De stadskinderen van Kenia hebben 'een veel te grote mond'

Njeri bij de koeien van haar grootmoeder. (Foto Koert Lindijer)Kinderen vormen ongeveer de helft van de wereldbevolking. Maar in de dagelijkse berichtgeving komt het lot van kinderen weinig aan bod. Deze zomermaanden publiceert NRC Handelsblad een reeks artikelen over de jeugd, geschreven door onze correspondenten. In deze achtste en laatste aflevering aandacht voor Kenia waar kinderen op school leren burgers te worden van een natie en niet slechts van hun stam.

CHORORIA, 1 sept.

'Mijn kind, mijn kind', klinkt het plots vanonder de koffiestruiken. Cucu, grootmoeder, is haar 39-jarige dochter Helen uit de grote stad gewaargeworden. Ze begint te jubelen en draait opgewonden met haar achterste. Cucu rent zo snel haar lichaam haar nog wil dragen naar Helen, schudt handen en omhelst haar kleinkinderen. Halleluja, amen en nog wat andere internationale woorden brengt het oude vrouwtje uit. Ze knijpt in de dikke buik van Helen en stelt daarmee tevreden vast dat haar dochter gezond is. De kleinkinderen Ngugi en Njeri lijken overrompeld door dit enthousiasme en Njeri probeert te verdwijnen in de wijde plooien van haar moeders rok.

Helen uit de grote stad laat zich niet vaak zien bij Chororia in haar weelderige geboortestreek op de heuvels van Mount Kenya, ongeveer 300 kilometer ten noorden van de grote stad Nairobi. Er bestaat dus vandaag reden voor grote vreugde. Helen ploft vermoeid neer voor de lemen hut op een aangereikte stoel en ontdoet zich van haar fel rode plastic schoenen en zwarte kousen. Haar kinderen vallen automatisch in hun rol. De vijfjarige Njeri pakt een jerrycan en gaat water halen. De 12-jarige Ngugi jaagt met zijn vriendjes op de wild kakelende kippen, grijpt er een en draait bedreven het verbouwereerde beest de nek om. Bij een gelukkige dag als deze past een speciale maaltijd.

De eerste krekels luiden de avond in en Helen en Cucu begeven zich naar de geitestal annex keuken. Wanneer de kinderen voldoende hout hebben gesprokkeld, dringt de blauwe rook door de wand van takken en koeiestront. De vrouwen en kinderen kwebbelen in de keuken, de mannen praten onder de avocadoboom over de wereld en de koffieoogst. Na enig aandringen mag ik mij bij de vrouwen rondom het vuurtje in de keuken scharen. Mijn eerste vraag hoe oud ben je? beantwoordt Cucu met een diepe zucht. 'Toen de blanken hier voor het eerst vochten was ik zestien', zegt ze na enig nadenken. Ze bedoelt de Eerste Wereldoorlog, Cucu moet ongeveer 90 jaar zijn.

