Ik ben een emmer vol tranen; De repetities van driekoningsdrama's

Dit seizoen regisseert Adrian Brine voor het eerst in de Nederlandse theatergeschiedenis drie koningsdrama's van William Shakespeare. Richard II, Henry IV en Henry V vormen een epos van macht, onttroning en koningsmoord. Tijdens de repetities zoeken de acteurs naar de eenvoudigste vorm om een zo groot mogelijk emotioneel effect te bereiken. Adrian Brine: 'Ik wilde een jong, explosief, vitaal en krachtig gezelschap.' Regisseur Adrian Brine staat terzijde van de speelvloer en dirigeert de toneelspelers alsof hij voor een orkest staat. Zijn handen geven vertragingen en versnellingen aan, tempi veranderen, de tekst begint te leven, een toneelstuk komt tot klinken als muziek. Shakespeare's tragedie Richard II groeit uit tot een compositie van stemmen. Vertolker van de titelrol, Gijs Scholten van Aschat, legt hooghartigheid en lyriek in zijn stem. Zijn tegenspeler Pierre Bokma in de rol van Bolingbroke, de hertog van Norfolk die Richard zal onttronen, snerpt en rebelleert met zijn stem tegen die van de koning.

Richard II is Hamlet op de troon. Hij bespiegelt zijn koningschap en, aan het eind opgesloten in de cel, zijn lot dat hem tot man zonder kroon heeft gemaakt, tot bedelaar. Zijn intelligentie behoedt hem voor zelfmedelijden. Al is hij een gevangene van Bolingbroke, en al zal hij wreed worden vermoord, toch wil hij met de kracht van zijn 'koninklijke denken' een verklaring vinden voor zijn nederlaag en zelfs als bedelaar ergens hoop zien gloren. 'Zo speel ik dus in een persoon veel mensen en geen is er voldaan. Soms ben ik koning, ik voel verraad, ik wil bedelaar zijn, wat ik dan ben.

Dan word ik weer een koning maar al gauw denk ik onttroond te zijn door Bolingbroke. Op slag ben ik niets.'

(Vertaling Dolf Verspoor)Richard II wordt traditiegetrouw gespeeld als het portret van een eenzaam koning die door Bolingbroke, steevast usurpator genoemd, van de troon wordt verdreven. Maar dit is niet de gedachtenlijn die regisseur Adrian Brine volgt. Zijn Richard II bezit veerkracht, lijdt niet aan zelfmedelijden. Ter illustratie van zijn eigen interpretatie laat Adrian Brine de monoloog in de gevangenis horen, op de grammofoonplaat gezet door Sir John Gielgud. Je ziet de tranen druppen over zijn wangen, ze vallen op de stenen vloer. Hier is een treurig man aan het woord die terugblikt op een verloren leven. 's Middags op de repetitie speelde Gijs Scholten van Aschat dezelfde aria, maar met meer opstand, felheid, en tegelijk lichter van toon. Net of zijn leven als koning een spel is geweest, en al is dit spel uit, er is een nieuw spel om voor te leven. De moord aan het slot komt door deze charmante vitaliteit des te heftiger aan.

Juweel

Twee jaar geleden werd het idee geboren om voor het eerst in de Nederlandse theatergeschiedenis drie opeenvolgende koningsdrama's te spelen uit Shakespeare's carrousel van de macht: De Rozenoorlogen. De kleuren van de tragedies zijn bloedrood en zwart. Richard opent de cyclus, die zich afspeelt tussen 1398 en 1400. Hij wijdt een roerende monoloog aan zijn al bijna verloren kroon terwijl zijn tegenstander Bolingbroke zich verbijt van ongeduld om het juweel in handen te mogen nemen. Daar staan ze dan tegenover elkaar, de koning oog in oog met zijn rivaal, en bij Shakespeare betekent dat: zijn nabije dood al in het gelaat blikkend. Richard II: 'Geef mij de kroon. Hier dan, neef, grijp de kroon.

Nu is de gouden kroon een diepe put, een met twee emmers die elkander vullen, een leeg en altijd dansend in de lucht, en een beneden, ongezien, vol water. Ik ben de lage, ongezien, vol tranen, ik drink mijn pijn terwijl U boven blijft.'

Deze poezie vol contrasten is de taal van Richard. Hij is de spiegel en tegelijk het beeld in de spiegel, hij is de door God gekroonde koning en het wisselvallige kind dat de euvele moed heeft een godsgericht te onderbreken. Hij is ongenaakbaar, daarom heerst rondom hem een cirkel van eerbied en afstand want plots kan hij uit zijn rol vallen. Een jong veulen dat steigert in het bit.

