DE DIKKE MAN (XX)

De Dikke Man en De Dikke Vrouw stonden roerloos en zwijgend tegenover elkaar, daar aan de Ring Boulevard, voor het postmodernistische eet-en-drink-etablissement Gooi Op!Ikbeneenkarvolverdrietenwilmijzelfnietverderduwendichtte hij.

De ronde kaaklijn van De Dikke Vrouw trok plotseling strak, terwijl haar wangen invielen, en haar ogen vertoonden nu een glans die hem sterk aan vroeger deed denken, toen hij haar pas kende. Deze metamorfose voltrok zich als de flash-back in een oude speelfilm, en duurde heel kort.

Hoe moest hij haar dat uitleggen, van die dubbele gezichten? Het overkwam hem de laatste tijd steeds vaker: dat hij in het ene hoofd nog een ander ontwaarde. Hij zag dan een en dezelfde persoon ineens op twee totaal verschillende leeftijden; een ouder of jonger gelaat schemerde even, golvend soms, door de bestaande trekken heen. Het viel niet op te roepen, die sensatie overviel hem gewoonweg.

Hij vatte haar met beide handen licht bij de schouders. 'Wat heb je?', vroeg zij zacht. 'Het is een behoefte', zei hij. 'Welke?', vroeg zij. 'De behoefte aan de behoefte', zei De Dikke Man. 'Daar word ik toch zo moe van. Neem nou eens de verse fruitsalade in van die ronde plastic bakjes; een tamelijk overdreven luxe, die zomaar overgewaaid kwam uit New York en Californie. Of al die Italiaanse delicatessenwinkels, overal in de stad. En de nieuwste rage is: zogeheten back-stage-tours in prominente theaters. Maar wat valt er nu te bekijken in De Pools Joodse Jugendstil Bioscoop of De Grote Schouw Zaal? Ik bedoel, het zijn prachtige en nuttige gebouwen, daar niet van, maar waarom zouden ze buiten de voorstellingen om bezocht moeten worden? Waarom een werkelijk interessant, uniek instituut als The Radio City Music Hall inenen nageaapt? Nooit was er hier ter stede enige werkelijke behoefte aan al die fratsen, en toch worden die trends, modes en grillen uit de Verenigde Staten van Amerika zonder pardon overgenomen en in onze cultuur geplant.'

'Het kweken van behoeften dat doen de mensen nu eenmaal graag', zei De Dikke Vrouw met een glimlach. 'Maar wezenlijke behoeften kunnen toch niet gekweekt worden die heb je, of die heb je niet', riep De Dikke Man wanhopig uit, en voegde daar op uiterst resolute toon aan toe: 'Het gaat hier om een zekere behoefte aan het kweken van behoeften, dan wel het kweken van een behoefte aan bepaalde behoeften daar ben ik nog niet helemaal uit.' Ze lachten beiden. 'Ik ben tegenwoordig zo bezig met het verleden', zei De Dikke Man daarop een beetje treurig.'

'En dan vaak nog niet eens zozeer vanuit mijn eigen perspectief. Begrijp je wat ik wil zeggen?' De Dikke Vrouw knikte bemoedigend. 'Alles wordt voortdurend anders', zei De Dikke Man. 'Ik zie soms door een gebouw heen de ruine-van-straks schijnen.'

Hij zweeg een ogenblik, en vroeg toen vlug: 'En, hoe gaat het met die aardige dochter van je?' 'Goed', zei De Dikke Vrouw stralend, 'het kan niet beter. Zal ik haar de groeten van je doen? Dat vindt ze vast heel leuk.'

'Graag', zei De Dikke Man zeer gretig, 'daar doe je me een groot plezier mee.'

