'Die mannen zaten de hele dag te bellen, ze begrepen elkaarsteeds beter`; 'We zijn zo dicht mogelijk bij de geest van de Sanctiewetgebleven'; Een week lang regeerden de plaatsvervangers

Hoe reageerde 'Nederland' in de eerste dagen na de Iraakse inval in Koeweit? Het kabinet bestond uit een man: minister van economische zaken Andriessen. De Tweede Kamer was op reces, de departementen waren gedecimeerd door de vakantie en in de Haagse burelen hing een woestijnhitte. Een week lang regeerden ambtenaren het land, plaatsvervangers en plaatsvervangers van plaatsvervangers namen de besluiten en na zijn aanvankelijke aarzeling 'een olieboycot van Irak zou niet erg verstandig zijn' ondertekende minister Andriessen moeiteloos alle boycotbeschikkingen. Toen minister Van den Broek van buitenlandse zaken en Ter Beek van defensie na ruim een week alsnog naar Nederland terugkeerden, was het besluit voor het zenden van fregatten al genomen; ze konden nog wat schaven aan de brief daarover aan het parlement.

DEN HAAG, 1 sept.

De schoolvakanties zijn laat in de Haagse regio deze zomer. De meeste afdelingen op het departement van buitenlandse zaken werken begin augustus op halve kracht en met een beperkte bezetting. Zelfs de immer werklustige minister Hans van den Broek heeft zich losgerukt van het honingraat-achtige gebouw tussen het winkelcentrum Babylon en de Utrechtse Baan dat Buitenlandse Zaken huisvest; hij viert met zijn vrouw Josee en hun beide kinderen het zilveren huwelijksjubileum in Kenia. Ook voor directeur-generaal politieke zaken mr. A. P. van Walsum, de spin in het ministeriele web bij wie alle politieke draden samenkomen, lijkt niets de over twee dagen beginnende vakantie in de weg te staan. De doordenderende Duitse eenwording, de slachtpartijen in Liberia en de rassenmoorden in Soweto worden weliswaar aandachtig gevolgd, maar nopen niet tot bijzondere voorzorgsmaatregelen.

Om half vijf donderdagochtend 2 augustus rukt de telefoon Van Walsum uit zijn slaap. Het is drs. J. F. R. M. Veling, ambassadeur in Koeweit. In de vroege ochtend zijn Iraakse troepen het land binnengevallen en het is wel duidelijk dat de Koeweitse strijdkrachten geen partij zijn voor de getrainde en goed uitgeruste eenheden van Saddam Hoessein. De ervaren diplomaat Van Walsum, door Van den Broek uit Bangkok naar het ministerie gehaald om een van de gaten op te vullen die de paspoortaffaire heeft geslagen, begrijpt direct de reikwijdte van de gebeurtenis.

Hij stemt zijn radio af op de BBC Worldservice, belt secretaris-generaal dr. B. R. Bot uit bed en vervolgens mr. J. M. van Bosse van de Directie Afrika en Midden-Oosten, die deze week telefoondienst heeft voor de afdeling. De laatste krijgt het verzoek zijn chef jhr. mr. E. Roell en een aantal andere mensen onmiddellijk op de hoogte te stellen van de inval. Zelf zoekt Van Walsum het telefoonnummer op van minister Van den Broek in diens hotel in de Keniase kuststad Mombasa, waar het een uur later is.

De minister schrikt van het bericht. Ook hij realiseert zich dat het hier niet om een regionaal conflict gaat, waarvan de grotere machten in de wereld rustig de afloop zullen afwachten. De beide mannen weten dat er een vloedgolf aan problemen op hen af zal komen, waarin Nederland zich niet kan laten wegspoelen maar actief een rol dient te spelen. Maar ze komen overeen dat er voorlopig geen reden is voor een snelle terugkeer van de minister. Van Walsum krijgt de opdracht later op de ochtend het gebruikelijke consultatiemechanisme met de andere EG-landen in werking te stellen. Tevens wordt hem gevraagd contact op te nemen met de Amerikanen en om direct bij de Iraakse ambassadeur tegen de inval te protesteren.