Geitevel met kralen

Haar kindertijd lijkt helderder in haar geheugen besloten dan wat er gisteren gebeurde. 'Wij kinderen droegen geen kleren zoals jullie nu, wij gingen gekleed in een geitevel met kralen. En we lieten onze haren groeien', herinnert ze zich. 'Op latere leeftijd maakten ze een gat in onze oorlellen en daarna moedigden onze ouders ons aan vriendjes te maken. Zodra mijn vriendje seks met mij had bedreven, moesten zijn ouders honing, bier en yams naar mijn ouders brengen'. De kinderen kenden hun plaats. 'We ploegden en hoedden het vee. Oh, wat waren wij rijk, mijn vader bezat melk, vlees, vruchten, mais, achttien kinderen en twee vrouwen', vertelt ze met genoegen. 'Veel contact onderhielden we niet met onze ouders. Als je iets wilde weten, ging je naar je vriendinnen. Mijn oudere zus vertelde me waar de kindertjes vandaan kwamen. Zoiets vroeg je niet aan je ouders. Je toonde respect voor je vader en je bleef dus op een afstand. Hij sliep apart in zijn eigen hut.' Koesterde ze als kind verwachtingen in haar leven? 'Verwachtingen, wat zijn dat?', reageert ze. 'Oh, bedoel je dat! Nee, verwachtingen had ik niet. Of je moet bedoelen dat ik wilde trouwen, kinderen krijgen en mijn land bewerken.' Cucu 'produceerde' zeven kinderen voor haar echtgenoot. Helen was de eerste die ze niet in een geitevel, maar met een deken op haar rug bond. 'Mijn man wilde onze kinderen niet naar het ziekenhuis sturen voor een injectie, laat staan naar school. Uiteindelijk liet hij zijn zonen gaan, maar niet de meisjes hoor. Nadat hij was overleden zond ik Helen lekker toch naar school', zegt ze met een ondeugend gezicht.

De kleine Njeri leunt terwijl ze aan de tenen van een kippepoot zuigt slaperig tegen haar moeder. Cucu plukt aan haar gevlochten haren. 'Kijk hoe mooi ze eruit ziet', zegt ze bewonderend. 'Ze vertelden mij destijds: als je kinderen kunnen lezen en schrijven, gaan ze geld verdienen en daarmee kunnen ze kleren voor je kopen. Daarom stuurde ik mijn kinderen naar school. Verder had ik dezelfde plannen met mijn kinderen als mijn moeder die voor ons had. Ik wilde dat ze trouwden, kinderen zouden krijgen en op mijn oude dag voor me zouden zorgen'.

Discussies

De kip en de stijve maispap zijn klaar. Helen brengt de maaltijd naar de mannen. Als die zijn uitgegeten is het de beurt aan de kinderen en vrouwen. Het is negen uur. De vrouwen en kinderen leggen zich in hun verblijf te ruste, de mannen zullen tot diep in de nacht discussieren.

Bij de eerste hanekraai blaast Helen het vuur weer aan en zet de pan met thee op de steunpunten van de drie stenen. Helen is in vergelijking met haar moeder modern. Ze spreekt niet, zoals Cucu, alleen haar stamtaal Meru, maar beheerst eveneens Kiswahili en zelfs heel wat woordjes Engels. Ze woont met haar echtgenoot Mwai en twee van haar drie kinderen in Nairobi in een krot. De strijd voor het dagelijkse bestaan is hard, maar ze slaagt erin haar kinderen naar school te sturen. 'Ik wilde als kind naar de stad om geld te verdienen, ik wilde dingen kopen, schoenen en kleren. Ik wilde verpleegster of politie-agente worden', vertelt ze.

Helens hoop liep stuk toen ze als jong meisje zwanger werd. Pogingen om met kruiden een abortus op te wekken mislukten. Ze weerstond de druk om met de verwekker van haar kind te trouwen, maar ze kon als jonge moeder geen politie-agente meer worden. Voor de verwekker van haar tweede kind koesterde ze wel liefde. Hoewel Mwai uit geldgebrek nog steeds niet officieel met Helen is getrouwd, delen ze al vele jaren samen het dagelijkse leven. Ze bezitten in Nairobi een eenvoudige 'kiosk' waar ze goedkope maaltijden en thee serveren. 'Mijn eerste kind bracht ik als hulpje onder bij Cucu. Voor Ngugi en Njeri hoop ik op een beter leven dan het mijne. Mijn man en ik willen niet meer kinderen, want ze kosten te veel geld. Voorbehoedsmiddelen gebruiken we niet, wel periodieke onthouding. Als er toch weer een baby komt door geluk, oke. Maar we willen er niet meer. We wenden al onze middelen aan voor een goede opleiding van Ngugi. Later kan hij dan voor ons zorgen', zegt ze. En met een vragende blik naar mij vervolgt ze: 'Misschien kan hij straks naar een school in het buitenland.'

