Het woord hossel

In een sfeerverhaal over spuiters (geen brandweerlui of graffitisten, maar heroine-gebruikers) geeft Bob Witman in de Volkskrant van afgelopen dinsdag enkele 'nieuwe' woorden. Zo blijkt wit en bruin niet te slaan op huid of brood maar op sneeuw en smack. Een Jan wordt als volgt geciteerd: 'Het is hard werken voor een verslaafde. Eerst een hossel zien te maken.'

Tussen haakjes staat daarachter: het woord komt van het Amerikaanse hustle.

Hoe Amerikaans is hossel? De meeste Engelse etymologen herleiden het Engelse hustle tot het Nederlandse husselen of hutselen, dat een verheviger is van hutsen of hotsen. De betekenis van hutsen varieert, maar heeft altijd een heen-en-weer beweging in zich: het schudden van lootjes, het hossen van een menigte, hutspot, en natuurlijk eindigt het waar alle werkwoorden die ook maar enige beweging bevatten eindigen: in het erotisch woordenboek.

Wie in Amsterdam hutselt of hosselt spreekt de taal van Vondel, van Coornhert en van Breero, ook al denkt hij het uit Amerika te importeren. Wie anno 1990 hosselt doet iets wat met heroine te maken heeft (stelen, zwerven), nauwkeuriger weet Van Dale het niet te zeggen. In die betekenis is het nieuw. Maar de klankreeks hossel is al eeuwen in Amsterdam en omstreken te horen.