Van Walsum begeeft zich naar het ministerie, waar rond een uur of zes ook Roell en andere mensen van de Directie Afrika en Midden-Oosten verschijnen. Plaatsvervangend woordvoerder mr. Robbert van Lanschot begint zich voor te bereiden op de vragen die journalisten van vele media hem later op de ochtend zullen stellen: Wat is de reactie van de Nederlandse regering op de Iraakse inval? Hoeveel Nederlanders zitten er in Koeweit? Contact met Koeweit verloopt moeizaam door het ontbreken van eigen radio-apparatuur in de ambassade; ook Buitenlandse Zaken moet het voorlopig doen met berichten van de BBC Worldservice en van het Amerikaanse tv-station CNN, dat op de Haagse kabel wordt uitgezonden.

Van Walsum en Roell beginnen bij het aanbreken van de normale kantoortijd contact op te nemen met hun collega's van de andere EG-landen. Al in de loop van deze donderdag wordt duidelijk dat het Italiaanse voorzitterschap zaterdagmorgen het 'Copo', het Comite Politique van de Europese Politieke Samenwerking in Rome bijeen wil roepen, het overlegorgaan van de directeuren-generaal politieke zaken. Vrijwel overal bij deze telefonades blijkt dat er wordt gedacht aan een boycot van Iraakse olie.

De Amerikaanse ambassadeur Howard Wilkins laat bovendien weten dat er in Washington wordt gewerkt aan het blokkeren van de financiele tegoeden van Koeweit en Irak, bij wijze van straf en om te voorkomen dat de Koeweitse rijkdommen Saddam Hoessein in de schoot vallen. Handelsboycots en deviezenblokkades zijn in Nederland op grond van de Sanctiewet mogelijk, maar niet zonder een in de Staatscourant afgekondigde beschikking door de minister van financien en het bij de kwestie betrokken ministerie. In dit geval komt het goed uit dat minister Andriessen van economische zaken niet alleen de premier, maar ook alle andere ministers waarneemt.

Nadat secretaris-generaal Bot die ochtend loco-secretaris generaal mr. L. V. Mazel van het ministerie van defensie informeert over de militaire actie van de Irakezen minister A. ter Beek, staatssecretaris baron mr. B. J. van Voorst tot Voorst, secretaris-generaal mr. M. Patijn en diens plaatsvervanger drs. H. H. Hulshoff zijn met vakantie wordt het contact gelegd met minister van economische zaken Andriessen en met het ministerie van financien. De diplomaten op Buitenlandse Zaken bereiden zich voor op een moeizame overlegsituatie met in het bijzonder de collega's van Economische Zaken, in de veronderstelling dat deze wel problemen zullen maken. Minister Andriessen had immers in hemdsmouwen vanuit de tuin van zijn hotel in het Veluwse Leuvenum namens de gehele regering de inval weliswaar 'een daad van ernstige agressie' genoemd, maar hij had er aan toegevoegd een olieboycot 'niet erg verstandig' te vinden. Andriessen is die dagen, in strijd met het uit 1976 daterende 'vakantierooster-besluit' dat de aanwezigheid van minstens drie ministers voorschrijft, de enige bewindsman die namens de regering kan optreden. Ook Van Walsums internationale overleg geschiedt formeel onder de verantwoordelijkheid van Andriessen. Als Andriessen een paar dagen later maandag op het departement tegen een zaal vol vertegenwoordigers van de oliemaatschappijen de boycot toelicht, is bij hem geen enkele aarzeling meer te bespeuren; hij staat er volledig achter. Hij heeft zich ook volledig laten meeslepen door het gevoel van zijn ambtenaren dat het hier een zeer bijzondere zaak betreft.

De vrees bij sommigen binnen de top van BZ is ongegrond. Al na enige telefoontjes ontstaat er een een-tweetje tussen Van Walsum en zijn tegenvoeter bij Economische Zaken, drs. F. A. Engering, directeur-generaal voor de buitenlandse economische betrekkingen. Zij samen beginnen in hele reeksen telefonades het mandaat te formuleren voor Van Walsums deelneming aan het Comite Politique, dat voor zaterdagochtend tien uur is bijeengeroepen in Rome. 'Die mannen zaten de hele dag met elkaar te bellen', zegt een hoge ambtenaar bij Economische Zaken. 'Ze begrepen elkaar na enige uren steeds beter.' De telefoonrekening van de ministeries van buitenlandse zaken, economische zaken en financien wordt met de olieprijs omhoog gestuwd, koeriers en ambtenaren pendelen op donderdagmiddag en de gehele vrijdag 3 en zaterdag 4 augustus tussen de ministeries, faxen gaan over en weer. Langzamerhand kristalliseert daaruit een plan, dat uitmondt in een mandaat voor Rome: Nederland wil niet alleen een olieboycot, maar een totaal handelsembargo voor Irak. Minister Andriessen geeft Van Walsum de formele opdracht.

