IEA onderzoekt alvast maatregelen energiebesparing

PARIJS, 1 sept. 'De maximum snelheid op de autowegen verlagen? Dat kan, maar de jaren zeventig en tachtig hebben ons geleerd dat de opbrengst in energiebesparing heel onzeker is. Nee, het enige effectieve middel is, denk ik, de prijs van brandstoffen. 'Als die omhoog gaat zoals nu, kun je een vermindering van de vraag verwachten en zullen bedrijven en regeringen gaan kijken naar alternatieven voor olie. Je ziet nu al een lichte vermindering van de vraag'.

Dat zegt de directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), dr. Helga Steg. Tijdens de eerste oliecrisis in 1973 was een van haar taken als topambtenaar van het ministerie van economische zaken in Bonn het uitstippelen van de energiepolitiek van de Bondsrepubliek. Sinds 1984 werkt ze bij het IEA in Parijs. Het bevorderen van concurrentie tussen verschillende energiebronnen, om de westerse wereld minder afhankelijk te maken van olie, heeft haar speciale belangstelling. 'Dat is een van de doelstellingen van het IEA', legt ze uit. Het agentschap kan in een echte crisissituatie noodmaatregelen afkondigen die voor de regeringen verplichtend zijn. 'Je zult zien dat de prijs van olie door deze crisis in de Golf geruime tijd hoger blijft en dat helpt om het ontwikkelen van andere bronnen weer aantrekkelijk te maken. Ik verwacht ook veel van een zuiniger gedrag in de transportsector. En een meer doelmatig gebruik van energie en nieuwe technische maatregelen in de industrie. Op dat gebied is er al veel gedaan, maar bij een lage olieprijs zoals we die een hele tijd hebben gehad, worden veel projecten voor besparing en voor andere energiebronnen in de ijskast gezet'. Op korte termijn zijn er geen noodmaatregelen vereist, omdat er veel olie in voorraad is en de produktie door een aantal landen wordt opgevoerd, zo heeft het IEA-bestuur op voorstel van dr. Steg uitgesproken. 'Wij prijzen de oliemaatschappijen dat ze nu een deel van hun voorraden op de markt brengen. Er is wel een mogelijk risico voor de energievoorziening tegen het begin van de winter. Als zich in november en december problemen voordoen, moet je op korte termijn maatregelen nemen, en wij als IEA zijn er om dat te coordineren.

Die ingrepen kunnen per land verschillen. 'Mogelijkheden zijn het verder interen op de voorraden, inclusief de strategische voorraden, het overschakelen van olie op aardgas of kolen waar dat kan, meer doelmatigheid, energiebesparing en vermindering van de vraag naar brandstoffen. 'In sommige lidstaten is er wat dit laatste betreft veel te verwachten van een aanmoediging om de auto minder te gebruiken, bijvoorbeeld op zondag of door carpooling, meer zuinigheid bij verwarming en airconditioning. En ook een verlaging van de maximum snelheid sluit ik niet uit, al verwacht ik er niet al te veel van. In de Bondsrepubliek kennen we, als enige land in Europa, geen maximum snelheid op de autobanen. In andere landen zal het nodig zijn om verplichte maatregelen voor te bereiden. Onze technische commissie is bezig al die mogelijkheden op een rijtje te zetten. Eind september komt het IEA-bestuur weer bijeen om de situatie van de olie-aanvoer, het verbruik en de voorraden weer onder de loep te nemen en eventueel beslissingen te nemen'. Het Internationaal Energie Agentschap neemt een wat tweeslachtige positie in, want het wil meer olie van de olieproducerende landen, maar ziet niets in gesprekken met het Opec-kartel, zoals de Iraanse olieminister Aqazadeh eerder deze week voorstelde. Tegelijk wil het IEA op den duur minder afhankelijk worden van olie. Aqazadeh drong aan op overleg met de consumerende landen, om aanbod en vraag op elkaar af te stemmen. Opec zou pas haar produktie moeten verhogen als het westen zijn voorraden flink heeft verlaagd, is de redenering.

Helga Steg: 'Ik acht het overleg met Opec politiek noch economisch uitvoerbaar. Opec zal eisen stellen op het gebied van haar marktaandeel en de prijs, die voor ons niet acceptabel zijn. De belangen van de twee organisaties zijn volkomen tegengesteld. We willen wel met afzonderlijke Opec-landen praten die ons helpen, zoals Saoedi-Arabie'.