Jongensn van stavast

Uit preutsheid heb ik me op dit gebied van de literatuur zelfs geen begin van deskundigheid verworven: de beschrijving van de acties waaraan we allen ons bestaan te danken hebben. Sade, heb ik wel veel van gelezen, maar dat is iets anders. Frank Harris, My life and loves, vier delen vol, maar als je er over zijn liefdes een hebt doorgenomen, heb je de verrassingen wel achter de rug. Lange zoenscenes op de film: waarom? Ik kijk de andere kant op. Het is een gebeurtenis voor die twee op het witte doek, maar voor mij gebeurt er iets dat ik zo ook wel kon voorspellen. Wat me misschien wel zou interesseren handeling, verwikkeling gebeurt niet. Tientallen jaren geleden verscheen er in de Verenigde Staten een dikke roman van Kathleen Windsor, Forever Amber, die dankzij een zachte scabreusheid, al vlug een bestseller werd. Edmund Wilson heeft er ongeveer dit over geschreven: andere boeken hebben hun succes te danken aan met vernuft uitgesponnen verwikkelingen. Met dit boek is het juist zo gesteld dat het gelezen wordt om de passages waarin de intrige tot stilstand is gekomen.

Ik draai er omheen. In 1948 al lijkt het gisteren werd het eerste Kinsey Rapport gepubliceerd: Sexual Behaviour in the Human Male. Vijf jaar later volgde de Female. Alleen Amerikaanse mannen en vrouwen werden erin behandeld. De wereld viel om van verbazing. Het ging daar anders toe dan je zou denken als je John Wayne zag. Over de rest van de westerse wereld bleef onzekerheid bestaan. Latins are Lousy Lovers, onbetrouwbaar want niet wetenschappelijk en waarschijnlijk ook partijdig.

Nu is eindelijk een monografie over de Nederlandse man verschenen, beter, scherper dan Kinsey's werken: Doe ik het goed? van Peter van Straaten, bestaande uit 53 tekeningen waarvan 51 met onderschrift.

Voor de Nederlandse man is het een pijnlijke verhandeling. Op de eerste pagina's gaat het nog wel, hem wordt nog een paar minuten de illusie gelaten dat hij de situatie althans gedeeltelijk in handen heeft, maar na ongeveer de eerste tien audiovisuele momentopnamen wordt hij vriendelijk maar genadeloos afgebroken tot hem op de laatste pagina's alle illusies worden ontnomen. Hij is het eerzuchtige knulletje dat het nooit hemelaal zal leren hoewel hij altijd zijn best moet blijven doen.

Ik noem de tekeningen plus tekst audiovisueel omdat degene die kijkt ook de overtuiging heeft dat hij (of zij, ongetwijfeld) niet alleen leest maar ook hoort wat er gezegd wordt zonder zich dat uitdrukkelijk te hebben voorgenomen.

Zoals uit het bovenstaande al blijkt: de man heeft in deze situaties niets te lachen. Hij snapt er niks van, moet getroost, wordt wat meewarig vermaand of terloops uitgelachen, is soms helemaal aan het verkeerde adres maar merkt dat niet, krijgt een enkele keer een verdiend standje, en is altijd een sukkel. Het maakt geen verschil of hij de macho speelt dan wel bedelt om een prijzend woordje: zij kent de maatstaven, zij neemt het examen af en hij doet zijn best maar had dat anders moeten doen.

Waardoor wordt al die treurigheid veroorzaakt? Misschien doordat seks in de Lage Landen zo zwaar gebukt gaat onder openhartigheid. Sinds dokter Van der Veldens Het volkomen huwelijk is de daad gereglementeerd, is het voor de 'partners' aan een stuk door mooi beleven en genieten geblazen, en als dat niet zo is, heeft een van hen de les niet geleerd. Na de oorlog veroorzaakte de NVSH een nieuwe golf van openhartigheid die het bed of de slootkant of welk min of meer plat vlak het dichtst in de buurt was, helemaal tot exercitieterrein heeft gemaakt.

Seks als examen. Praatgroepen, therapeuten, hele regimenten kwakzalvers hebben de man als prooi voor de bijles herkend. Hij is opgescheept met een dubbele handicap: hem is wijsgemaakt dat hij zich moet 'waarmaken' en dat moet hij doen met het enige uitwendige orgaan waarover hij niets te zeggen heeft.'t Is sneu. De dubbele handicap leidt onvermijdelijk tot een eindeloze hoeveelheid komische situaties, overigens alleen waarneembaar voor degenen die er niet het slachtoffer van zijn. Peter van Straaten heeft er 53 verzameld in dit Nederlandse antwoord op het Kinsey Rapport. Wie het boekje leest/bekijkt en hoort, zal hoop ik tot deze conclusie komen: Van Straaten is een groot schrijver wiens tekeningen een complement van de taal zijn hoewel het omgekeerde ook het geval is.

Academische kwestie. Misschien is Doe ik het goed? wel wetenschap.