Verslaving

Een hommage, lang achterstallig, aan Duoduo, wiens columns in deze krant ik al van het begin af volg en bewaar. Merkwaardig dat ik er zo zelden reacties op hoor, terwijl wat er in ter sprake komt elke keer weer frappant en onthullend is, en getuigt van een hoogst oorspronkelijk observatievermogen. Maar misschien komt het omdat ik zo weinig mensen spreek, ook een soort immigrantenprobleem. Het is een van de hoofdthema's in Duoduo's ontboezemingen: wie hier is wil weer weg en als je daar bent wil je terug; ergens moet toch een land zijn waar je niet leeft als een wanhopige.

Niet overigens dat ik de vage desorientatie van een Europeaan in Europa in ernst wil vergelijken met de ervaringen van naar het Westen gevluchte Chinese intellectuelen. Hoe die er aan toe zijn is op te maken uit observaties als: 'een Chinese schrijver kan tijdens zijn eerste maand in het buitenland een heel boek schrijven; na drie maanden kan hij nog een essay schrijven; na een jaar krijgt hij geen letter meer op papier'. Iedere column van Duoduo is belangwekkend en steeds weer op een onverwachte manier; maar de rode draad blijft wat hij zijn 'verslaving' noemt: 'Mijn drug heet Vier Juni. Sinds ik die drug gebruik, heb ik het gevoel dat er op alle gebieden waarbij je kunt vertrouwen op wetenschap en techniek hoop is op verbetering Maar overal waar het begrip 'mens' of de menselijke aard zelf in het geding zijn, staan wetenschap en techniek machteloos. Waar ik ook ben, in China of in Amerika, voortdurend snak ik ernaar om een ander land te vinden een land zo onbereikbaar als gezondheid.' Erg aangrijpend is ook wat dan volgt. Zijn gespreksgenoot antwoordt hierop: 'Een land zo onbereikbaar als gezondheid je hebt weer een gedicht!'Ja, het is een gedicht', zei ik, 'maar het is niet van mij. Het is in 1963 geschreven door jullie eigen Sylvia Plath, vlak voordat ze zichzelf vergaste.'

Tien'anmenplein

Als alles nu is zoals ik vrees moet die verwijzing naar de vierde Juni worden verduidelijkt: het is de datum van de moordpartij op het Tien'anmen-plein in Peking, waar Duoduo persoonlijk bij tegenwoordig was. De volgende dag was hij een van de zeer weinigen die het lukte in Peking door de paspoortcontrole te komen. Hij had een uitnodiging van Poetry International en een visum voor Nederland. De uitwerking die de gebeurtenissen van die datum op iemand kunnen hebben de voortdurende preoccupatie met het regime waarin zoiets mogelijk is, hoe het in elkaar zit, hoe het functioneert en zich handhaaft dat laat zich inderdaad beschrijven als een verslaving, als iets dat iemand rust noch duur meer gunt. Het bestaan van dat regime in China is een van die dingen waarbij je je afvraagt hoe de mensen er rustig bij kunnen slapen, vooral nu de ineenstorting van dergelijke regimes elders zo onomstotelijk aan het licht hebben gebracht hoe infaam ze in feite zijn.

Niet dat de evidentie niet al veel eerder beschikbaar was. Dat is ook de reden dat ik mij hevig kan ergeren aan de bijltjesdagmentaliteit die nu aan de dag wordt gelegd door allerlei mensen die zich in het verleden niet lieten horen. Ze keken wel uit. Ik heb zelf nog een partij meegeblazen in het zgn. 'China-debat', dat ontbrandde in de jaren '70, en kan mij niet herinneren in die dagen steun te hebben gekregen van degenen (Van Doorn, Heldring) die nu zo dapper iedereen met hoon overladen die wel eens iets ten gunste van het socialisme heeft gezegd. Wie in die tijd de misdadigheid van het Chinese regime (en daarmee van het communisme) aan de kaak stelde kon er op rekenen belasterd en zwartgemaakt te worden, zonder dat ook maar een van die zgn. 'fatsoenlijke liberalen' een poot uitstak.

Iets dat het Chinese (en bijvoorbeeld ook het Cubaanse) regime in mijn gevoel nog extra weerzinwekkend maakt is die speciale melange van kwaadaardigheid en arrogantie. Ik denk aan een Chinese finesse als de nabestaanden van een gefusilleerde de rekening sturen voor de gebruikte kogels, en in het algemeen hoe het als een verzwarende omstandigheid wordt aangerekend als mensen beweren onschuldig te zijn (of, erger nog, de pretentie hebben dat te willen bewijzen). Die mentaliteit van 'correct your attitude', die show van verontwaardiging wanneer iemand het waagt het gelijk van een partijfunctionaris in twijfel te trekken.

Initialen

En dan de georganiseerde, delirerende, triomferende domheid. Duoduo beschrijft in een van zijn columns het geval van een Chinese student die in de jaren '50 uit de VS terugkwam met een ring, waarin de initialen van zijn Amerikaanse universiteit gegraveerd stonden. 'Tijdens de Culturele Revolutie werd die student (hij was inmiddels professor geworden) beschuldigd van spionage voor Amerika. Bij een huiszoeking werd de ring gevonden' hier hoef ik eigenlijk al niet verder te citeren, je weet in feite al hoe laat is: 'Men vermoedde dat hij die gebruikte als herkenningsteken bij het leggen van contacten en dat de letters zijn codenaam vormden. Vervolgens kwam er een officieel onderzoek. Twee speciale teams reisden het hele land af en ondervroegen meer dan honderd mensen die hem kenden.

De inspecteurs legden duizenden kilometers af en gaven enorme bedragen uit aan reiskosten, zonder er in te slagen om voldoende bewijzen te verzamelen. Ontevreden gingen ze over tot zware martelingen... ' En passant ook mijn complimenten aan de vertaler, Michel Hockx, die zelf een begaafd stilist moet zijn om de subtiliteiten en nuances van Duoduo zo levendig en natuurlijk weer te geven, en dat uit het Chinees. Het is te hopen dat deze columns over niet al te lange tijd zullen worden gebundeld. Er bestaat van Duoduo wel al een publikatie in het Engels, Looking out from death, Bloomsbury, Londen 1990, besproken in het CS van 2 februari dit jaar. Lloyd Haft, de schrijver van deze bespreking, roert een fundamenteel probleem aan als hij schrijft: 'Vanaf de zomer [van 1989] heeft Duoduo in Engeland en Nederland de algemene aandacht getrokken, nu eens als dichter en kunstenaar, dan weer als Chinees en vluchteling. De combinatie van deze twee hoedanigheden houdt subtiele gevaren in voor zijn identiteit als schrijver. Het zou niet de eerste keer zijn dat een vervolgd schrijver uit een totalitair land als persoon en als vluchteling een reputatie kreeg die hij alleen op grond van zijn schrijverschap niet zou hebben verdiend.' Dit is een reele moeilijkheid, die bijvoorbeeld ook van toepassing is op Pramoedia Ananta Toer, van wie kortgeleden weer een roman, De guerilla familie, in het Nederlands verscheen (bij uitgeverij De Geus en Manus Amici). De bundel Looking out from death, schrijft Lloyd Haft, geeft op deze vraag een afdoend antwoord: ook al was Duoduo geen Chinees, ook al was hij een dikke, rijke, conservatieve kapitalist, dan nog zou hij een belangrijk dichter zijn.

Dat is zeer juist; het stemt niettemin tot dankbaarheid dat Duoduo geen dikke etc. kapitalist is, maar een Chinees met een inspirerende en aangrijpende visie op zijn land.