Financiele malaise houdt VN in de greep ondanks euforie

GENEVE, 31 aug. Temidden van de euforie die 'de nieuwe, effectief opererende Verenigde Naties' overspoelt vijf bindende resoluties tegen Irak zonder tegenstemmen in drie weken heeft secretaris-generaal Perez de Cuellar voor zijn vertrek naar het Midden-Oosten, een tot droefheid stemmend lijstje laten circuleren. Het betreft het jaarlijkse overzicht van achterstallige contributies.

Die belopen over het reguliere budget van dit jaar in totaal ruim 848 miljoen dollar. Daar komt nog eens 340 miljoen dollar bij aan achterstallige betalingen voor vredesoperaties, inclusief het formidabele bedrag van 306 miljoen voor UNIFIL, de vredesmacht in Libanon. Zeven van de 159 VN-lidstaten, de VS, de Sovjet-Unie, Zuid-Afrika, Japan, Iran, Brazilie en Argentinie, staan voor meer dan tien miljoen dollar bij de VN in het krijt. De VS, die met ongekende spoed de vijf resoluties door de Veiligheidsraad hebben geloodst, overtreffen alle andere met een schuld van $ 584.480.717, ==. Dat is meer dan de helft van de sinds vijf jaar bevroren jaarlijkse begroting van de volkerenorganisatie. Zelfs wanneer de contributie over het lopende jaar van dit totaalbedrag wordt afgetrokken, blijft een schuld uitstaan van ruim 350 miljoen dollar. Nederland is een van de weinige lidstaten die elk jaar prompt betaalt.

Het contributielijstje illustreert treffend de schrijnende tegenstelling tussen het plotseling gestegen aanzien van de VN, en de financiele en, als direct gevolg daarvan, de onverminderd voortdurende morele malaise binnen de organisatie.

Volgens critici die de hausse in populariteit met argwaan gadeslaan, betekent het doeltreffende optreden van de Veiligheidsraad nog niet dat de organisatie, het samenstel van alle VN-instellingen, na Iraks invasie van Koeweit ineens veel beter is gaan functioneren. De amorfe bureaucratie met haar enorme kosten, de papieren tijger van weleer, is niet plotseling een gesmeerd functionerend orgaan geworden. De VN hebben de last van het verleden niet van de ene dag op de andere afgeschud. Alles is bij het oude gebleven. Met dit verschil: de grote mogendheden benutten voor het eerst sedert de Tweede Wereldoorlog effectief de volkenrechtelijke instrumenten die de VN ter beschikking staan. Critici zijn zowel binnen de muren van het hoofdkwartier in New York als in het Europese filiaal in Geneve gemakkelijk te vinden. Zij wijzen op de rammelend verlopen reorganisatie. Die heeft weliswaar in vier jaar een beperking met 15 procent van de kosten en van het personeelsbestand opgeleverd, maar zij betwijfelen of de organisatie sindsdien doelmatiger functioneert. Eerder het tegendeel is waar, aldus deze 'UN-watchers'. Als voorbeeld voor de vaak blinde woede waarmee in begrotingsposten werd gesneden, geldt nog steeds het schrappen van de jaarlijkse bijeenkomst van een adviesorgaan voor mensenrechten, waarin ook de Nederlandse hoogleraar Theo van Boven zitting heeft. Een ander voorbeeld: het centrum in Geneve dat opkomt voor naleving van de rechten van de mens moest het een jaar lang stellen zonder Spaanse vertalers, terwijl 60 procent van de tienduizenden klachten die het VN-centrum behandelt uit Latijns-Amerika komt.

Veel oud-medewerkers, onderwie Brian Urquhart, vanaf de oprichtingsjaren de naaste medewerker van vijf secretarissen-generaal, typeren de recentelijk afgesloten bezuinigingsoperatie als 'louter kosmetisch'.

Structurele hervormingen zijn uitgebleven.

Een herbezinning op de nieuwe taken die de VN rond de eeuwwisseling te wachten staan verwachten zij ook de komende tijd niet. De Algemene Vergadering die volgende maand begint zal, zo voorspellen ingewijden, geheel in het teken staan van de Golfoorlog.

Urquhart schetst enkele zorgwekkende ontwikkelingen waarvoor VN-bemoeienis op korte termijn onontbeerlijk is. Nu de tegenstellingen tussen Oost en West vervagen, steken nationale minderheden met een onstuitbare drang naar zelfbeschikking de kop op. In toenemende mate ontstaat een klassen-systeem op wereldschaal tussen arm en rijk; het verslechterende milieu; de energievoorziening in de toekomst; de wapenwedloop in de Derde Wereld de VN worden verondersteld er snel en doeltreffend op te reageren. De kwestie-Irak mag tot dusver tot een voorbeeldige, eensgezinde aanpak hebben geleid, regionale conflictbeheersing door de VN staat nog in de kinderschoenen. De vlooteenheden in de Golf varen ook dit keer niet onder VN-vlag.

VN-diplomaten hopen niettemin dat de Iraakse kwestie de eerste proef op de som is voor een nieuwe wereldveiligheidsorganisatie. Daarin zouden de grote mogendheden zich moeten aaneensluiten om de bewapening, en in het bijzonder de kernbewapening, van middelgrote regionale staten aan banden te leggen.

Over een ding zijn alle sceptici het eens: de historische aanvaarding van resolutie 665, die het embargo tegen Irak tanden geeft, is een exact voorbeeld van wat de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog voor ogen stond. Namelijk: een wereldorganisatie die in staat is te voorkomen dat regionale conflicten uitgroeien tot mondiale afmetingen. Daarom is het nu, meer dan ooit, van levensbelang voor de VN dat de lidstaten hun financiele verplichtingen nakomen.