Om daar een juridische basis aan te geven, moeten de regels van de Sanctiewet vrijmoedig worden geinterpreteerd en zelfs wat worden bijgebogen. Voor een boycot en voor een blokkering van de Koeweitse tegoeden geldt dat deze pas kunnen worden afgekondigd 'na afspraak' in internationaal verband. Daarvoor ontbreekt de tijd. Dat probleem wordt opgelost door te spreken van 'na afstemming met', waarbij het telefonisch overleg van topambtenaren van zowel Buitenlandse als Economische Zaken met collega's in Brussel, Londen, Bonn, Parijs en Rome als zodanig wordt aangemerkt.

Plaatsvervangend directeur handelspolitiek drs. A. Gautier bij EZ krijgt op vrijdagmiddag om een uur tot half drie de tijd om een zo breed mogelijke internationale consultatie te voeren. Hij doet dat via de Nederlandse ambassades in een vijftal hoofdsteden, waarbij hij geregeld op portiers stuit die meedelen dat er niemand aanwezig is. Om half drie is het overleg niettemin voltooid en kan de beschikking definitief worden gemaakt. Een praktisch probleem is dat deze in de Staatscourant moet hebben gestaan om geldigheid te verkrijgen en de sluitingstijd voor de Staatscourant voor deze vrijdag is al van twaalf uur tot drie uur opgerekt deze middag. De sluitingstijd wordt nog eens verschoven en wel naar zes uur.

Minister Andriessen krijgt om even na vieren de definitieve tekst op zijn bureau. Hoewel die avond uiteraard niemand meer de de Staatscourant in handen krijgt, is deze formeel beschikbaar. 'Wellicht zullen juristen hier naderhand wat schoonheidsfouten aan ontdekken', zegt een hoge ambtenaar bij Financien. 'Wij hadden op die vrijdag geen andere keuze en we zijn zo dicht mogelijk bij de geest van de Sanctiewet gebleven.'

Ook in de week daarna wordt de sluitingstijd van de Staatscourant nog enkele keren flexibel verschoven.

Op deze vrijdag wordt zelfs al een voorschotje genomen op de ministeriele beschikking. Thesaurier-generaal drs. C. Maas van het ministerie van financien suggereert de Nederlandsche Bank in Amsterdam om de banken in het land te vragen alvast op vrijwillige basis 'terughoudend' te zijn met transacties rondom Koeweitse tegoeden. Daarmee wordt de banken gesuggereerd eventuele opnames of betalingsopdrachten net zo lang te traineren totdat de beschikking een juridische basis biedt. De banken werken daar zo goed aan mee, dat de Koeweitse tijdelijk zaakgelastigde Salem Al-Zamanan in de loop van de dag ongerust contact opneemt met de chef van de Directie Afrika en Midden-Oosten van Buitenlandse Zaken, Roell. Hij krijgt geen geld van zijn rekening courant. Door bemiddeling van Buitenlandse Zaken lukt hem dat naderhand alsnog.

In de loop van de daarop volgende week zullen voorzieningen voor dergelijke problemen worden getroffen, onder andere voor de Koeweit Petroleum Company, die in Rotterdam een raffinaderij heeft en die moet kunnen blijven draaien. Koeweitse firma's in Nederland worden geconfronteerd met toeleveranciers die niets meer willen leveren uit angst geen geld te krijgen. De Nederlandsche Bank weet op die vrijdag al te melden, dat er rond 4 miljard gulden aan Koeweitse tegoeden op Nederlandse banken staat. Van de tegoeden van Irak die op 8 augustus met terugwerkende kracht tot maandag 6 augustus eveneens worden bevroren, is niet meer bekend dan dat zij slechts een fractie zijn van die van de Koeweitse. Irak straft terug door de Nederlandse tegoeden in het land te blokkeren, enkele tienduizenden guldens op de rekening van de ambassades in Bagdad en Koeweit-stad.