Bevolkingsgroei

Helen met slechts drie kinderen blijkt een uitzondering in Kenia dat de hoogste bevolkingsgroei ter wereld kent. Jenga, haar verpauperde buurman in Nairobi, heeft er vijftien. Zijn echtgenote werd voor het eerst zwanger toen ze veertien jaar was. Hun eerste dochter heeft inmiddels ook al weer vijf kinderen. 'Ik voed Ngugi op zoals ik ben opgevoed', vertelt Helen. Ngugi is een slimme, behulpzame en liefdevolle jongen. Hij weet door zijn vriendjes en de televisie alles van Michael Jackson, de Concorde en de oorlogsspanningen rondom Koeweit. Zijn ouders brachten hem zijn Meru-cultuur bij en de plaats die hij als kind behoort in te nemen. Ngugi begeeft zich niet ongevraagd in de buurt van een groep oudere mannen en zal nooit zijn mond opendoen wanneer zij spreken. Afrikaanse kinderen groeien op met strakke regels. Bij de Meru, en vele andere volkeren in Kenia weten de jongens door de collectieve opvoeding razendsnel wat er van hen wordt verwacht. Je toont geen angst of pijn bij je besnijdenis en je betoont je aanhankelijkheid aan je vader niet door te vragen om een knuffel of nachtzoen. Je toont respect voor de ouderen, je toont dat je je gevoelens kunt beheersen, je toont dat je je plaats weet in een samenleving met ingewikkelde gezagsverhoudingen. In het grote mensenbestaan zal het later niet veel anders gaan, met dit verschil dat je dan je trots mag tonen en respect kan verwachten.

De kalende Bernhard Mutegi geeft sinds de onafhankelijkheid in 1964 les op het platteland bij Chororia. Mutegi reageert een beetje verbaasd wanneer Ngugi recht op hem afloopt om hem te groeten. 'Kijk, zoiets staan wij onze kinderen hier niet toe, zo toon je geen respect', mompelt hij. 'Ja, in de stad is dat anders. Daar wonen verschillende stammen tezamen en zo verdwijnt onze cultuur.'

Een oudere vrouw knikt instemmend. 'Hier op het platteland zijn de kinderen bang voor ouderen. Dat is goed. In de stad hebben kinderen een veel te grote mond.'

Michael Jackson

Enkele dagen eerder had Mary Gecaga, Ngugi's lerares in Nairobi opgemerkt: 'Op het platteland houden de kinderen zich strak aan hun cultuur. Hier in de stad weten ze meer van Michael Jackson. De ouders in de stad werken veelal buitenshuis en laten de opvoeding over aan hun huishulpjes. Stadskinderen maken geweren en willen op hoge hakken lopen. Kinderen worden hier ruw. Nee, ze schieten niet in de klas met propjes naar me hoor, zo erg is het niet. De kinderen tonen nog wel respect voor hun leraar, maar de ouderen al veel minder. Op het platteland is dat anders. Daar is de onderwijzer nu eenmaal de slimste van de streek en daarom wordt hij door iedereen hooggeacht.' Onderwijs brengt ingrijpende veranderingen teweeg in de Afrikaanse samenlevingen. De oudere generatie op het platteland staat nog met een been in het oude Afrika en kan veelal lezen noch schrijven. Hun kinderen en kleinkinderen komen thuis met ongelooflijke verhalen over verre landen, bizarre technologie en wereldvreemde gewoontes. Kinderen leren op school burgers te worden van een natie en niet slechts van hun stam. De begeerte om naar school te gaan stelt zware financiele eisen aan de overheid. Meer dan de helft van de 24 miljoen Kenianen is onder de vijftien jaar. Schoolklassen van 40 a 50 kinderen zijn eerder regel dan uitzondering zodat individuele aandacht voor scholieren vrijwel onmogelijk blijft. De ouderen dienen te betalen voor de leerboeken en het verplichte schooluniform. 'Ongeveer 75 procent van de kinderen in onze streek gaat naar school', vertelt onderwijzer Bernhard Mutegi. 'Maar sinds de koffieprijzen twee jaar geleden daalden, is dat aantal teruggelopen. Sommige ouders kunnen zich geen onderwijs meer permitteren voor hun kinderen.'

