Bulgarije schreeuwt om buitenlandse hulp; De managersgedragen zich onmenselijk, dat was ze altijd ingepeperd

ROTTERDAM, 1 sept. Bulgarije zakt langzaam weg in een moeras van economische problemen: schaarsten en tekorten, rantsoenering, een galopperende inflatie, energieproblemen. 'Het wordt geen hongersnood in klassieke zin, maar de armoede is al een feit', zei de pas vorige maand geinstalleerde president Zjelev eerder deze week. Voor de Bulgaren is de toestand dit jaar dramatisch verslechterd. Van de 293 goederen die volgens de officiele statistici voor het dagelijks leven nodig zijn, zijn er inmiddels 188 schaars. Voor het eerst sinds de oorlog is deze zomer in Sofia een heuse gaarkeuken ingericht, met gratis soep voor de behoeftigen, op vijftig meter van het luxe Sheraton hotel: schrijnender had het beeld voor de Bulgaren nauwelijks kunnen zijn. In veel steden zijn suiker, zeep, wasmiddelen, meel en olie op de bon en waar ze dat niet zijn zijn ze niet te vinden. In Sofia bestaan tekorten aan vlees, vis, bonen, eieren, rijst, meel, koffie, chocola en lucifers. Er dreigt een tekort aan papier nu de Sovjet-Unie de cellulose-export naar Bulgarije heeft gehalveerd, niemand mag meer dan een paar schoenen kopen en de zwarte markt bloeit in alle hevigheid met prijzen die een doorsnee-Bulgaar niet meer kan betalen.

De magische klank van het woord dollar is nog magischer geworden: vroeger mocht de Bulgaar geen dollars bezitten, nu kan hij niet meer zonder. Het is onmogelijk in het centrum van Sofia voor leva's een woning te huren: de gangbare maandhuur bedraagt nu 50 tot 120 dollar, hetgeen volgens de officiele koers van zeven leva per dollar neerkomt op 350 tot 840 leva, bij een gemiddeld maandloon van 260 leva. Op een auto wacht de Bulgaar nog altijd tien jaar, maar als hij vierduizend dollar op tafel legt kan hij hem direct meenemen. Wasmachines, koelkasten, stofzuigers en chocola zijn voor leva nergens meer te krijgen en zelfs als de Bulgaren aan hun eigen Bulgaarse Zwarte Zeekust een strandvakantie willen doorbrengen moeten ze in de hotels en restaurants in dollars betalen. Het is trouwens maar de vraag hoe de Bulgaren dat strand bereiken, want de energieproblemen hebben deze zomer geleid tot een verdubbeling van de benzineprijs en een rit van Sofia naar de kust v.v. kost aan benzine een half maandloon. Als er benzine is loopt de wachttijd aan de pomp op tot tien uur en langer, soms kunnen ambulances niet uitrijden omdat ze droog staan, de taxichauffeurs hebben hun tarieven eveneens verdubbeld en met angst in het hart wachten de Bulgaren de winter af.

De energieproblemen vloeien voort uit de droogte van de afgelopen maanden (die de hele Balkan parten speelt), de liberalisering van de economie en de daaruit voortvloeiende aanpassing van de prijzen aan de internationale markt, en de onwil van de Sovjet-Unie de Bulgaren evenveel olie te leveren als vroeger of zelfs maar evenveel als voor dit jaar was toegezegd. In de eerste helft van dit jaar kreeg Bulgarije 700.000 ton minder Sovjet-olie dan in dezelfde periode van vorig jaar en eind dit jaar zal die hoeveelheid zijn opgelopen tot 1,7 miljoen ton. Bulgarije is vanouds in zijn energievoorziening aangewezen op de Sovjet-Unie: het betrok tot nu toe honderd procent van zijn aardgas, 90 procent van zijn olie en 85 procent van zijn elektriciteit uit de Sovjet-Unie. Al in de eerste helft van dit jaar leidde het energietekort tot bedrijfssluitingen. Uitwijken naar alternatieve leveranciers is met het oog op de Golfcrisis ondoenlijk. De droogte speelt de opwekking van hydro-energie (die zes procent van de stroom levert) parten en daar komt nog bij dat zowel de Roemenen als een steeds krachtiger Bulgaarse milieu-lobby met het oog op de gebrekkige veiligheidsvoorzieningen steeds luider aandringen op de sluiting van de enige kerncentrale die het land rijk is, die in Kozlodoej, niet ver van de Roemeense grens.

