'Paleisrevolutie' wijzigt structuur van centrale organisatievolledig; Ziekenfondsen gaan de vrije markt op

DEN HAAG, 31 aug. De telefoniste van de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen (VNZ) nam op donderdagochtend 21 juni op en zei: 'Met de Vereniging van Nederlandse Zorgverzekeraars.'

Dezelfde dag werden bij notariskantoor mr. M. A. van Rhijn en mr. W. H. M. Fransen in Zeist de nieuwe statuten vastgesteld.

Anders dan mocht worden verwacht van een organisatie die alle ziekenfondsverzekerden in dit land vertegenwoordigt, werd aan de belangwekkende wijzigingen nauwelijks ruchtbaarheid gegeven. Er ging een persberichtje uit, de medewerkers kregen een memo dat het oude briefpapier niet meer mocht worden gebruikt, gevolgd door een tweede memo dat het oude wel mocht worden gebruikt omdat het nieuwe er nog niet was. Maar dan moest de nieuwe naam er boven worden getikt.

Sindsdien gist het in het reusachtige pand in de Zeister bosschages. De secretarissen Werkman, Van Wijk en Landheer zijn voor hun diensten bedankt. De vroegere secretarissen De Groot en Heidinga is met behoud van hun salaris de status van secretaris afgenomen. Algemeen secretaris mr. N. de Jong is algemeen directeur geworden. Onder hem gaat oud-secretaris Slotboom als 'directeur stelsel' functioneren en is er een interim-directeur aangesteld als 'directeur zorg'. Op de schouders van de binnen de ziekenfondswereld onervaren laatstgenoemde, rust nu de zware taak voorlopig al het werk van de vertrokken secretarissen over te nemen. Een paleisrevolutie, voltrokken onder toeziend oog van de huidige VNZ-voorzitter en oud Tweede-Kamerlid, de CDA'er S. C. Weijers. Voor de secretarissen die hun bureau opruimen uit de fusie van vier ziekenfondsorganisaties is indertijd een erfenis van acht secretarissen overgehouden is een uitstekende financiele regeling getroffen. Zij behouden hun inkomen en krijgen een 'behoorlijk bedrag ineens' als compensatie voor immateriele schade. Het bureau van de VNZ wordt betaald uit de jaarlijkse bijdrage van ziekenfondsverzekerden.

De onrust bij de ziekenfondsen is begonnen met de presentatie van het plan 'Bereidheid tot Verandering' van de commissie stelselherziening onder voorzitterschap van oud Philips-topman professor dr. W. Dekker. De essentie van het rapport was dat fondsen en particuliere verzekeraars in de toekomst moeten gaan concurreren, waardoor de kosten vanzelf zouden zakken. Daar werden de ziekenfondsen onrustig van, het door de ziekenfondswet gegarandeerde bestand van verzekerden dreigde in gevaar te komen. Het zou de vroegere fondsverzekerde nu immers vrij staan om over te stappen naar een particuliere maatschappij als die meer zou bieden.

De ziekenfondsen zijn inmiddels aan hun voorbereiding op de toekomst begonnen. Er zijn grote fusies gekomen, zoals in Limburg, Noord Brabant en in Nijmegen. En een ziekenfonds in Noord-Holland doet er sinds enige tijd autoschade- en levensverzekeringen bij. Dat heeft geleid tot felle protesten van particuliere verzekeraars, die de Ziekenfondsraad het adviesorgaan van de regering dat moet toezien op de naleving van de Ziekenfondswet dringend verzochten een eind te maken aan dergelijke praktijken. Er was immers sprake van oneerlijke concurrentie. Het fonds mag zijn nevenactiviteiten dan in allerlei stichtingen hebben ondergebracht, feit blijft dat het een voorsprong heeft en gemakkelijk iemand een autoschadeverzekering kan aanpraten op het moment dat de klant voor steunkousen komt.

De Ziekenfondsraad, die zich tussen de wet en de inmiddels gegroeide praktijk bevond, stuurde enkele maanden geleden een brief aan de veertig fondsen in ons land dat dergelijke zaken niet konden.

Intussen dreigden de ziekenfondsen ook nog te worden geconfronteerd met een jaarlijks budget. Voor de directies van de meeste ziekenfondsen stond daarmee vast dat de onderhandelingen met artsen, apothekers en alle andere partijen waarmee ze contracten aangaan, op plaatselijk niveau moesten worden gevoerd. Een voorbode van die ontwikkeling is het contract dat de Stichting Rotterdams Ziekenfonds aanging met de hoorapparatenfabrikant Viennatone. Het fonds wist nog een twintigtal fondsen voor dit 'aantrekkelijke' contract te interesseren maar verloor een gerechtelijke procedure die de audiciens verenigd in de FIDA hadden aangespannen en kreeg bovendien geen goedkeuring van de Ziekenfondsraad. Gevolg is dat er voor naar schatting zeven miljoen gulden aan ongebruikte hoorapparaten in de kelder ligt. En die voorraad wast, want Viennatone houdt het fonds aan het contract. De VNZ had al een reductie op de tarieven van 25 procent, maar dat ging de twintig fondsen niet ver genoeg. Met de gezamenlijke inkoop van incontinentie-luiers is een vergelijkbare affaire aan de gang. Ook op het gebied van geneesmiddelen verwacht voorzitter Weijers een collectief optreden van een paar ziekenfondsen.