Onderwijs leidt tot vooruitgang, luidt de heersende gedachte. 'De families waarvan kinderen een opleiding genoten, doen het beter', constateert Mutegi. 'Ze verkopen meer koffiebonen, kennen betere landbouwtechnieken en plannen hun toekomst. ' Op de vruchtbare heuvels van Mount Kenya is het relatief goed leven. Hoofdwegen werden geasfalteerd en overal bevinden zich scholen, kerken en ziekenhuizen. Koffie- en theebedrijven komen de oogst ophalen. De Meru- en Kikuyu-volkeren die hier wonen veroverden zich door hun landbouwtechnieken een plaats in de moderne 'cash-economie'. De landbouwvolkeren hebben zich ontvankelijk getoond voor veranderingen.

Nomaden

In de marginale semi-woestijngebieden van het land leeft de van oorsprong nomadische bevolking daarentegen nog veel meer een zuiver traditioneel bestaan. De verharde wegen worden hier smaller of houden op. De scholen liggen soms uren van de nederzettingen, het ontbreekt de bevolking aan geld en de plaats van de meeste kinderen is dus, zoals vanouds, bij het vee. De conservatieve nomadenvolkeren dreigen mede door hun gebrek aan toegang tot het moderne onderwijs steeds verder achterop te raken in het proces van natievorming. 'Als ik hier op het platteland was gebleven, was ik niet zo wijs geweest', vertelt Ngugi, terwijl we op veilige afstand van de ouderen onder bananenbomen lopen. 'In de stad is het beter, daar vergaar je kennis want er gebeuren dingen. Hier is het leven vredig, dat wel. En het voedsel kost geen geld. Maar in de stad is ontwikkeling.'

Wat is dat, ontwikkeling? 'Weet jij dat niet?', zegt hij verbaasd. 'Ontwikkeling is dat het leven beter wordt door kennis te vergaren. Nomadenkinderen, die hebben het moeilijk. Zij volgen hun voorvaderen en de kinderen mogen vaak niet naar school. Zij kennen geen ontwikkeling.'

Onderwijs schept verwachtingen, te hoge verwachtingen misschien. 'Ik wil in een groot huis wonen en journalist worden, net als jij', zegt Ngugi, alsof hij daar al jaren over heeft nagedacht. Waaraan hij als uit schuldgevoel toevoegt: 'En ik zal natuurlijk goed voor mijn ouders zorgen.'

In de avond vraag ik aan Cucu wat ze van Ngugi vindt, zijn 'andere' gedrag en zijn verwachtingen. Ze laat een lange boer en duwt de geit weg die dicht bij de kookpan zijn keutels werpt. 'Dat het nu anders is, vind ik niet erg hoor. De nieuwe wereld behoort aan de kinderen.'

Toch wil ze nog iets kwijt. 'De onbesneden jongens waren vroeger niet zo slim als nu. Ze vragen tegenwoordig rechtstreeks aan een meisje of ze haar kutje mogen zien. Vroeger zou het meisje op de grond hebben gespuugd en hard zijn weggelopen.'

Cucu pakt Ngugi beet en wrijft met genegenheid over diens lichaam.

Helen giechelt en wendt haar gezicht beschaamd uit het schijnsel van het vuur. 'In onze cultuur zeggen we dat de alleroudsten langzaam verworden tot wat ze waren. Ze keren terug', lacht ze. 'Cucu wordt weer een kind.'

    • Koert Lindijer