deze satellieten in een baan rond de aarde. De volgende zal in april 1991 worden gelanceerd.

In 1974 begon de student Martin Sweeting zich te interesseren voor Amerikaanse weersatellieten. Twee jaar later had hij met steun van de Universiteit van Surrey reeds een grondstation gebouwd voor de communicatie met deze kunstmanen. In 1980 had Sweeting bij allerlei bedrijven 120.000 pond losgeweekt voor de bouw van de eerste minisatelliet, de UoSAT-1, die een jaar later door NASA werd gelanceerd. Inmiddels staat Sweeting aan het hoofd van Surrey Satellite Technology Ltd. (SST), dat gevestigd is op de Universiteit van Surrey.

Behalve voor communicatiedoeleinden worden de satellieten van het bedrijf gebruikt voor wetenschappelijke proefnemingen die in grote satellieten moeilijk te realiseren zijn. Mitsubishi test via UoSAT-satellieten een geheel nieuw type zonnecellen. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA meet de stralingsinvloed op halfgeleidercomponenten. Ook wordt nagegaan hoe de Transputers (een speciaal soort microprocessoren) van Inmos zich in de ruimte gedragen.'Het is goedkoper en ook veiliger om voor dit soort experimenten kleinere satellieten te gebruiken', zegt Maarten J. M. Meerman, een van de vier Nederlanders die bij UoSAT betrokken zijn. 'UoSAT-satellieten kosten ongeveer 1 miljoen gulden, als er eens iets kapot gaat heb je in elk geval geen miljardenstrop. Ook de lancering kost erg weinig. De kunstmanen zijn zo klein dat ze samen met grotere satellieten worden gelanceerd.'De satellieten hebben een eenvoudige configuratie. Vaste zonnepanelen van galliumarseen of silicium leveren de benodigde energie. Om te voorkomen dat de zonnepanelen te warm worden, wordt de satelliet regelmatig gedraaid.

De voorziene levensduur is ongeveer vier jaar.

De communicatiefaciliteiten van UoSAT-satellieten zijn in eerste instantie bedoeld voor onderwijsdoeleinden en voor radio-amateurs. Ruim drieduizend leden van de internationale Radio Amateur Satellite Organisation (AMSAT) zoeken regelmatig radiografisch contact met UoSAT-satellieten. Zij kunnen onder meer beelden ontvangen die een camera van de aarde maakt. Met de nieuwere satellieten kunnen computergegevens tijdelijk worden opgeslagen in een zogenaamd RAM-geheugen van 4 megabyte. Omdat de kunstmanen de aarde erg dicht naderen (tot 800 kilometer, geostationaire satellieten zitten op 36.000 kilometer) kan voor de communicatie worden volstaan met een eenvoudige computer en een tamelijk zwakke zender. De gegevens worden met een snelheid van 9600 bits per seconde (de snelheid van een faxmachine) naar de satelliet verzonden.

In Engeland is de satelliet 's ochtends rond half elf driemaal zichtbaar, met tussenpozen van 98 minuten en 's avonds rond half elf nog eens driemaal, elke keer voor ongeveer 15 minuten van horizon tot horizon. Een bericht dat wordt verstuurd om 9 uur 's ochtends naar een grondstation in New York, zal om 9 uur plaatselijke tijd Manhattan bereiken. De satelliet is vooral geschikt voor expedities naar aardbevingsgebieden, waar meestal geen communicatie mogelijk is. Het idee van minisatellieten voor communicatiedoeleinden is overigens niet nieuw. Al in oktober 1960 lanceerde NASA de Courier-1B, de eerste actieve telecommunicatiesatelliet ter wereld, die boven een bepaald gebied een bandje kon opnemen en dat later boven een ander gebied weer kon afspelen. Maar omdat de computertechnologie destijds nog nauwelijks was ontwikkeld en er technisch erg veel bij kwam kijken, verloor NASA de interesse in het project. Dankzij de Universiteit van Surrey is de belangstelling voor minisatellieten weer toegenomen. In Guildford verwacht men dan ook concurrentie van andere universiteiten en ondernemingen als OSC en Motorola.