Die behoefte om alles op plaatselijk niveau te gaan regelen groeit en aan de poten van de vereniging wordt dus druk gezaagd. De VNZ heeft daarom adviesbureau Boer en Croon gevraagd te onderzoeken wat de leden, de fondsen dus, van de vereniging verwachten. De resultaten van een anonieme enquete laten zien dat de directies niet tevreden zijn met de centrale onderhandelingen die werden gevoerd door de VNZ-secretarissen met artsen, apothekers, farmaceutische industrie en andere 'aanbieders in de gezondheidszorg'. Daar komt bij dat mensen als Werkman, die overleg voerde met bijvoorbeeld huisartsen, kruiswerk en tandartsen, en Landheer, die de apothekers en de farmaceutische industrie tegenover zich had, dermate veel kennis van zaken hebben dat het lastige discussianten zijn voor de afzonderlijke ziekenfondsen. Een herderlijke wenk om directies te behoeden voor een fiasco als met de hoortoestellen, wordt niet meer op prijs gesteld.

Een ander voorbeeld van het gewijzigd beleid is dat het bestuur onafhankelijk van de secretarissen in overleg treedt met een beroepsgroep, zoals met de fysiotherapeuten.

Een reorganisatie bij de VNZ bleek daarom begin dit jaar al dringend gewenst door de leden, temeer omdat naar verwachting per 1 januari de zogeheten contracteerplicht vervalt. Dat is een bepaling in de Ziekenfondswet die fondsen dwingt een contract aan te gaan met artsen, apothekers en andere partijen die zich in de regio vestigen. Nu die plicht vervalt, denken de fondsen scherp te kunnen gaan onderhandelen met deze 'aanbieders' van de zorg. Dat moet gebeuren via een 'modelovereenkomst' die geen bepalingen bevat over kwaliteit en doelmatigheid. Die eisen moeten op plaatselijk niveau worden gesteld, zo meent staatssecretaris Simons. De Ziekenfondsraad voelt daar niet veel voor. Per slot blijven ziekenfondsen privaatrechtelijke instellingen die de beschikking hebben over collectieve middelen. Daar dient de overheid, in dit geval voor haar de Ziekenfondsraad, toch enig zicht op te blijven houden. De spelregels moeten wat de raad betreft dus duidelijk worden verscherpt.

De hang naar het vrije ondernemingsschap bij ziekenfondsdirecteuren, van wie enkelen zich door het vele werk tegenwoordig per auto met chauffeur naar Zeist laten rijden, 'there's no profit like non profit', aldus Weijers lijkt echter onstuitbaar. Dat getuigt ook uit het feit dat de Ziekenfondsraad zich nu buigt over de gang van zaken bij drie fondsen die de inspraak van de verzekerden in weerwil van de wet tot een minimum hebben teruggebracht.

Duidelijker blijkt dat nog uit de nieuwe statuten van de VNZ. De vereniging stelt zich daarin ten doel 'raamovereenkomsten te sluiten met landelijke organisaties van aanbieders van zorg'. Wat met een raamovereenkomst wordt bedoeld maakt het statuut niet duidelijk, maar vooruitlopend op de wetswijziging staat vast dat de details plaatselijk worden ingevuld. De VNZ kent voorts een verenigingsraad, die naar verwachting half uit directies, half uit bestuursleden van fondsen zal gaan bestaan. Die raad bepaalt in hoofdlijnen het beleid van de VNZ. Voorzitter van het VNZ-bestuur, S. C. Weijers 'treedt ook als zodanig op in de verenigingsraad.' Hadden vroeger alle secretarissen formeel het recht de bestuursvergaderingen bij te wonen en daar hun stem te laten horen, voortaan is dat recht statutair slechts voorbehouden aan de algemeen directeur, tenzij het bestuur anderen daarvoor uitnodigt.

Een nieuwigheid in het statuut is het zogeheten directeurenoverleg, een vergadering van afgevaardigde directeuren van ziekenfondsen, die uit hun midden een permanent directeurencollege benoemen, voorgezeten door mr. N. de Jong. Dat directeurenoverleg was er tot nu toe ook, maar niet geformaliseerd. De directeuren adviseren voortaan over de beleidsaangelegenheden. Bij elk besluit dat het bestuur neemt dienen eerst de directeuren te worden geraadplaagd.

Wat de rol van de VNZ wordt is onduidelijk, nu de ziekenfondsdirecteuren niet meer worden gestuurd door de vereniging, maar omgekeerd. Er zijn geen aanwijzingen dat artsen, apothekers, fysiotherapeuten, farmaceutische industrie ook op regionaal niveau gaan opereren. Woordvoerder De Groot van de VNZ meent dat de fondsen centraal zullen blijven onderhandelen. Duidelijk is echter dat op het punt van kwaliteit en doelmatigheid de plaatselijke ziekenfondsen apart met al die reuzen in de slag moeten gaan, een gevecht waarvan de afloop zich laat voorspellen. Blijkens een interview in het blad 'Bijsluiter' van de farmaceutische industrie meent voorzitter Weijers daarentegen dat de VNZ met de reorganisatie 'een stempel drukt op de ontwikkelingen en als het ware voor de muziek uitloopt.'