De geschiedenis leert dat veel favorieten op een WK falen; 10vragen aan Erik Breukink

Komende nacht wordt in het Japanse Utsunomiya de strijd om de wereldtitel voor profs op de weg verreden. Er nemen twaalf Nederlanders deel, van wie Erik Breukink tot de kanshebbers wordt gerekend. De 26-jarige Breukink eindigde dit jaar in de Tour de France als derde achter Greg LeMond en Claudio Chiappucci.

Jij en de andere elf Nederlandse deelnemers aan het wereldkampioenschap voor profs zijn pas een dag voor de wedstrijd in Japan aangekomen. Zijn jullie geraadpleegd door de ploegleiding over het tijdstip van vertrek? Er is met ons nooit overleg gevoerd over de vertrekdatum. Die is eenvoudig opgelegd. Ik heb begrepen dat het eerst de bedoeling was dat we anderhalve week voor het WK naar Japan zouden gaan, maar dat daar van is afgezien omdat men had gehoord dat we wegens het drukke verkeer in dat land niet goed zouden kunnen trainen. Nu verschijnen we zeker met genoeg kilometers in de benen aan de start. Alles kan goed uitpakken, mits we de lange reis goed verteren. Last van een jetlag hoeven we niet te hebben. Die klap krijg je meestal pas twee of drie dagen na aankomst. Dat herinner ik me nog uit 1988, toen ik meedeed aan het Supercriterium in Tokio. Ik was er vier dagen; de laatste twee daarvan ben ik mijn bed bijna niet uit geweest. Overigens, deze week heb ik geprobeerd steeds vroeger te gaan slapen, zo om acht of negen uur en ben ik ook eerder opgestaan om aan het tijdsverschil met Japan (het is zeven uur later, red.

) te wennen. Door jullie late aankomst heb je nauwelijks gelegenheid het parcours te verkennen. Is dat een nadeel? Nee, niet echt. Want de wedstrijd bestaat als ik goed ben geinformeerd over negentien ronden. Na twee ronden weet ik wel waar ik verder op moet letten, waar de knelpunten liggen en waar de beslissende slag zou kunnen vallen. Er is wel een nadeel: nu ik het parcours niet ken moet ik van anderen bijvoorbeeld onze amateurs horen welke verzetten ik het beste kan rijden.

Wat vind je ervan dat het wereldkampioenschap in Japan wordt georganiseerd? Voor mij hoeft het niet in Japan. Hoe dichter die wedstrijd bij mijn deur wordt verreden, hoe beter. Uit sportief oogpunt heeft het ook geen zin voor Japan te kiezen, want daar zijn bijna geen wegrenners. Als de bobo's van de UCI het WK buiten Europa willen laten plaatsvinden, laten ze dan naar Colombia of een Noordamerikaans land gaan. Dan kunnen Herrera, Parra, Alcala, LeMond, Hampsten en Bauer eens een keer in vertrouwde omgeving proberen wereldkampioen te worden. En ik denk dat er dan ook meer toeschouwers komen dan in Japan. Bij het Supercriterium van 1988 in Tokio was weinig publiek. Misschien kwam dat doordat die koers ergens achteraf werd gereden, op een militair terrein. Commercieel gezien begrijp ik best dat de UCI dit wereldkampioenschap aan Japan heeft toegewezen. Ze deed dat om sponsors warm te houden Panasonic bijvoorbeeld of warm te maken. In Japan ligt toch het grote geld.

Je wordt een van de favorieten voor de wereldtitel genoemd. Hoe belangrijk is de overwinning voor je? Een niet te verwaarlozen bijkomstigheid is het geld. Je kunt jaren teren op die titel. Los daarvan lijkt het me fijn in de regenboogtrui te rijden. Een PDM-shirt is ook mooi, maar als je dat zes maanden aan hebt vind je het gewoon. Ik realiseer me dat een wereldtitel verplichtingen schept. Je moet je waar maken. LeMond heeft dat in het begin van dit seizoen niet gedaan. Ik heb daar met hem over gesproken. Hij had zich graag willen laten zien, zei hij, maar zijn voorjaar viel eruit door ziekte en blessures. Hij heeft zich daarna door vreselijk af te zien in de Trump Tour, in Italie en Zwitserland toch nog klaar gestoomd voor de Tourzege. Het verhaal van LeMond onderstreept overigens dat een wereldkampioen het heel moeilijk heeft. Vorig jaar kwam Fondriest, de kampioen van 1988, ook niet goed uit de verf. Ik denk dat ook hij te veel dingen buiten het wielrennen aan zijn hoofd had. Win ik hier in Japan, dan zou ik me afschermen. Maar daar ben ik nu nog niet mee bezig. De geschiedenis leert dat veel favorieten op een WK falen.