'Ze zag je laatst ergens in de stad lopen', vervolgde De Dikke Vrouw. 'Alleen die sneakers van 'm deugen niet, zei ze tegen me; een man van middelbare leeftijd op van die gympies dat kan echt niet. Ze vroeg me nog je dat te zeggen wanneer ik je zou tegenkomen.' 'Herinner jij je nog die ouwe, blauwe trams?', vroeg De Dikke Man. 'Waarom, waarom in godsnaam zijn die ooit afgeschaft? Begrijp jij 't, begrijp ik 't? In Lissabon rijden vandaag de dag trams van ver voor de Tweede Wereldoorlog, en die doen het nog pico bello. Wel wordt er af en toe eentje verkocht aan een of ander Zuidamerikaans pretpark wist je dat? O, ik zou de hele wereld wel willen afreizen om nog een keer op het achterbalcon van zo'n antieke Amsterdamse tram te mogen staan.'

'Niet alles verandert', zei De Dikke Vrouw, en greep zijn hand vast. 'Sommige dingen en mensen blijven wel eens een heel klein beetje hetzelfde.'

'Ik hoop het', zei De Dikke Man, en trok zijn bezwete hand terug. 'Dat hoop ik echt.'

En hij liep, zonder verder afscheid te nemen, van haar weg.

H ij wandelde snel en gebo gen. Hij dacht aan mannen en vrouwen die lang geleden uit den vreemde teruggekeerd waren naar deze stad; berooid, angstig, een gevoel van triomf om het overleven zorgvuldig verbergend. Welke aanblik had Amsterdam die lieden geboden? Wat hadden zij verwacht, hoe konden de verwoestingen geaccepteerd worden? Van jongs af aan had hij zich in dit soort kwesties verdiept eerst volkomen onbewust, later almaar alerter. 'Je herkent mij zeker niet', hoorde hij zeggen.

Hij bleef staan, en zag De Jonge Psychoanalyticus, die daar op een terrasje zat. 'Natuurlijk herken ik jou', zei De Dikke Man, en nam plaats aan het tafeltje. 'En? Bevalt het nog steeds?', vroeg De Dikke Man. 'Wat bedoel je precies mijn huwelijk of mijn vak?', vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Ik dacht net aan bepaalde mensen die hun verdriet bij voorkeur in procuratie aan anderen gaven', zei De Dikke Man. 'In verzekerde bewaring.'

'Ja, dat gebeurt wel', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Ben jij nog steeds in therapie?' 'Hoe gaat het met dat zoontje van je?', vroeg De Dikke Man. 'Fantastisch', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Hij heeft mijn hele wereld op z'n kop gezet. Ik word steeds gekker op hem. Ik stop bijna al mijn vrije tijd in die schat.'

'Wat leuk voor jullie', zei De Dikke Man. 'Jij hebt toch ook ' 'Mijn dochter is al zevenentwintig', zei De Dikke Man. 'Laatst at ik bij haar en haar vriend. Ik voelde me alsof zij mijn ouders waren.'

Hij lachte, en keek langdurig zwijgend naar de grond. 'Er was toch ook nog een jonger kind', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Jaja', zei De Dikke Man snel, 'een jongetje. Dat zie ik een middag per week. Ik dacht dat jij van je vrouw af was.'

'Ik was ook van haar af', zei De Jonge Psychoanalyticus, terwijl hij een dienstertje wenkte, 'maar nu ben ik weer bij haar terug.'

'Aha, dat kind was een goedmakertje?', vroeg De Dikke Man. 'Neenee ik was op haar afgeknapt omdat ze geen kinderen kon krijgen', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Voorts ben ik toch weer naar haar teruggegaan. En pas toen raakte ze in verwachting.'

'Goh', zei De Dikke Man.

De Jonge Psychoanalyticus bestelde twee pils. 'Vind je je vak nog steeds leuk?' vroeg De Dikke Man. 'Steeds leuker', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'En als ik zo bezig ben met mijn vakliteratuur, denk ik wel: Het zijn niet de slechtsten die zich ermee bezighouden.'

'Laatst', zei De Dikke Man, 'liep ik met mijn zoontje tegen de wind in. Daardoor kwamen er tranen in zijn ogen. Toen keek hij stralend naar mij op, en vroeg: Pappie, waarom ben ik nu verdrietig?'

    • Ischa Meijer