Ambtenaren regeerden een week

DEN HAAG, 1 sept. In de eerste week van de Golf-crisis, die in de vroege ochtend van 2 augustus werd veroorzaakt door de Iraakse inval in Koeweit, werd Nederland bij afwezigheid van ministers en het parlement bestuurd door ambtenaren. Hun formele legitimatie kregen zij van minister van economische zaken Andriessen, die premier Lubbers en alle andere ministers verving.

Ambtenaren van de ministeries van buitenlandse zaken, economische zaken, financien en defensie bereidden niet alleen de boycotmaatregelen tegen Irak voor, op basis van de Sanctiewet, zij namen ook allerlei beleidsbeslissingen. Zesendertig uur na de Iraakse inval was er al een ministeriele beschikking gereed die de Koeweitse financiele tegoeden (circa 4 miljard gulden) blokkeerde.

Bovendien had het ambtelijk overleg tot zulke duidelijke conclusies geleid over de noodzaak voor een volledige handelsboycot van Irak dat Nederland twee dagen na de inval bij het politieke overleg van de Twaalf in Rome het best was voorbereid en daarover werd gecomplimenteerd door het Italiaanse voorzitterschap. In dit overleg ging men uiteindelijk niet verder dan een olieboycot.

Toen minister Van den Broek van buitenlandse zaken en minister Ter Beek van defensie aan het einde van de eerste week van vakantie terugkeerden, was het besluit twee fregatten naar de Golf te zenden praktisch gesproken al genomen.

De Sanctiewet werd daags na de inval ruim uitgelegd. Deze wet vereist dat boycotmaatregelen na afspraak met andere landen worden genomen. Daar was geen tijd voor, zodat men besloot akkoord te gaan met de formulering 'na afstemming met'.

In de praktijk bestond die afstemming uit telefonische contacten op ambtelijk niveau met enkele Europese hoofdsteden. De druk van de Staatscourant werd er zes uren om verschoven, zodat nog voor het weekeinde de beschikking formeel was gepubliceerd en de Koeweitse gelden konden worden geblokkeerd.

De banken waren overdag al ingegaan op het verzoek van De Nederlandsche Bank terughoudend te zijn bij transacties met Koeweits geld. Dat werkte zo goed dat de tijdelijk zaakgelastigde van het land in Den Haag 's middags niet zonder bemiddeling van Buitenlandse Zaken aan zijn geld kon komen.

Pag.2: Een week lang regeerden de plaatsvervangers