De malaise blijft niet beperkt tot de energiesector. De vrijlating van een groot deel van de prijzen heeft geleid tot scherpe prijsstijgingen en heeft de inflatie aangewakkerd. Voor een bezoekje aan de kapper zijn de Bulgaren zeven keer meer kwijt dan een jaar geleden en groenten en fruit zijn twee keer zo duur geworden. In juni bedroeg de maandinflatie vier procent en tegen het eind van het jaar rekent men inmiddels in Sofia op een jaarpercentage dat de honderd verre overtreft. Tussen januari en augustus is de prijs van twintig procent van de artikelen en de helft van alle diensten geliberaliseerd. Voedsel wordt nog altijd gesubsidieerd, ten koste van (dit jaar) twee miljard leva (rond 300 miljoen dollar). Midden volgend jaar moet tachtig procent van alle prijzen vrij zijn; die van elektriciteit, geneesmiddelen, een aantal voedselprodukten en babyvoeding zullen dan, zo is de bedoeling, nog van staatswege worden bepaald.

Of dat lukt is de vraag, want de schaarsten zijn nijpend en het moment waarop de regering moet ingrijpen lijkt snel dichterbij te komen. Tot nu toe heeft de regering zich beperkt tot oproepen aan bedrijven zich bij de doorberekening van gestegen kosten 'humaan' op te stellen. Die oproepen worden algemeen genegeerd: de Bulgaren is anderhalve generatie lang ingepeperd dat het kapitalisme inhumaan is en de managers gedragen zich daar nu naar.

Daar komt bij dat de plannen voor een gefaseerde invoering van de vrije markt worden doorkruist door onvoorzienbare zaken als de Golfcrisis en de onvoorziene als de produktiedaling. Die daling, een gevolg van het ontbreken van energie, grondstoffen en halffabrikaten, onzekerheid over de markt, de sluiting van onrendabele bedrijven en milieu-overwegingen, is veel groter dan begin dit jaar werd verwacht. In de eerste zeven maanden van dit jaar werd 9,4 procent minder geproduceerd dan in dezelfde periode van 1989. De export is fors teruggelopen en Bulgarije, een land dat onder het socialisme altijd trots kon wijzen op een in vergelijking met Polen en Hongarije bescheiden buitenlandse schuld, heeft inmiddels een moratorium moeten afkondigen op de betaling van rente en aflossing. De buitenlandse schuld is met 10,2 miljard dollar nog altijd gering, maar dat is maar relatief: de exportimkomsten zijn drastisch teruggelopen en bovendien wordt pijnlijk duidelijk dat de debiteuren van de Bulgaren niet de betrouwbaarste zijn: de 1,2 miljard dollar die Irak schuldig is zijn in Sofia al min of meer afgeschreven, en op de 1,1 miljard dollar die notoire wanbetalers als Libie, Nicaragua, Ethiopie, Mozambique en Angola moeten betalen hoeft men ook niet op korte termijn te rekenen. Bulgarije wordt langzamerhand zelf een wanbetaler: op de rede van Varna ligt al een week lang een schip met 23.000 ton suiker uit Thailand, dat die lading niet lost omdat ze niet is betaald.

De straffe daling van het levenspeil heeft de Bulgaren met de neus op het onaangename feit gedrukt dat men zich onder het vorige regime nooit erg druk heeft gemaakt om onderzoek naar zaken als armoede en bestaansminima. Sinds 1987 is daar geen studie meer naar verricht. Eind vorig jaar concludeerde de econoom Ljoeben Tomev dat zestig procent van de bejaarden onder het bestaansminimum van (toen) 165 leva per maand leefde. Hij stak een pleidooi af voor het bijhouden van armoedestatistieken en voor maatregelen om de kloof tussen de hoogste en de laagste pensioenen (de eerste zijn volgens hem twaalf, volgens anderen twintig keer zo hoog als de laatste) te verkleinen. Concrete gevolgen heeft dat pleidooi echter niet gehad.

Bulgarije, zo meldde president Zjelev donderdag, heeft zich inmiddels tot de VS, de Sovjet-Unie en andere landen gewend met verzoeken om hulp. De vrije val van de levensstandaard is dusdanig dat zonder die hulp niet zeker is dat de Bulgaren deze winter 'nog wel op energie en brood kunnen rekenen'.