Directrice J. Birfelder van de stichting Bio-wetenschappen enmaatschappij: Zaak-Buck schoolvoorbeeld van hoe het niet moet

LEIDEN, 1 sept. 'Onverantwoorde voorbarigheid van de kant van Buck gecombineerd met, laat ik het maar vriendelijk zeggen, een weinig kritische houding van het NOS-journaal.'

Dat zijn volgens mevrouw J. Birfelder, directrice van de Stichting Bio-wetenschappen en Maatschappij, de twee belangrijkste factoren waardoor de publieke presentatie van de AIDS-vinding van prof. dr. H. M. Buck in april jongstleden een 'schoolvoorbeeld werd van hoe het niet moet', nog afgezien van het feit dat de wetenschappelijk fundering achteraf niet bleek te kloppen.

De zaak-Buck was voor de stichting al eind april aanleiding om op te roepen tot het opstellen van gedragscodes voor onderzoekers en journalisten bij het presenteren van maatschappelijk gevoelige resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Verschillende vakgroeperingen, waaronder de Federatie van Medisch-wetenschappelijke Verenigingen en de Nederlandse Vereniging van Wetenschapsjournalisten, hebben op het initiatief al belangstellend gereageerd.

De stichting Biowetenschappen en Maatschappij besteedt al sinds haar oprichting aandacht aan de wijze waarop biomedisch onderzoek door onderzoekers aan het publiek wordt gepresenteerd. Vooral resultaten met een mogelijke relevantie voor ongeneeslijke aandoeningen kunnen gemakkelijk valse hoop wekken. Birfelder: 'Het geval-Buck, waarbij al uitspraken over therapie werden gedaan nog voordat er zelfs maar dier-experimenteel onderzoek was verricht, is een klassiek voorbeeld van een onderzoeker die bij zijn optreden onvoldoende acht slaat op de maatschappelijke gevolgen van zijn uitspraken. Het ging bij Buck hoe dan ook om een zeer prille vondst. Iedere onderzoeker weet dat er tussen een veelbelovende fundamentele vondst en een eventuele klinische toepassing een langdurig traject zit waarin van alles mis kan gaan. Dat kan varieren van een onvoldoende zuiverheid van het kandidaat-geneesmiddel tot toxische effecten bij proefdieren en, uiteindelijk, bijwerkingen in de mens. Iedere stellige uitspraak over klinische toepasbaarheid dient in zulk een vroeg stadium worden vermeden.'

Volgens Birfelder behoort zulke terughoudendheid tot de wetenschappelijke verantoordelijkheid van onderzoekers: 'Ze behoren absoluut overtuigd te zijn van de wetenschappelijke juistheid van hetgeen ze in de media naar voren brengen; de media moeten erop kunnen vertrouwen dat wat onderzoekers hen vertellen, gechecked en dubbel gechecked is. Voor de uitspraak van Buck dat zijn voorlopige experimenten binnen een aangegeven termijn tot een klinische toepassing zouden leiden, ontbrak die basis. Dat Buck overhaast te werk is gegaan, blijkt eens te meer uit het feit dat zijn veronderstelde preparaat geen fosfaatgemethyleerd DNA bevatte. En uit het feit dat hij met dat materiaal naar Goudsmit is gestapt.' Behalve op de Eindhovense onderzoekers zelf heeft Birfelder ook kritiek op de manier waarop het NOS-journaal van de vondst verslag deed: 'De journalisten van de NOS hebben geen blijk gegeven begrip te hebben voor hoe wetenschappelijk onderzoek in zijn werk gaat. Ze hebben, mogelijk verblind door het idee een primeur bij de kop te hebben, hun journalistieke taak van kritische toetsing verzaakt. Dat er voor het onderwerp erg veel tijd werd uitgetrokken vond ik op zichzelf niet erg, maar wel dat die tijd niet werd benut om de zaak duidelijk uit te leggen, kritische vragen te stellen en zo mogelijk commentaar te vragen aan onafhankelijke deskundigen zaken waar gezien de voorkeursbehandeling van het Journaal wel tijd voor was. In plaats daarvan leek de presentatie er slechts op gericht om te laten zien, dat Buck een heel gewone man is die net als ieder ander met zijn hond door het park wandelt. Maar een wetenschappelijke wereldprimeur kun je niet brengen met sfeerbeelden. Televisie is een bij uitstek vluchtig medium, maar dat zou juist moeten oproepen tot een extra kritische instelling.'

'De affaire-Buck is een incident dat schade heeft berokkend aan patientengroeperingen en aan de reputatie van de Nederlandse biomedische wetenschap. Het is van groot belang dat zulke incidenten tot de uitzonderingen blijven behoren. Gelukkig hebben we in Nederland een klimaat waarin wetenschappelijke onderzoekers en journalisten over het algemeen verantwoordelijk omgaan met de berichtgeving over onderzoeksresultaten. In een dergelijk klimaat kunnen gedragscodes er toe bijdragen, dat excessen minder snel voorkomen. Met gedragscodes bedoelen we niet regels of richtlijnen, alleen maar aan een expliciete formulering van de normen en waarden die door de meeste onderzoekers en wetenschapsjournalisten in de praktijk al worden gerespecteerd. Bij eventuele incidenten kan er aan worden gerefereerd.' Mevr. J. Birfelder, directrice van de Stichting Bio-wetenschappen en Maatschappij: 'De media moeten erop kunnen vertrouwen dat wat onderzoekers hen vertellen, gechecked en dubbel gechecked is.'

(Foto Roel Rozenburg)

    • Felix Eijgenraam