Exposities over Ary Scheffer en de wevers van Van Gogh; Devoorkeur van de meester

De tentoonstellingen en tentoonstellinkjes over facetten uit het leven van Vincent van Gogh, die dit jaar op de meest onverwachte plaatsen in Nederland zijn georganiseerd, hebben ironisch genoeg de pech dat ze in het Van Gogh-jaar vallen, want de Van Gogh-moeheid lijkt bij het publiek buiten Amsterdam toegeslagen. Toch blijft het positief dat de Nederlandse musea die door de aard van hun collectie een band met de meester hebben nu aanleiding zagen specialisten op minuscule deelonderwerpen aan het werk te zetten, waardoor ze hun eigen vaste opstelling kunnen parafraseren. Dat het in Nederland daarbij vanzelfsprekend meestal over de vroegste dus in artistiek en kunsthistorisch opzicht minst interessante periode van Van Gogh gaat is een bijkomstigheid.

Met name twee musea hebben in dit opzicht opmerkelijke 'proefboringen' verricht in hun eigen collectie. Het Dordrechts Museum, dat al enkele jaren over een gereconstrueerde Scheffer-zaal beschikt, compleet met palmen en rood pluche, liet de Nijmeegse specialist Leo Ewals de relatie van Van Gogh tot de in de negentiende eeuw zeer bewonderde en sindsdien verguisde Ary Scheffer onderzoeken. Het Tilburgse Textielmuseum, dat de textielnijverheid in Brabant levendig houdt, ging vanuit sociaal-historische hoek in op de wevers van Van Gogh.

Gewijd

De Dordtse tentoonstelling is niet groot en in zijn geheel ondergebracht in de genoemde Schefferzaal. In een bijna gewijde sfeer kan men daar kennis nemen van de Scheffer-memorabilia, zoals het marmeren grafmonument van de moeder van Scheffer, waar Vincent van Gogh, toen hij in 1877 in Dordrecht bij de boekhandel Blusse en Braam werkte, telkens naar ging kijken. In de mooi uitgegeven catalogus stelt Leo Ewals de vraag in hoeverre Vincent ook in artistiek opzicht door Scheffer werd beinvloed. Vincents bewondering voor werken als de Christus Consolator, waarvan hij lange tijd een gravure op zijn slaapkamer had hangen, was vooral groot tijdens zijn religieuze crisis. De schilder-in-spe probeerde toen vast te geloven in de hoop en troost die het christendom aan de verdrukten kon geven, een onderwerp waar hij ook kwistig over predikte. Later werd Van Gogh kritischer ten aanzien van Scheffers werk en vooral in artistiek opzicht schoot dat voor hem te kort.

Tentoonstellingen en boek proberen vooral een antwoord te geven op de vraag waar Van Goghs bewondering vandaan kwam en niet waar die toe leidde. Bij dat uitgangspunt lijkt me een figuur als Scheffers leerling Constant Huysmans (1810-1886), die Vincents tekenleraar was op de HBS, een sleutelfiguur. Van deze kunstenaar, die in 1840 een 'leercursus' over het landschap publiceerde, hangen echter helaas maar twee litho's op de tentoonstelling. Van Gogh zelf ontbreekt overigens helemaal.

Gekletter

Totaal anders van sfeer is de tentoonstelling in het Nederlands Textielmuseum, waar de bezoeker niet met de ijzige stilte van het witte marmer maar met het gekletter en gedreun van een handweefgetouw wordt geconfronteerd. Zo'n geluidsbandje is geen nieuw idee maar in dit geval wel effectief, want het is daardoor bijna onmogelijk de twee reusachtige houten weefgetouwen die er staan puur van de esthetische kant te bekijken. Ze zijn prachtig met hun schuine lijnen en hun glanzende hout en kunnen wat mij betreft zo in een kunstmuseum, als die herrie er maar niet bij was.

Tentoonstelling en boek samen geven een mooie analyse van de fascinatie die Van Gogh in de jaren 1883/1884 in Nuenen had voor het motief van de wevers, dat in die tijd een bekend sociaal thema was, zowel in de beeldende kunst als in de literatuur. Aan de orde komt onder meer dat het Van Gogh niet zuiver ging om de sociale onrechtvaardigheid in het algemeen. Hij koos bewust de primitieve thuiswevers tot onderwerp en niet de arbeiders in de grotere bedrijven, die ook in Nuenen waren gevestigd. Hij wilde, zoals hij ook meermalen in zijn brieven schreef, de dramatiek uitbeelden van de eenling die in zijn bestaan wordt bedreigd. Daarbij had de schilder duidelijk een hang naar het ouderwetse.

Lampje

Hoe Vincent zich ook met deze armzalige lieden vereenzelvigde, in feite was hij tegen hun vooruitgang en zag hij bij voorbeeld liever het oud model weverslampje, zoals Millet het had geschilderd, dan de nieuwere en betere hanglampen. Deze lampen en ander huisraad, stalenboeken, statistieken, weefgetouwen en afbeeldingen van wevers uit de Nuenense periode van Van Gogh bevestigen op deze tentoonstelling niet alleen het beeld dat we van de weversschilderijen hadden maar voegen er ook een essentieel element aan toe. Namelijk dat de artistieke realiteit altijd anders is dan de materiele en sociale, ook al vond Van Gogh zich zelf een echte realist en uiterst sociaal. Wie te lang op de tentoonstelling blijft wordt daas van het gedreun van de getouwen.

Tentoonstellingen: Ary Scheffer bewonderd door Vincent van Gogh. T/m 30/12 in Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Geopend: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 13-17 uur; catalogus: fl.20,00. De weversen Vincent van Gogh. T/m 7/10 in Nederlands Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Geopend: di. t/m vr. 10-17 uur; za. en zo. 12-17 uur. Gelijknamige publikatie; uitg. Waanders, fl.42,50.

    • Saskia de Bodt