Pers moet behoedzaam zijn, vindt Brian Keenan

DUBLIN, 31 aug. De media moeten met terughoudendheid berichten over de Westerse gijzelaars in Libanon. Als dat niet gebeurt, dan wordt hun leven in gevaar gebracht. Dat zei Brian Keenan gisteren op een persconferentie in Dublin, enkele dagen nadat hij na meer dan vier jaar gevangenschap door zijn ontvoerders in Beiroet was vrijgelaten. 'Een gijzelaar is een man die aan zijn nagels aan de rand boven de chaos hangt en die voelt dat zijn vingers zich langzaam beginnen te strekken', aldus een zeer geemotioneerde Keenan. 'We zijn allemaal maar tanden van een kam en als een van ons daarvan in een plotselinge uitval van woede wordt afgebroken, kan die niet worden teruggezet.'

Daarom moeten journalisten zich zeer van hun verantwoordelijkheid bewust zijn. Zo hadden Amerikaanse media berichten de wereld ingestuurd dat een eerder vrijgelaten gijzelaar gecodeerde banden bij zich zou hebben van zijn ontvoerders. 'Het scheelde maar een haar of zulke ongegronde en onverantwoordelijke opmerkingen zouden hebben geleid tot de executie van een van de overgebleven gijzelaars', aldus Keenan. 'U moet zich de hysterie indenken van deze mannen, die niet voor reden vatbaar zijn.' Andere verklaringen over vrijlating van gijzelaars hadden soms geleid tot een verslechtering van de toch al barre omstandigheden waaronder gijzelaars worden vastgehouden.

Keenan gaf een uitvoerige beschijving van de kelderruimte vol vliegen waarin hij werd vastgehouden, geslagen en geblinddoekt. Over het optreden van zijn ontvoerders zei hij: 'Sommigen waren mannen van omstreeks dertig jaar maar met de mentaliteit van een twaalfjarige, maar wel met een kalasjnikov in hun hand. Sommigen van hen wisten zich niet te beheersen en gingen over tot afranselingen.' Met veel waardering sprak Keenan over zijn medegijzelaars, de Britse journalist John McCarthy, de Amerikaanse journalist Terry Anderson en de Amerikaanse academicus Thomas Sutherland. Met McCarthy speelde hij soms zeventien uur achtereen domino: 'In John-Boy heb ik een werkelijke man zien opstaan. Ik zag hoe hij rijpte en het was werkelijk een vreugde om daarvan getuige te zijn.'

Sutherland had hem les gegeven in genetica en Frans. Hij was een vreselijke pokerspeler. Anderson typeerde hij als een 'lompe en oorlogszuchtige kranteman met een gulzige honger naar intellectuele conversatie.'

Met verstikte stem vervolgde Keenan: 'Ik zal alles, alles doen, zonder uitzondering, wat de vrienden of de ouders van John McCarthy van mij vragen.' Het speet Keenan dat hij de familie van Terry Waite, de ontvoerde gezant van de aartsbisschop van Canterbury, geen woorden van troost kon geven. 'Ik weet niets over Terry Waite. Ik had het gevoel dat op de laatste plaats waar we ondergebracht waren nog een andere gijzelaar was die we in de vroege ochtenduren 'Oh no, oh no' hoorden zeggen. Maar dat kon ook Frans zijn. Het kon alles zijn.'