Globe

Een brede regen had het land in bloei gezet. Het gras was vet, de insekten stommelden loom boven de zaden en geen dier ging met een lege maag naar bed. De dieren uit het veld besloten de komst van de regen te vieren. Het moest het mooiste feest worden uit hun beestbestaan, een feest met dans en muziek. Ze bouwden een erepoort van groene bladeren, zo hoog dat ook de giraffe er onder door kon. De reiger vloog stengels aan waar de dassen gaten in knaagden en de meerkat op blies. De vogels oefenden een nieuwe melodie. Alle hadden een taak en verheugden zich. Maar hoe ze ook speelden, iedereen vond dat muziek zonder trommel te mager klinkt. Wie had er een trommel? Niemand. Ze wisten ook niet van wie ze er een konden lenen.

De luipaard bedacht dat alle dieren een stukje van hun vel moesten afstaan, alle lapjes aan elkaar genaaid zouden een mooi trommelvel opleveren. Het vel moest vooral jong en sterk zijn, want dat kun je krachtig spannen en geeft een trommel diepe klank. Vooral de oudere dieren vonden het een wijs idee en wat de ouderen goed vonden gebeurde. Dus hapte elk jong dier een klein stukje uit zijn been of buik en bracht het bij de hond die al bewaker van de velletjes was aangewezen. Hij kweet zich trots van zijn taak. Het vlees droogde onder de tropenzon, de vogels keerden het en trokken het strak zodat ze het later soepel over de trommel konden spannen.

De hond vond de geur ondraaglijk, zoveel lekkers was niet te bewaken. Hij kwijlde van verlangen. Een velletje dat zou toch niemand merken? Hij hapte en vrat een stukje op, en nog een en nog een. Zijn maag won het van zijn hoofd. Hij verjoeg de vogels en vrat alle velletjes op.

De luipaard, juist terug uit het bos met een stuk holle boomstam voor de trommel, zag nog net hoe de hond het laatste stukje vel naar binnen schrokte. Hij werd zo kwaad dat hij de holle boomstam op hem kapotsloeg. Daarna legde hij de hond aan een ketting en maakte hem tot slaaf. De volgende dag riep hij alle dieren uit het veld bijeen en gezamenlijk besloten ze de hond voor eeuwig te vervloeken. Nooit meer zou hij vrij onder de dieren mogen leven, een ketting was zijn lot. Na een paar jaar gevangenschap wist de hond een schakel open te bijten en vluchtte naar de mensenwereld; ook daar was hij gedoemd tot een dienend leven.

Nog was de wraak niet voorbij. Op zijn sterfbed liet de luipaard zijn kinderen zweren elke hond die hun pad kruist op te eten.

En ook een hond vergeet nooit dat hij uit het vrije dierenrijk verdreven is. Want aan de ketting bij de luipaard zag hij welpjes springen, speels en vrij om te gaan. Welpjes lijken op katten en daarom herkent een hond in elke huiskat een luipaardkind. En omdat hij weinig vriendschap voor die dieren voelt, wil hij elke kat te lijf.

Oneerlijkheid heeft een lange nasmaak.