Adrian Brine regisseert na Richard II de tragedies Henry IV en Henry V en toont daarmee de stukken in hun onderling verband. De eerste koning is almachtig maar verspeelt de kroon en wordt vermoord; de tweede begint als balling maar over zijn regering ligt de vloek van de dode Richard; de derde rijpt tot koning maar verliest de strijd tegen het machtige Franse leger. Adrian Brine laat zien dat macht mensen medogenloos maakt. Of zoals Pierre Bokma het uitdrukt: 'Aan het slot moet de toeschouwer niet kunnen kiezen tussen de vermoorde Richard en Bolingbroke. Dan zou hetgeen we getoond hebben niet zinloos zijn geweest, en dat moet juist, je moet je voortdurend afvragen waarom gebeurt dat toch?' In de repetitieruimte aan de Korte Leidsedwarsstraat zie ik de voorstelling ontstaan, contour krijgen, diepte en vooral helderheid. De wanden zijn zwart geverfd, in het midden ligt de schuin oplopende ronde schijf die tijdens alle tweehonderd voorstellingen overal in het land voor de acteurs tot podium zal dienen. Per stuk treden een kleine dertig acteurs aan, verdeeld over ruim honderd rollen. De cirkel is rood. Er stroomt veel bloed in de late Engelse middeleeuwen.

Adrian Brine heeft, o paradox, de premiere al achter de rug zoals hij zegt, terwijl die nog in het verschiet ligt. De eerste lezing van het stuk enige tijd terug had voor hem al de spanning van een eerste opvoering. In de voorbereidingstijd stelde hij een lijst van acteurs samen. Een gezelschap om van te dromen. Ernaast lag de lijst van de te spelen rollen. En zo, de beide lijsten bestuderend, is hij tot de rolverdeling gekomen. Als Gijs Scholten van Aschat de titelrol van Richard II zou vertolken, dan moest Pierre Bokma zijn tegenspeler zijn. En Ton Lutz zou dan weer op het toneel de vader van Bokma moeten spelen, namelijk Jan van Gent. Enzovoort. Een aaneenschakeling van verlangens, voorwaarden, spelers en tegenspelers. De eerste tragedie uit de cyclus is geen portret van Richard, zoals altijd is gedacht, maar het verhaal van de strijd tussen twee personages, de koning en zijn neef. Adrian Brine: 'Ik heb geen uitgeschreven speelstijl voor ogen. Ik denk in beelden, ritme, muziek, vormen. Ik wilde een jong, explosief, vitaal en krachtig gezelschap. Acteurs die zich geven.'

Schaduw

Rond de speelvloer liggen houten zwaarden, dolken die scherp ogen en bot aanvoelen, ook de koningskroon zwerft rond. Hij is licht. We zijn in de eerste week van augustus. In de Perzische Golf begint het te gisten, de eruptie van machtsvertoon ginds stuurt de gedachten als vanzelf naar Shakespeare's uitbeelding van de dans om de macht. Maar er is een verschil: niemand is in de koningsdrama's ongestraft koning. Een kroon hier is een afgehakt hoofd elders. Waar de kroon van hand tot hand gaat en van hoofd tot hoofd, glijdt de donkere schaduw mee van de schuld. Bij Shakespeare is macht een vluchtig en gevaarlijk bezit. Zie maar eens hoe Gijs Scholten van Aschat al spelend en repeterend opeens de kroon omgekeerd op zijn hoofd zet, met de kartels omlaag. 'Er zou, ' verklaart hij zijn inval, 'nu een druppeltje bloed zo over mijn wang moeten lopen. Alsof de kroon een doornenkroon is.' Repeteren is proberen. Voor Adrian Brine betekent dat het wegnemen van angsten bij acteurs. Pierre Bokma stort zich diep in het spel. Waar hij de tekst niet kent laat hij zich souffleren. 'Als ik me niet volledig inzet bij de repetities, dan weet ik niet of iets goed is of slecht. De tekst brengt nuance, kleur, sluit het motief van handelen, alles wat je in de loop van de repetitie verzamelt moet op de juiste plek vallen.' Bolingbroke wordt door Richard voor zes jaar verbannen uit Engeland. Met Ton Lutz speelt Pierre Bokma de afscheidsscene. Eerst vol wrok en heftig vertolkte woede, waar de tekst het woord 'etterbuil' geeft wijzend in de richting van Richard. Het is te veel.