Van Walsum verschijnt op zaterdagmorgen in Rome dermate goed voorbereid, dat Nederland door het Italiaanse voorzitterschap uitvoerig wordt geprezen. Diverse van zijn collega's moeten geregeld naar de telefoon lopen om met hun ministers te overleggen, hen ervan te doordringen dat zij moeten meedoen om zich niet te isoleren. Het resultaat is dat er na een halve dag vergaderen weliswaar een besluit op tafel ligt ongekend snel in deze kring , maar dat veel minder ver gaat dan de Nederlandse 'regering' had gehoopt. Er komt weliswaar een olie-embargo, een bevriezing van Iraakse en Koeweitse tegoeden, een wapenembargo en opschorting van militaire samenwerking en van zowel technische als wetenschappelijke samenwerking, maar geen totale handelsboycot. De aarzelende landen zijn op dat moment vooral Frankrijk en Griekenland. De daarop volgende maandagavond wordt deze voorzichtigheid beschaamd door de aanname van Resolutie 661 in de Veiligheidsraad, die tot een handelsembargo oproept. Dinsdag nemen in Brussel alle EG-ambassadeurs deze boycot over.'DGPZ' Van Walsum keert zaterdagavond terug naar Nederland en draagt, alvorens met vakantie te gaan, de zaken over aan zijn plaatsvervanger drs. Chr. M. J. Kroner, een 41-jarige diplomaat van het type dat zich niet zo maar opzij laat zetten en die eveneens in de nasleep van de paspoort-affaire uit Munchen, waar hij consul-generaal was, naar Den Haag is gehaald. Kroner zal in de week daarna op donderdag voor BZ deelnemen aan het overleg tussen premier Lubbers, vice-premier Kok (die beiden even van vakantie zijn teruggekeerd) en minister Andriessen.

Het zwaartepunt van de activiteiten aan Nederlandse zijde, dat eerst bij Buitenlandse Zaken lag en in de loop van vrijdag even naar Economische Zaken was geschoven, verschuift maandag 6 augustus naar Defensie. De Amerikanen vragen om deelneming aan een internationale vlootmacht. In de eerste dagen van de Golfcrisis speelt het ministerie nog nauwelijks een rol. 'Nederland zelf liep geen gevaar', verklaart een hoge ambtenaar. Er wordt dus bij het ministerie ook niemand uit bed gebeld, wel wordt overdag telefonisch contact opgenomen met minister Ter Beek, die in de flat van oud KVP-Tweede Kamerlid en generaal-majoor b.d. J. van Elsen in de Spaanse vakantieplaats Marbella verblijft. Hij vroeg op de hoogte gehouden te worden. Of hij en Van den Broek vanuit hun vakantie-adressen met elkaar hebben gesproken is onduidelijk; op beide ministeries worden daarover ontwijkende antwoorden gegeven.

Op maandag 6 augustus komt er op Defensie voor het eerst een groep hoge ambtenaren bijeen om de verdere gevolgen van de crisis te bespreken. Al voor het weekeinde was er binnen het departement gespeculeerd over de mogelijkheid van een herhaling van 1987, toen twee mijnenvegers naar de Golf waren gestuurd ter bescherming van olietankers. Dat het sturen van twee fregatten naderhand zo snel gaat, wordt binnen Defensie vooral toegeschreven aan het feit dat men het als het ware eerder bij de hand heeft gehad. 'De hele discussie hadden we toen al gehad, die hoefde niet opnieuw gevoerd te worden. We had gone through the motions already.' Op deze maandag is het echter nog niet zo ver. De inmiddels regulier van vakantie teruggekeerde secretaris-generaal Patijn stelt een werkgroep onder zijn leiding in, die vanaf dat moment twee tot drie keer per week bijeenkomt. Daarin zitten veel plaatsvervangers: de tweede en derde man uit de defensiestaf (de chefstaf zelf is met vakantie), adjunct-directeur (de derde man) voorlichting overste G. A. Struijker Boudier, plaatsvervangend directeur drs. J. H. M. de Winter van de Directie Algemene Beleidszaken (DAB), plaatsvervangend chef marinestaf schout-bij-nacht R. C. Veenendaal en later in de week ook drs. B. Kreemers van DAB, die niet alleen de man voor de contacten met de Westeuropese Unie (WEU) is, maar ervaring heeft verzameld bij de terugtrekking van de Nederlandse Unifil-troepen uit Libanon en bij de stationering van een contingent van 107 Nederlandse militairen in de Sinai.

Een formeel thuis in Rotterdam vakantie-houdende premier Lubbers schakelt zichzelf inmiddels ook bij de zaak in, vooral nu snel het aspect van het zenden van fregatten vaste vorm begint aan te nemen. Lubbers laat zich een keer of twee per dag informeren door plaatsvervangend hoofddirecteur drs. G. F. Lorzer van de Rijksvoorlichtingsdienst en door zijn adviseur voor buitenlandse politiek, mr. drs. R. K. Visser. Lubbers heeft bovendien zelf contact met PvdA-leider en vice-premier Wim Kok.