De hele selectie is akkoord gegaan met het voorstel van Steven Rooks dat een Nederlandse wereldkampioen anderhalve ton in de premiepot stopt. Kon je je daar meteen in vinden? Op de teambespreking komt elk jaar weer dezelfde vraag aan de orde: wie wil er wereldkampioen worden en wat heeft hij er voor over? Ik vind die gang van zaken eigenlijk achterhaald is. Neem het WK van vorig jaar in Chambery. Er zat 100.000 gulden in de pot. Was Rooks kampioen geworden, dan was die som dus voor de ploeg. Maar de helft van die ploeg heeft niks gedaan, sterker nog: Rooks moest alles zelf doen. Het is daarom beter met meer kopmannen en beschermde renners te starten. Rooks en ik zijn kopman, Van der Poel, Maassen, Bouwmans en Winnen zijn bescherdm en kunnen hun eigen gang gaan. De koers zal wel uitwijzen wie voor wie rijdt. Wint er een Nederlander, dan moet hij financieel over de brug komen. Maar hij bepaalt zelf wie er wordt beloond en met welk bedrag. De kampioen ziet toch het beste wie er wat voor hem gedaan heeft.

Bij dit WK kom je je ex-baas Peter Post weer tegen, als ploegleider van Nederland. Ben je nog teleurgesteld in hem, omdat hij je vorig jaar als kopman van Panasonic heeft laten vallen? Nee. Post heeft me nooit weggedaan. Hij contracteerde Rooks en Gert-Jan Theunisse voor de Tour de France, ik kon als eerste man naar de Giro. Ik voelde natuurlijk wel dat Post niet meer in mij geloofde en daar trok ik mijn conclusies uit. Wegwezen dus. Het werd PDM, een opluchting, een verfrissing. Toch heb ik het met die affaire in de winter heel moeilijk gehad. Ik zat boordevol twijfels. Mijn vrouw was mijn belangrijkste steun. Als je in de Ronde van Italie drie jaar met de besten mee kunt, hield ook zij me steeds voor, dan moet je ook een goede Tour kunnen rijden, ook al had ik in Frankrijk tot nu toe altijd een slechte dag.

Beschouw je je derde plaats in de Tour als een revanche op Post? Ik heb geen wraakgevoelens. Ook niet ten opzichte van Theunisse, die na zijn komst bij Post iets riep van: 'Die Breukink moet maar naar de Giro.' Gert-Jan had dat zo niet bedoeld, vertelde hij me later. Het Toursucces was puur fijn voor mezelf. Het was het bewijs dat ik kan meetellen. Ik dankte veel aan ploegleider Jan Gisbers hij is minder nerveus dan Post en aan mijn teamgenoten. Die bleven in me vertrouwen, ook in de eerste week toen ik door de spanning nog wat minder was.

Op Alpe d'Huez won je bijna, toch maakte je in die bergrit een fout.

Ik was ten eerste te gretig in de finale, maar tevoren miste ik een belangrijke slag. Niemand van ons was mee bij de eerste grote aanval van allerlei toppers. Alles ging razendsnel bij die vlucht: Een afdaling, een paar kleine knikjes en weg waren Pedro Delgado en de zijnen, terwijl ik in twaalfde positie zat. Maar van echte paniek was geen sprake. Sean Kelly onderscheidde zich bij de achtervolging ik ben blij dat hij bij PDM blijft, ze zien gelukkig zijn waarde terwijl ook de anderen hun uiterste best deden. In de laatste klim, die naar Alpe d'Huez, was het mijn beurt. Ik kreeg vleugels en ik was lekker brutaal. Die Cornillet, die me bewust in de weg reed, heb ik weggescholden. Ik was de leider, ik gaf de commando's. En met succes. Ja, ik had zelfs moeten winnen.

Ben je volgend jaar in de Tour de kopman van Gisbers? Ik neem aan dat ik dat ben. Alleen mikt Gisbers nooit op een renner. Dit jaar kwam ik als een speerpunt uit de schaduw, volgend seizoen kan dat Raul Alacala zijn, die me dit keer in de bergen wat tegenviel. Het is voor een wielerploeg gevaarlijk op een enkele kaart te spelen. Neem Castorama, dat alles op Laurent Fignon zette. Het werd Castodrama.

Is het juist dat je in de winter een operatie wacht? Ja. Ik heb bijna altijd enige last van een kaakholte-ontsteking. Er komt veel rommel uit. Een ingreep kan dat verhelpen. Gisbers zegt dat ik me dan zeker vijf procent beter voel. De artsen zoeken uit wanneer ik het beste onder het mes kan. Ik hoop dan ook te zijn bevrijd van al die snot, die slierten die steeds onder mijn neus hangen. Laatst kreeg ik een postpakje van een meisje. Gefeliciteerd met je prestaties schreef ze. 'Maar neem naar de Tour in het vervolg deze dingen mee.' Er zat een pakje zakdoeken bij.