Adrian Brine zegt: 'Aldoor is mijn uitgangspunt van de regie geweest: helder, eenvoudig, strak. Laat Shakespeare de ster zijn van de voorstelling. Elke zin van hem is een beeld. Dat beeld moet je niet illustreren, je moet het oproepen in het hoofd van het publiek. Als er staat dat Richard een vallende ster is, dan hoef ik geen vallende ster in het decor te zien. Nacht is bij Shakespeare nooit de meteorologische nacht: nacht verbeeldt het gevoel van de spelers. Een monoloog is een ontdekkingstocht, een reis naar het innerlijk van het personage. Houdt de emotie vol over de regels. Ton zei eens: 'Een tekst is geen tl-buis die hier begint en daar eindigt'. De gevoelens beginnen al eerder en gaan over het laatste woord heen.' Pierre Bokma herneemt zijn claus, ditmaal ingetogen en met de blik gericht op de rode grond die het symbool is van Engeland waaruit hij wordt verbannen. Een ogenblik later zal hij die vloer kussen en tegen Gent zeggen, die hem probeerde te troosten: 'Snijdende pijn wordt nooit feller gevoeld als hij niet ook de etterbuil doorsteekt.'

Etter-buil, dat is Richard II. Bokma breekt het woord, legt een pauze tussen de beide lettergrepen, blikt bij de eerste omlaag, bij de twee schuin over de schouder in de richting van Richard. De tekst wint aan zeggingskracht. Dit is een van de talloze momenten uit de repetities waarbij de acteurs na zoeken en proberen en nog eens proberen de ideale speelstijl van de regisseur naderen.

Zwanen

Veel tijd besteden Brine en de spelers aan het zoeken naar de juiste misce-en-scene. Loop- en kijkrichting moeten begrijpelijk zijn. 'De toeschouwer kijkt altijd mee met de blik van de spelers. Toon duidelijk waarheen je ogen gaan. Als je opkomt, concentreer het spel in je ogen. Daarmee vang je de zaal. En voltooi ook de handeling, zodat elke scene kracht krijgt en afgerond wordt. Woorden zijn de kanalen waardoor de emoties gaan. Speel die bij Shakespeare 'on the line'. Wat je ook zegt, doe het met overtuiging. Essentie ligt in het woord. Bij moderne toneelschrijvers zoals Pinter speel je tegen de tekst in. Er is ironie, je voelt het tegenovergestelde van wat je zegt. Shakespeare verdraagt geen ironie.'

Voor Pierre Bokma zijn tekst en mise-en-scene als 'twee zwanen, de meest gelijkvormige vogels die er bestaan. Ze spiegelen elkaar; heldere zeggingskracht van de tekst is te danken aan een heldere mise-en-scene. Ik speel mijn emoties zo klein mogelijk om een groter effect te bereiken, net zoals ik eertijds Hamlet speelde.' De vertaling van Dolf Verspoor, de kostuums van Yan Tax, het decor van Frank Raven en Hildegard van der Heijden, het licht van Reinier Tweebeeke, de speelstijl van de acteurs: uit alles spreekt dezelfde opdracht. Helderheid, scherpte, kleur, transparantie. Tijdens het 'work in progress' dat een repetitie is, zie ik hoe de verschillende disciplines geleidelijk tot een eenheid groeien. Gijs Scholten van Aschat is onophoudelijk op zoek naar lichtheid en ritme van zijn dictie.

