Overzicht van hedendaagse beeldhouwkunst tussen hoge hagen enbomenrijen; Zuilen van roze marmer in de polder

Al een jaar of achttien functioneert onder aan de Lekdijk bij het hoog in de Betuwe gelegen dorp Eck en Wiel de Galerie De Beerenburght, indertijd opgezet door Nanky de Vreeze, die in de voormalige boerderij aan alle vormen van beeldende kunst aandacht schonk. Sinds haar dochter Danielle zeven jaar geleden het beheer overnam, ligt het accent er voornamelijk op de beeldhouwkunst. Het terrein rondom De Beerenburght kon aanmerkelijk worden uitgebreid. Met behulp van inmiddels hoog opgaande hagen en bomenrijen werd het in een aantal compartimenten en grotere gazons opgedeeld en zodoende herschapen in een soort polderpark met verborgen hoeken en onverwachte doorkijken, waar lange en grillige wandelingen mogelijk zijn. Rondom dragen weilanden en boomgaarden bij aan een sfeer van vochtige rust, die door Marion Jacobse goed werd aangevoeld toen zij aan de rand van het terrein haar hoge poort van roze Portugees en lichter gekleurd Italiaans marmer neerzette. De door drie zuilen van deels ruwe, deels bewerkte steen gedragen doorgang lijkt het gebied open te leggen, nodigt uit het te betreden en dan verbaasd te blijven door de veelheid aan vormen die zich op de grasvelden, tussen het geboomte en achter struikgewas openbaart.

Danielle de Vreeze streefde in haar expositie Beelden '90 een zo compleet mogelijk overzicht na van de hedendaagse beeldhouwkunst in ons land. Achtenvijftig beeldhouwers brachten veel meer dan honderd werkstukken naar de Betuwepolder, waar van de Lekdijk af een deel van de kunstzinnig gemarkeerde plattegrond is te overzien. Bij die eerste blik al frappeert behalve de grote toegangspoort van Marion Jacobse de zware Stormram van Joost Barbiers, een in een robuuste constructie van houten balken opgehangen vervaarlijk stuk steen, dat geweld suggereert, maar zich hier temidden van de lieflijkheid van gras, water en vruchtbomen graag rustig houdt. Dichterbij gekomen kan de bezoeker op het centrale gazon deel hebben aan het tot leven komen van l'Homme qui se reveille van Bastiaan de Groot. Het beeld is een fraaie marmeren metafoor, de mannenfiguur is bezig zich te ontworstelen aan het brok ruwe steen, zijn ontwaken is bevrijding.

De verscheidenheid van het werk in het beeldenpark bij De Beerenburght is zo groot, dat er nauwelijks lijnen in de collectie zijn aan te wijzen. De op andere exposities al opgedane indruk, dat door veel beeldhouwers van nu weer figuratief wordt gewerkt, wordt bevestigd, maar ook stapelingen, constructies en abstractie blijven uitdagen, en in veel gevallen betreden de beeldhouwers het tussengebied waar herkenbare vormen worden getransformeerd, gevarieerd en geschematiseerd. In Eck en Wiel gaat een gele piramide van kunststof en metaal (Gustav Meist), drijvend tussen het riet in een vijver, een zinvolle samenwerking aan met donkerbruine lisdodden en andere bloeiende waterplanten en met de daartussen in een verheugend aantal optredende kikkers. Dertig meter verder kijkt de langgerekte Afrikaanse marmeren kop (Wijnand Zeilmans) ons met diep onder zware wenkbrauwen verborgen ogen aan, terwijl een uiterst slank bronzen meisje van Jan de Graaf een mengeling van kwetsbare onschuld en erotisch raffinement uitstraalt. Het beeld Meisje en vogel staat op onwaarschijnlijk hoge hakken, heeft een met acryl geschilderd minirokje op haar volmaakte bronzen lichaam, maar lijkt slechts aandacht te hebben voor de vogel die zij vlak voor haar ogen houdt. Zoeken naar verborgen lustsymbolen helpt niet, zij blijft maar naar die vogel kijken. Het zijn slechts enkele tamelijk willekeurig gekozen voorbeelden van wat er aan beelden rondom De Beerenburght te zien is. Meer dan om de individuele werkstukken gaat het er om het totaal, om de rangschikking van de in alle mogelijke materialen verwerkelijkte opvattingen van een zo gevarieerd gezelschap kunstenaars die een aantal lange wandelingen rechtvaardigt.