Opbrengst waarschijnlijk voor eigen groei in plaats van voor overneming; ABN Amro emissie sluit succesvol

ROTTERDAM, 31 aug. Vandaag om drie uur sloot de emissie van 1,3 miljard 9,5 procent preferente aandelen ABN Amro Holding.

Vanochtend rond elf uur deden de claims die beleggers nodig hebben om de stukken te kopen 25 cent, wat betekende dat beleggers die deze claims kochten genoegen namen met een effectief rendement van 8,32 procent.

De emissie is het grootste beroep op nieuw risicodragend vermogen dat ooit op de Amsterdamse beurs is gedaan. De DSM-emissies waren bij elkaar groter, maar daar ging het om herplaatsing van aandelen en kreeg de onderneming zelf geen nieuw geld binnen.

De ABN Amro Holding krijgt dat wel en 1,3 miljard nieuw eerste klas eigen vermogen is voor een bank een fors bedrag.

De omvang van het eigen vermogen bepaalt hoe groot een bank kan worden. De solvabiliteitsregels van De Nederlandsche Bank bepalen dat een bank voor iedere gulden eigen vermogen maximaal 12,5 gulden nieuw krediet mag verstrekken. Bovendien kan de bank naast iedere gulden eigen vermogen 50 cent aan achtergestelde leningen opnemen en die achtergestelde guldens ook weer eens tot een maximum van 12,5 maal inzetten voor de kredietverlening.

Met de 1,3 miljard nieuw vermogen kan de ABN Amro Holding dus maximaal 18,75 maal dat bedrag oftewel 24 miljard nieuw krediet verstrekken. Amro en ABN samen hadden eind vorig jaar ongeveer 160 miljard gulden krediet uitstaan, dus de holding heeft dank zij de emissie nu ruimte voor 15 procent groei, bovenop de ruimte die beide banken apart nog hadden om te groeien.

Of die groeimogelijkheid in de markt ook benut kan worden is overigens maar de vraag. De NMB Postbank haalde de eerste helft van dit jaar een kredietgroei van 6 procent. Maar zo'n emissie als van de ABN Amro Holding kan vele doelen tegelijk dienen. Behalve ruimte voor kredietgroei beschermt de bank zich tegen attenties van ongewenste derden door iets meer dan de helft van het aantal stemmen op de aandeelhoudersvergadering bij een tiental bevriende institutionele beleggers onder te brengen.

Bovendien kan de ABN Amro Holding ook bewust besluiten niet alle nieuw verkregen ruimte voor groei te benutten. Dan verbeteren de solvabliteitsverhoudingen. Dat kan betekenen dat de bank een betere rating op de geldmarkt krijgt en daardoor een fractie goedkoper geld kan aantrekken en zo de marges kan verbeteren. Bovendien is een versterkte vermogenspositie ook in de internationale concurrentie van belang. Nu bijvoorbeeld de Britse banken door forse debiteurenverliezen hun solvabiliteitsratio's en daarmee hun expansiemogelijkheden onder druk zien staan, kunnen beleggers besluiten maar liever aandelen te kopen in sterke banken met groeimogelijkheden. Dat kan de beurskoers van de aandelen ABN Amro Holding opvijzelen. Tot verdriet van de banken ligt die beurskoers immers bijna een derde onder de intrinsieke waarde van die aandelen.

Ten slotte biedt de 1,3 miljard nieuw kapitaal de ABN Amro Holding de mogelijkheid eens te kijken naar overneming van andere banken. Wordt een bank overgenomen dan moet de kopende bank dat deel van de koopprijs dat boven de intrinsieke waarde van de aandelen die zij koopt ligt, meteen als betaalde goodwill afboeken van haar eigen vermogen.

In theorie zou de ABN Holding de overneming kunnen overwegen van een bank die 1,3 miljard goodwill meer moet kosten dan het zichtbaar eigen vermogen. Nu loopt de goodwill die bij bankovernemingen wordt betaald nogal uiteen, afhankelijk van de specifieke aantrekkelijkheden van de over te nemen partij.

Ter illustratie: toen ABN eind vorig jaar voor bijna 400 miljoen Exchance Bank Corp kocht, bestond de prijs voor meer dan de helft uit goodwill. Volgens deze heel ruwe maatstaf zou ABN Amro Holding nu geld genoeg hebben om een bank met een zichtbaar eigen vermogen van 1,3 miljard over te nemen. Dat tikt internationaal niet echt aan. Ter vergelijking: dat is ongeveer de maat van de Verenigde Spaarbank in Nederland.

Een andere benadering is dat banken in Europa globaal twaalf keer de winst per aandeel doen. Met 1,3 miljard is dan een bank te kopen, die een winst van iets meer dan 100 miljoen gulden haalt, ofwel een zevende deel van de winst van ABN en Amro vorig jaar bij elkaar geteld. Zo'n bank zou, als hij ongeveer dezelfde struktuur heeft als de ABN Amro Holding, een balanstotaal van 25 miljard gulden hebben. Dat is weer ongeveer evenveel als de ABN Amro Holding op basis van het nieuw aangetrokken vermogen aan nieuw krediet kan uitzetten. Marktaandeel kopen of groeien op eigen kracht maakt dus nauwelijks iets uit. De verwachting in de markt is dan ook niet dat de ABN Amro Holding de nieuw aangetrokken middelen zal gebruiken voor een grote overneming. Wanneer de versterkte balans en de daarmee corresponderende groeimogelijkheden de koers van het aandeel zouden kunnen opkrikken, kan de ABN Amro Holding immers beter op termijn tegen betaling in aandelen andere partijen overnemen.