Op woensdag 8 augustus is het wel zeker dat er twee fregatten naar de Golf gaan en ook welke twee gekozen zullen worden. Donderdag 9 augustus wordt afgesproken dat minister Ter Beek zaterdagavond 11 augustus zal terugkeren, zodat een brief over deze zaak mede door hem kan worden voorbereid om maandagochtend aan het kabinet voor te leggen en maandagmiddag aan een gecombineerde vergadering van de vaste Kamercommissies voor Buitenlandse Zaken en Defensie. Met deze brief wordt opzettelijk tot het weekeinde gewacht, omdat vrijdag overdag de ministers van buitenlandse zaken twee keer in Brussel bijeen zullen komen, eerst in EPS- en vervolgens in NAVO-verband. Van den Broek keert daarvoor donderdagavond laat uit Kenia terug; om kwart over zeven vrijdagmorgen zit hij in de auto naar Brussel.

Ter Beek komt zaterdagavond om half negen op Schiphol aan, waar hem voor deze gelegenheid een uitgebreid ontvangstcomite opwacht: de secretaris-generaal, staatssecretaris van Voorst tot Voorst, plaatsvervangend chef defensiestaf vice-admiraal Nijenhuis, plaatsvervangend directeur voorlichting Hans van den Heuvel, 's ministers adjudant en zijn chef de kabinet. Ter Beek krijgt een pak papier overhandigd met de gehele besluitvorming tot dan toe. Dat het standaardfregat Pieter Floris en het luchtverdedigingsfregat Witte de With naar de Golf zullen gaan, is feitelijk al beslist. In de VIP-room van Schiphol 'brieft' het gezelschap de minister daarover ruim een uur.

Defensie-man Kreemers had zaterdagavond nog geruime tijd op Buitenlandse Zaken meegewerkt aan de opstelling van een ontwerp-brief aan de Kamer. Zondagmiddag (12 augustus) ontmoeten Van den Broek en Ter Beek elkaar voor het eerst in de tien dagen oude Golfcrisis, op het ministerie van buitenlandse zaken. Van drie tot zes zit Ter Beek vervolgens op Defensie bijeen met de Golf-werkgroep.

In de loop van de middag worden Kreemers en De Winter weer naar BZ gestuurd om samen met de mensen van dat ministerie tot tien uur 's avonds aan de brief voor de Tweede Kamer te schaven. Ze hoeven niet zo veel meer te doen, minister Van den Broek zelf neemt in de redactie een zeer werkzaam aandeel. Hij wikt elk woord en zit soms tijdenlang op een formulering te broeden. Kreemers levert 's avonds laat de definitieve versie persoonlijk af aan de huisadressen van minister Ter Beek, staatssecretaris van Voorst en secretaris-generaal Patijn. De volgende ochtend gaat de brief glad door het kabinet en 's middags billijkt de grote meerderheid van de beide Kamercommissies de Nederlandse 'deelneming' aan het Golfconflict.

In de periode tussen de kabinetsvergadering en het moment dat de brief naar de Kamer gaat, heeft schout-bij-nacht Veenendaal nog net genoeg tijd om de Commandant Zeemacht Nederland, vice-admiraal F. J. Haver Droeze, officieel de beide namen van de fregatten doorgeven, zodat de bemanningen het bericht nog horen, voordat de radio-actualiteitenrubrieken het verspreiden.

De eerste, hete fase van de Nederlandse betrokkenheid bij het Golfconflict is afgesloten met de consensus binnen het op dat moment beschikbare deel van de Tweede Kamer. Alle betrokkenen met wie men spreekt, zijn tevreden over de wijze waarop 'Nederland' heeft gereageerd. Op de opmerking dat Ter Beek en Van den Broek op hun vakantieadressen bleken, reageren hoge ambtenaren op beide ministeries geprikkeld. Alles is toch goed gedaan en bovendien is er zoiets als een telefoon. Alsof een departement alleen maar functioneert wanneer de minister er is, klinkt in deze wat verongelijkte reacties door. Nederland draait rustig door zonder ministers en Tweede Kamer.

Afscheid in Den Helder. (Foto NRC Handelsblad/ Rien Zilvold)

    • Rob Meines