'De vraag is: Waar komt Richards emotie vandaan? Richard is ervan overtuigd een door God gezonden koning te zijn, maar aan het slot is hij niets. Hij is wispelturig en spilziek. Iedereen moet gepaste afstand tot hem bewaren. Shakespeare vertelt geen realistisch verhaal, het stuk heeft niets uitstaande met de werkelijkheid. Het geeft de hoogtepunten van een leven weer; een monoloog kan bij voorbeeld een jaar omspannen. De vorm van de verzen is zo dwingend dat te veel emotie de tekst overwoekert. Ik wil bij de toeschouwer beelden oproepen. Als ik zeg 'De nachtuil krijst en de leeuwerik zwijgt' dan doel ik daarmee niet op een verschijnsel in de natuur. Het is Bolingbroke die krijst als een uil, en ik, leeuwerik, zwijg.' De vertaling is ongewoon fraai en plastisch. 'Kern en kleur, ' verklaart Dolf Verspoor zijn aanpak. 'Ik heb permanent getracht het Nederlands te veredelen naar de stijl van het origineel. Je moet niet van woord tot woord vertalen, maar van beeld naar beeld. Bovendien kies ik voor lettergrepen en woorden die dankbaar zijn om uit te spreken, dat is plezierig voor de acteur en voor de toeschouwer. Het publiek moet het beeld zien en de taal die ik daarvoor kies is scherp en snijdend.' Scherp en snijdend: het zijn dezelfde woorden voor het lichtontwerp van Reinier Tweebeeke. Lichttorens en een lichtkroon vormen onderdeel van het decor. De rode glimmende vloer verandert bij tegenlicht in een ijsvlakte. Lichtbundels snijden als zwaarden door de ruimte. 'Richard II is een verhaal dat de acteurs vertellen. Je ziet tijdens de voorstelling de lampen branden, daarmee wil ik benadrukken dat we naar theater kijken. Het decor is niet realistisch, zodat ik niet hoef te werken met de suggestie van dag, nacht, zonsondergang. Het licht heeft een zelfstandige betekenis. Het kan liefelijk zijn of juist heel hard, en op die manier de sfeer van een scene versterken of er tegenin gaan. Maar ik leg me niet vast opeen schema: ik fantaseer, wil ook grillig en onverwacht zijn terwijl het geheel toch een vanzelfsprekende indruk moet wekken.'

Boomkruinen

Na de wekenlange repetities in Amsterdam verhuist het gezelschap een week voor de premiere naar de schouwburg van Veenendaal. Daar zie ik voor het eerst het decor in alle glorie. De vloer is opgebouwd uit concentrische cirkels en drukt in beeld uit wat Adrian Brine ooit als definitie gaf van een toneelstuk van Shakespeare: 'Een middeleeuwse stad waarvan alle straten naar het hart leiden.'

Uit zwart ijzer opgetrokken torens sluiten de vloer aan achterzijde en weerskanten af. Daartussen zijn prachtig beschilderde rolschermen gespannen, net banieren in tonen zwart, wit en grijs. Aan weerskanten twee bruggen die de verhoging symboliseren voor de koninklijke Richard. Gijs Scholten van Aschat raakt bij binnenkomst meteen de vloer aan en zegt: 'Het decor ademt, het heeft ruimte.'

Gestileerde objecten zoals uit grillig ijzerdraad gevlochten boomkruinen, een gebrandschilderd kerkraam en tralievensters voor de gevangenisscene dalen neer uit de nok van de schouwburg. Na de pauze zal de kleur uit de voorstelling verdwijnen, want Bolingbroke die dan aan de macht is moet niets hebben van Richards weelde en zinnelijkheid. Voor die puriteinse versobering heeft kostuumontwerper Yan Tax een mooi woord uitgevonden, en daar zijn aankleding voor het tweede deel op gebaseerd: Bolingbroke-blauw. Een katoenen weefsel met zijdeachtige glans erover uit de tinten zwart en blauw. De kostumering is historiserend, heeft de sfeer van vroeger zonder direct te ogen als een middeleeuwse documentaire. Elke acteur heeft dezelfde basiskleding van een broek met lieslaarzen, waaroverheen een cape of korte jas valt. Kleuren verduidelijken aan wiens kant een acteur staat: aan de flamboyante schouder van Richard of aan de strenge arm van Bollingbroke.

De acteurs komen op. Er klinkt opzwepende muziek van de Estlandse componist Arvo Part. Koning Richard II en Bolingbroke wisselen meteen al in het begin een veelzeggende, vlammende en broeierige blik. Een droef relaas van vorsten en hun dood kan beginnen: 'Want in de holle kroon rond de sterfelijke slapen van een koning, daar troont de dood in zijn hof.' In krachtig ritme gaat het spel voort naar het hoogtepunt, de spiegelscene. Niet alleen Richard II blikt in de spiegel, ook verschijnt plots Bolingbroke erin, als een schim naast het gezicht van de koning. De laatste draait zich met een ruk om, staart weer in de spiegel en gooit het glas aan gruzelementen. Twee neven, vrienden, koning en rivaal, majesteit en bedelaar: ze kunnen elkaars aanwezigheid niet verdragen en kunnen niet leven zonder elkaar. Aan het eind neemt Bolingbroke het dode lichaam van Richard in zijn armen en slaakt hij een geluidloze schreeuw. De moord is onvergeeflijk. Bolingbroke kreeg wat hij wenste maar niet wilde: 'Wie gif behoeft is niet noodzakelijk gesteld op gif.' Richard II gaat woensdag 5 september in premiere in de Amsterdamse Stadsschouwburg.